Onderonsje over Feuerbach; Twee Hollandse misdaadromans

Rood & Rood: Drift. Uitg. Bert Bakker, 191 blz. Prijs ƒ 30,-

Martin Koomen: In het web van Portland. Uitg. Van Gennep, 160 blz. Prijs ƒ 29,50

Slachtoffers in vaderlandse misdaadromans zijn vaak personages waarvoor je als lezer weinig tot geen sympathie kunt opbrengen, eenvoudig omdat je over hen niet meer te weten komt dan dat hun im- en exportbedrijf in bloembollen in de ogen van een drugsdealer een mooie cover is voor handel in verdovende middelen. Alle aandacht gaat uit naar de held; er is altijd wel een privé-detective die een helpende hand toesteekt.

Helden kent Drift niet: de vierde psychologische thriller van Rood & Rood telt alleen maar slachtoffers. Heel vervelende, maar ook die ons aller sympathie verdienen. Karen Zeemans is zo iemand. Ze is onvruchtbaar: haar gynaecologe - zelf ook zwanger - had een vergevorderde ontsteking moeten constateren, maar wuifde Karens klachten weg als zijnde psychisch van aard. Reageerbuisbevruchting had uitkomst moeten bieden. Drie keer heeft ze zich met hormonen laten volspuiten, twee keer tevergeefs. De derde keer moest lukken. Maar de vreugde duurt slechts acht maanden: de baby leeft niet meer. Karen wil gerechtigheid, maar niet via de medisch tuchtcommissie - daar heeft ze weinig vertrouwen in. En op God wil ze niet wachten.

Drift is een zeer overtuigend verhaal. De machteloosheid en woede van Karen en haar afhankelijkheid van de medische stand worden alleen maar versterkt door het buitengewoon arrogante optreden van de gynaecologe. Vooral het portret van de laatste is van grote precisie. Zo'n type dat - hoewel zelf nog maar arts in opleiding - de verplegers (mooi neergezet als "kleffe koffie-verkeerd-types') afblaft en alleen naar een monitor wijst, zodat ze niet hoeft te zeggen dat het kind dood is. "Het spijt me mevrouw, de CTG laat geen uitslag zien.' Koud en kil - de wraak (prachtig uitgewerkt) is Karen gegund.

Subtiel

Martin Koomen lijkt de Gouden Strop pas te krijgen indien in een bepaald jaar behalve hij alleen schrijvers als Will Simon, Barend Toet en Rob Schernjon een "misdaadroman' publiceren. Vier keer werd hij genomineerd, vier keer ging een ander er met de Strop vandoor. En het zou me niet verbazen (wel verheugen) als ook In het web van Portland wordt genomineerd. Of Koomen déze keer de prijs in de wacht weet te slepen, hangt af van de vraag of de - steeds wisselende - jury zijn boeken wel in voldoende mate misdaadromans acht. Of ze niet te subtiel zijn. Wie is er nu geïnteresseerd in een onderonsje tussen een verzetsstrijder en geheim agent Fokkema over de functie van de puntkomma bij Feuerbach? Degene die spanning afmeet aan de liters bloed die vloeien, de kilo's drugs die worden verhandeld en de dozijnen kogels die worden verschoten is bij Koomen aan het verkeerde adres. Vanaf het begin heeft Koomen zijn helden laten spioneren via een gaatje in de courant en dat zijn ze blijven doen.

Bizar

Koomen plaatst zijn helden bij voorbaat en opzettelijk buiten de werkelijkheid en schept zo een situatie waarin de lezer bizarre gebeurtenissen sneller accepteert. In In het web van Portland (de zevende in de Portland-reeks, het is inmiddels 1943) moet Fokkema - gehuld in vrouwenkleren en onwelriekend - zich zien te redden in een danslokaal afgeladen met bronstige Duitse soldaten. Een situatie die in gewoon Nederlands waarschijnlijk buitengewoon flauw is, maar het "Koomens' is een taal waarin Fokkema (de verteller van het verhaal) zich zonder gezichtsverlies voor zijn geestelijke vader uit elke situatie weet te redden. Het gaat er tenslotte niet om hoe bizar een situatie is, maar hoe subtiel de oplossing. Te subtiel? Ach, ik zou graag Portlands opinie willen vernemen inzake de juistheid van een komma na een gedachtenstreepje bij Koomen.