Straatmakers voelen zich smurf in hun veilige thermische kleding

Met thermisch ondergoed, een gele laadschop en iedere week een uur fysiotherapie op de "rugschool' verlicht de gemeente Dordrecht het werk van haar straatmakers. Sinds 1 maart zijn ook de aannemers die voor de gemeente werken verplicht hun straatmakers te ontzien. Ook andere gemeenten, waaronder Utrecht, gaan binnenkort het "mechanisch stellen' verplichten.

DORDRECHT, 11 MAART. “Je voelt je soms een thermosfles, maar ik ben blij dat we het spul hebben. Je rug blijft warm.” Straatmaker Thijs Sprangers voelt even aan de donkerblauwe col van het thermische ondergoed die boven zijn trui en tuinbroek uitkomt. Het "totaalpakket kleding' dat de gemeente Dordrecht heeft verstrekt bevalt prima. Voor "smurfen' maken de straatmakers elkaar allang niet meer uit. De blauwe bedrijfskleding zit prettiger en gaat veel langer mee dan de afzakkende spijkerbroek die ze vroeger droegen.

Sprangers maakt al vierentwintig jaar straten voor de gemeente Dordrecht. Samen met opzichter Ted Martens en de jongmaatjes Cees Krol en Nico Sprangers - allen in het gemeentelijke blauw gestoken - drinkt hij even koffie in een gemeentelijke werkkeet bij de Blauwpoortsbrug.

Anderhalf jaar geleden besloot de gemeente Dordrecht, wakker geschud door de beginnende WAO-discussies, het ziekteverzuim onder haar vijfendertig straatmakers aan te pakken. Sindsdien krijgen zij bedrijfskleding die de rug goed warm houdt. Zware stenen mogen ze niet meer tillen en een keer per week gaan de mannen op "rugschool' bij de speciaal aangestelde fysiotherapeut van de gemeente. Daar leren ze hun rug te ontzien en ook hoe ze zich in het algemeen beter kunnen bewegen. Door deze maatregelen is inmiddels het ziekteverzuim gedaald van achttien naar elf procent.

Aanvankelijk leerden de straatmakers op de rugschool vooral hoe ze hun rug moesten gebruiken bij het tillen van zware voorwerpen, maar inmiddels wordt het uurtje per week ook gebruikt om met fitness-trainingen, ter verbetering van de soepelheid van de mannen. “Het zijn wel sterke mensen, maar ze zijn vaak niet erg lenig. Een goede conditie leidt ook tot beter gebruik van de rug bij het tillen”, zegt de chef wegen van de gemeente Dordrecht, Sjaak van Veen. De fysiotherapeut van de gemeente, die werd aangesteld na overleg met de ziektekostenverzekeraar IZA, die bijdraagt in de kosten, helpt ook de andere werknemers van de gemeente beter met hun lichaam om te gaan. De ziektekosten en het verzuim dalen. Van Veen: “We zijn er blind ingestapt, we wisten niet hoe hoe het financieel zou aflopen. Maar de operatie is heel rendabel gebleken.”

Sinds een jaar beschikken de gemeentelijke straatmakers over een grote, gele laadschop op vier zwarte wielen die hen “het gewicht uit handen neemt”. Een trottoirband van een meter weegt al gauw meer dan honderd kilo. In de Hoge Nieuwstraat liggen er zelfs van twee meter: drie- à vierhonderd kilo. Het versjouwen en op de juiste plaats "stellen' van die steenkolossen leverde veel rugklachten op. Hetzelfde gold voor de betonnen straatkolken: de afvoerputten.

Nu rijdt de shovel op het juiste moment door de opgebroken straat en manoeuvreert snel en zonder krakende wervels de stenen op hun plaats. De door de gemeente gehuurde machine met aan de ene kant een grijper en aan de andere kant een schuiver wordt ook gebruikt om straten op te breken. “We hebben allerlei types moeten proberen, omdat voor de meeste apparaten manoeuvreren in het zand een probleem bleek te zijn”, zegt Martens. “Eigenlijk is straatmaker maar een ouderwets beroep. Als je het vergelijkt met de landbouw, heeft de wegenbouw 50 jaar stilgestaan. Hulpmachines waren er soms wel maar werden niet verder ontwikkeld bij gebrek aan belangstelling.”

Ongeveer 25 procent van de straatwerkzaamheden in Dordrecht wordt door de gemeentelijke straatmakers gedaan. Omdat het nieuwe beleid succes bleek te hebben besloot de gemeente eind vorig jaar ook iets te gaan doen voor de straatmakers die via particuliere aannemers voor haar werken. En zo ging Van Veen, chef "wegen', de aannemers langs om hen op de hoogte te stellen van de aanstaande verplichting tot mechanisch stellen van trottoirbanden en straatkolken. Van Veen: “Het kostte wel enige moeite de aannemers te overtuigen van het nut. De techniek was wel bekend, maar ze hadden er nooit veel in geïnvesteerd. En een aannemer zit nu eenmaal zo in elkaar dat als je ze iets extra's vraagt ze onmiddellijk de prijs verhogen. Maar dat is niet de bedoeling. Het hoeft ook niet duurder te zijn, omdat je sneller kunt werken en het ziekteverzuim daalt. Dus na lang praten gaven de meeste aannemers me uiteindelijk gelijk.” Vooral de kleine onderaannemers schrokken terug voor de kosten van de extra machines.

Enige externe druk droeg bij tot het succes van Van Veens onderhandelingen. Toen Van Veen de gesprekken voerde, werden net de problemen bekend van veel bedrijven met de nieuwe WAO-wet die bepaalt dat bedrijven een hoge boete moeten betalen als een van hun werknemers arbeidsongeschikt wordt verklaard. “Het bestaan van die boeteregeling was nog niet helemaal doorgedrongen bij de aannemers en ik had het zelf ook nog niet echt in de gaten, maar het gaf bij de meesten wel de doorslag.” Ook de nieuwe wet op de arbeidsomstandigheden (Arbowet) en de nieuwe bouw-CAO stellen beperkingen aan het tillen van grote gewichten. Volgens de CAO licht de grens van het toelaatbare bij 23 kilo.

Bij aannemer Van Haren/Heijsman in Dordrecht werken ongeveer 25 straatmakers. Directeur Jan Stam had in verband met de nieuwe Arbowet vorige jaar al “een hydraulisch dingetje” laten ontwerpen voor het mechanisch stellen. De nieuwe regels in Dordrecht betekenen voor hem vooral dat “de logistiek wat moeilijker wordt”. “Als we op drie plaatsen tegelijk aan de straat werkten, hadden we op één plaats zo'n machine en op de andere twee een ploeg die de banden met de hand stelde. Nu moet je de machine heen en weer laten rijden, da's het verschil.”

Ook bij Van Haren/Heijmans ligt het ziekteverzuim iets onder de elf procent. “Kijk, dat het bij de gemeente hoger lag is te begrijpen. Bij commerciële aannemersbedrijven worden hogere produktie-eisen gesteld en is meer dwang. Bij de gemeente melden ze zich makkelijker ziek, denk ik. Een beetje begeleiding op zo'n rugschool bevordert dat dit minder wordt. Maar wij hebben dat niet zo nodig.”

Maar Ted Martens, opzichter bij de gemeente Dordrecht, vindt de rugschool wel nodig. “Je moet de straatmakers nu eenmaal een beetje aan de hand meenemen in dit soort zaken. Uit zichzelf letten ze er niet op.” Jongmaatje Cees Krol lijkt hem gelijk te geven. Op de vraag of hij zijn best doet om zijn rug te ontzien, zegt hij: “Als je daar op moet letten als je begint met dit werk dan kun je wel bezig blijven.” Oudgediende Thijs Sprangers herkent de mentaliteit: “Je gaat er inderdaad pas op letten als je last krijgt van je rug, maar dan is het eigenlijk al te laat.”