Nieuwe woord van God: leesbaar en "echt' oecumenisch

Na de Groot Nieuws Bijbel uit 1983 achten het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting nu de tijd gekomen voor een èchte oecumenische bijbelvertaling: leesbaar, maar ook rechtdoend aan de oeroude grondtekst.

HAARLEM, 12 MAART. “Zeker eens in de vijftig jaar verschijnt een nieuwe Shakespeare-vertaling. Waarom dan ook niet van de Bijbel?”. Oud-testamenticus E. Tuinstra, verbonden aan het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG), zit al in de startblokken. Eind vorige maand gaven het protestantse NBG en de Katholieke Bijbel Stichting (KBS) het sein voor een nieuwe oecumenische bijbelvertaling.

De Groot Nieuws Bijbel, die tien jaar geleden gereed kwam, was weliswaar ook een oecumenisch project, maar het was aanvankelijk een zaak van het NBG alleen. Pas later kwam de KBS erbij. Deze bijbel in de spreektaal is vooral bedoeld voor mensen die niet zijn grootgebracht met de "Tale Kanaäns' of daarvan zijn vervreemd. Van verschillende kanten, met name uit de rechterflank van de protestantse kerken, kwam kritiek op deze vertaling omdat ze te weinig recht zou doen aan de bijbel als woord van God.

De nieuwe vertaling wil zoveel mogelijk recht doen aan de grondtalen van de bijbel, het Hebreeuws en het Grieks èn aan de ontvangende taal, het Nederlands. En anders dan de Groot Nieuws Bijbel is de nieuwe vertaling uitdrukkelijk bedoeld om in de kerk te worden gebruikt.

In mei worden vijftig proefvertalers uitgenodigd voor een symposium over de nieuwe bijbelvertaling. Met het vertaalproject zullen uiteindelijk twaalf mensen worden belast: vijf voor het oude testament, drie voor het nieuwe testament en vier Neerlandici. “Voor het Hooglied zal een heel fijnzinnige Neerlandicus worden aangetrokken”, zegt Tuinstra.

Voor het Hebreeuwse oude testament wordt uitgegaan van de Codex Leningradensis. Dit oudste complete handschrift dateert van het jaar 1008 na Christus. Leidraad voor de vertaling van het nieuwe testament is de Griekse uitgave uit 1898 van de Deutsche Bibelstiftung Stuttgart, die verschillende handschriften bevat uit de eerste eeuwen na Christus. Voorts zullen de vertalers zich baseren op Engelse, Franse en Duitse bijbelvertalingen en de NBG-vertaling uit 1951 plus de Groot Nieuws Bijbel.

Zelf is Tuinstra grootgebracht met de NBG-vertaling uit 1951. Maar allengs merkte hij dat er ongerijmdheden in voorkomen en dat het taalgebruik tot verwarring kan leiden. Om zijn bewijs kracht bij te zetten slaat hij de bijbel open bij het boek Jesaja 35 vers 8 en leest voor: “Daar zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen”. Tuinstra schudt zijn hoofd: “Dat snapt toch geen mens. Zo'n tekst is voer voor de nieuwe vertaalploeg”.

Nog een voorbeeld. Mattheus 25 vers 14 gaat over de gelijkenis van de talenten. Volgens Tuinstra is hier sprake van verouderd taalgebruik: anno 1993 denken mensen bij het woord talenten aan aanleg en capaciteit in plaats van aan gouden munten. “Daarom ben ik ook blij met de Groot Nieuws Bijbel. Daarin wordt niet meer gesproken van talenten maar van munten. Dat snappen de mensen. Ze moeten niet de indruk hebben dat de bijbel het boek is van onze voorouders, dat de taal er één is voor de incrowd.”

In de Groot Nieuws Bijbel wordt ook niet meer gesproken van de wijze en de dwaze maagden maar van de tien bruidsmeisjes. “Dat kunt u jammer vinden, maar het wàren toch bruidsmeisjes? Waarom zou je dat dan niet zo vertalen”, zegt Tuinstra. Het is nog onzeker of in de nieuwe vertaling de maagden terugkomen danwel dat ook hier wordt gekozen voor bruidsmeisjes.

Behalve op de taal moet volgens hem in de nieuwe uitgave ook veel meer dan gebruikelijk was op de vorm worden gelet. Hij wijst op Spreuken 8 vers 22: “Daar begint een nieuw gedicht dat eindigt bij vers 31. In de vertaling uit 1951 is dat niet zichtbaar, er staan ten onrechte geen markeringen in de tekst.”

Nog meer bewijzen. “De Psalmen!” Hij leest voor uit psalm 34, vers 16, 17 en 18: “De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun hulpgeroep; het aangezicht des Heren is tegen hen die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien. Roepen zij dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwenissen”. “Onbegrijpelijk! In deze vertaling wordt het subject verwisseld. Wie is nou eigenlijk wie? Dat moet de nieuwe vertaalploeg uitzoeken. Het is trouwens helemaal niet zeker of die er wel uitkomt, op sommige plaatsen is de grondtekst zelf nu eenmaal onduidelijk”.

De nieuwe vertaling moet rond de eeuwwisseling gereed zijn en zal dan in verschillende edities op de markt worden gebracht. Zo zal er een editie komen waarin ook de zogeheten deuterocanonieke boeken zijn opgenomen die behoren tot de rooms-katholieke bijbelcanon, maar die niet door de protestanten worden erkend. Het derde boek Ezra, Tobit, Judit en de vier boeken der Makkabeeën worden als deuterocanoniek beschouwd.

Het is niet de bedoeling dat met de komst van de nieuwe vertaling de nu gebruikte zullen verdwijnen. “Integendeel. Wij zijn net klaar met de herziening van de Willibrord-vertaling, ten minste voor wat betreft het nieuwe testament. Het oude testament wordt nu onder de loep genomen”, zegt dr. H.A. van Munster, voorzitter van de Katholieke Bijbel Stichting. De Willibrord-vertaling dateert van 1975 en staat in literair opzicht wat losser van de Statenvertaling uit de 17de eeuw. Van Munster: “De protestantse vertaling is ook geënt op de taal van Erasmus, terwijl voor ons de zogenoemde Vulgaat-vertaling van Hieronymus als uitgangspunt geldt.”

Hij voorziet de nodige hoofdbrekens bij het oeucumenische vertaalproject waarvoor ook Vlamingen zullen worden aangetrokken. “Die vinden onze taal bijvoorbeeld te hoekig. Het zal een hele klus zijn om een bijbel in een voor iedereen aanvaardbare vertaling af te leveren. En wat doe je met termen als de zondeval, vervangen of laten staan? Of zoiets als genade waar rooms-katholieken iets anders onder verstaan dan protestanten en het woord verzoeking in het Onze Vader, dat is een heel on-katholiek woord. Wij zeggen: leidt ons niet in bekoring. Hoe dat in de nieuwe vertaling moet worden opgelost, weet ik nog niet.”