Noordkoreaans vertrek

DE VERKLARING waarmee Noord-Korea zich terugtrekt uit het verdrag tegen spreiding van kernwapens (NPV) moet een tweesnijdend zwaard zijn.

Om Pyongyang tegen te houden dient namelijk aan twee voorwaarden te worden voldaan. De Amerikanen moeten hun kernwapens uit het gebied terugtrekken. En het Internationale Atoombureau te Wenen (een instelling van de Verenigde Naties) moet zijn besluit van 25 februari intrekken om twee Noordkoreaanse militaire installaties te inspecteren waar volgens Wenen aan een kernwapen wordt gewerkt. Althans het Noordkoreaanse regime beargumenteert zijn verontrustende stap met een verwijzing naar Amerikaanse kernwapens die Noord-Korea zouden bedreigen en beweert dat de IAEA met zijn eis van inspectie aan de Amerikaanse leiband loopt. Ten slotte zeggen de Noordkoreanen rekening te houden met een Amerikaanse eis tot internationale sancties tegen Pyongyang.

Ter rechtvaardiging van het uittredingsbesluit verwijst de verklaring naar de beweegreden van het land om destijds tot het verdrag toe te treden: dat was nu juist de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Zuid-Korea. Het lidmaatschap van Noord-Korea van het NPV had volgens Pyongyang zullen worden beloond met het vertrek van de Amerikaanse kernwapens uit het zuidelijke deel van het Koreaanse schiereiland. (Van vorig jaar maart overeengekomen wederzijdse inspecties van nucleaire installaties in Noord en Zuid is het overigens niet gekomen.)

HET REGIME poogt met deze uitleg aansluiting te zoeken bij een van de premissen van het verdrag. Verdragspartijen in het bezit van atoomwapens verplichten zich namelijk niet-bezitters, in het jargon "have-nots', niet met kernwapens te bedreigen of aan te vallen. Die verplichting sloeg oorspronkelijk alleen op de initiatiefnemers tot het verdrag: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië. Maar het gedrag van de VS staat volgens Pyongyang in regelrechte tegenspraak met die clausule. Of Noord-Korea zich nu ook ontslagen acht van zijn verdragsverplichting om geen kernwapens te verwerven of te maken, wordt in de verklaring onbesproken gelaten.

Het vertrek van Noord-Korea betekent een extra zware slag voor het NPV. Nadat Irak zijn lidmaatschap van het non-proliferatieverdrag met de voorbereiding van een eigen kernwapen had ontkracht, zet Pyongyang nu een streep door zijn ondertekening. De vrees die eigenlijk van de aanvaarding van het verdrag af heeft bestaan als zou hiermee slechts tijdelijk een dam kunnen worden opgeworpen tegen het ontstaan van een toestand van nucleaire anarchie, blijkt te worden bevestigd. Slechts een veel verdergaande regeling met ingrijpende consequenties ook voor de kernmogendheden-van-het-eerste-uur, had betere kansen gehad. Zo bezien kwam de toetreding van Frankrijk en China tot het NPV te laat en zetten de reducties van de arsenalen van de VS en de voormalige Sovjet-Unie onvoldoende zoden aan de dijk.

DE VRAAG IS of de volkerengemeenschap de spreiding van kernwapens lijdzaam zal aanvaarden nu de politiek van het goede voorbeeld en de goede wil heeft gefaald. De Noordkoreanen zelf houden er kennelijk al rekening mee dat dit niet het geval zal zijn. Misschien zijn zij onder de indruk geraakt van de manier waarop Saddam Hussein wordt aangepakt. Maar Irak werd onder curatele geplaatst als gevolg van zijn agressie tegen Koeweit en als uitkomst van de geallieerde overwinning in de Golfoorlog. Bovendien is Noord-Korea niet het enige land waarvan wordt beweerd dat het aan een eigen bom werkt of daarover zelfs al de beschikking heeft. Het zou van onverwachte daadkracht en saamhorigheid getuigen als hier een voorbeeld werd gesteld.