Onderzoek onthult: in iedere man sluimert de macho; Was will der Kerl?

In december van het afgelopen jaar werd het Groot Opzij-onderzoek gepubliceerd naar de "ideale man", onder de titel "Was will das Weib?' Het onderzoek was opgezet door gezinssociologe Iteke Weeda, waarbij een representatieve steekproef van vrouwen werd ondervraagd, met daarnaast een steekproef van mannen en een steekproef uit de lezeressen van Opzij. De laatsten werden in de analyse aangeduid als "Feministes'.

Het onderzoek leverde de volgende "top tien' voor de "ideale man' op:

1. deelt in de huishoudelijke taken;

2. kan luisteren;

3. is lief/zorgzaam voor kinderen;

4. vrijt met aandacht voor de verlangens van de partner;

5. heeft inlevingsvermogen in anderen;

6. is voorstander van vrouwen in leidinggevende functies;

7. heeft humor;

8. gaat graag met zelfbewuste, zelfstandige vrouwen om;

9. heeft lol in het leven;

10. is seksueel trouw.

De volgorde waarin deze prettige eigenschappen werden opgesomd, werd aangegeven door de Feministes.

Bij zo'n sociaal nuttig onderzoek naar de meest begeerlijke man past uiteraard de natuurlijke tegenhanger: een onderzoek naar de ideale vrouw. En dat moest bij voorkeur op zo kort mogelijke termijn tot stand komen. Daartoe is een niet erg representatieve steekproef van Nederlandse mannen benaderd, aangevuld met een steekproefje uit de lezers van Playboy en Penthouse, verder aangeduid als de "Masculinisten'. Om de mannen werkelijk hun eigen gedachten te laten vormen, hebben we ze niet, zoals Weeda gedaan heeft, uitspraken voorgelegd, maar gevraagd een tiental kwaliteiten te noemen, waaraan de ideale vrouw naar hun idee te herkennen is. Er is daarbij onderscheid gemaakt tussen vrouwen in het algemeen, de eigen vrouw en andere vrouwen in de omgeving.

Het probleem met de uitwerking van het onderzoek was dat veel mannen de tien kenmerken niet haalden. Wanneer ze twee of drie, naar hun idee aantrekkelijke eigenschappen genoemd hadden, waren ze in het algemeen al tevreden. We hebben daarom de kenmerken die we uit de vaak verwarde uitlatingen van onze respondenten konden noteren, aangevuld met een aantal kenmerken die Iteke Weeda gevonden heeft voor de ideale vrouw, waarbij we dan de aanduiding "man' vervangen hebben door de aanduiding "vrouw'. De ideale man en ideale vrouw zijn daardoor in ons onderzoek niet te ver uit elkaar geraakt.

De vermelde percentages (waar we nu ook weer niet een overdreven waarde aan moeten hechten) zijn respectievelijk van de Masculinisten en de Nederlandse mannen, waarbij de Masculinisten verantwoordelijk zijn voor de volgorde van deze ideale vrouw top-tien.

De ideale vrouw ("top tien'):

1. ziet er in alle opzichten aantrekkelijk uit; 100 - 98

2. is goed in bed; 100 - 97

3. is goed in de keuken; 97 - 85

4. is 5 - 10 jaar jonger; 98 - 86

5. heeft een goed betalende parttime baan, zodat voldoende tijd overblijft voor het huishouden; 95 - 95

6. is voorstander van mannen in leidinggevende functies;

7. heeft humor;

8. gaat graag met zelfbewuste, zelfstandige mannen om;

9. heeft lol in het leven;

10. is seksueel trouw.

Zoals gezegd zijn de laatste vijf punten voor de volledigheid door de onderzoeksleiding toegevoegd (met dank aan mevrouw Weeda); er konden daarom geen percentages vermeld worden, zoals bij de eerste vijf ideale trekken. Maar ach, wat zeggen zulke percentages? Opvallend is de eensgezindheid tussen de doorsnee Nederlandse man en de Masculinisten. Met een variant op Gertrude Stein zou je kunnen zeggen: een man is een man is een man. Of wel: in iedere man sluimert de macho.

In het algemeen waren de mannen niet ontevreden over hun eigen partner, maar gaven de meesten aan dat ze andere vrouwen kenden of gezien hadden die ze op bepaalde onderdelen zeer bekwaam achtten, en die ze best eens zouden willen uitproberen. Maar de meesten spraken de vrees uit dat ze door hun drukke werkzaamheden (baan, sport, hobby's) daar geen tijd voor zouden hebben.

Een minderheid wenste een vrouw met trekken, die de ideale man, volgens mevrouw Weeda, niet mocht bezitten. Ze wilden een vrouw die agressief zou zijn, van porno hield en behoefte had aan macht (over hen, naar wij aannemen).

Al met al kregen we uit dit kleine, zeer snelle onderzoek niet de indruk dat de emancipatiebeweging een werkelijke bres heeft kunnen slaan in het front van traditionele mannenwensen. Integendeel, het onderzoek geeft de indruk dat veel, zeer veel mannen de ideeën van het Opzij-feminisme volstrekt aan hun laars lappen. Wanneer we naar de conclusies kijken van het onderzoek van Iteke Weeda in Opzij dan nemen de respondenten daar dat feminisme ook niet echt serieus. Na geconstateerd te hebben dat er een gebrek is aan geëmancipeerde mannen in onze samenleving, schrijft Weeda in haar conclusie: “Het relatief glorieuze zelfbeeld van mannen en de neiging van vrouwen om hun partner en in mindere mate ook mannen in hun directe omgeving de hand boven het hoofd te houden, zijn effectieve mechanismen om verandering in de samenleving in geëmancipeerde richting tegen te gaan.”

Van gezichtsbepalende vrouwen in het feminisme krijgt ze trouwens ook weinig steun. Zo konden we van Emma Brunt noteren: “Een leuke, aardige, tevreden, creatieve - creatief ook in bed gaarne - timmerman zou ik enig vinden; iemand die gewoon prettig in zijn vel zit, doet wat ie wil doen, daar plezier in heeft.” En de, als buitengewoon scherp formulerend in mannenzaken bekendstaande Renate Dorrestein zegt ergens: “Nee, je moet niet onderschatten hoe aantrekkelijk het is bemind te worden door een volstrekt onmogelijk persoon. Als iemand vreselijk is tegen alle mensen, maar lief tegen jou, maakt dat van jou een Heel Bijzonder Persoon. Dat kan veel vervoerender zijn dan een of andere hartelijke schat die goed is voor zijn medemens.”

Wanneer Ciska Dresselhuys roept om de Nieuwe Man, dan kunnen wij nu antwoorden: de Nieuwe Man is dood, lang leve de Nieuwe Man, hij staat hier voor je, met al zijn heerlijk afschuwelijke kwaliteiten.