Nieuwe staatslening krijgt goede ontvangst

De nieuwe toonbanklening met een looptijd van tien jaar en een rente van 6,5 procent werd vanmorgen goed ontvangen op de Amsterdamse effectenbeurs, ondanks een zekere "vermoeidheid' bij beleggers ten opzichte van obligaties. “Maar qua looptijd is deze lening precies toegesneden op hetgeen de beleggers willen”, aldus een handelaar.

Vanaf maandag 15 maart kan tot nadere aankondiging op de lening worden ingeschreven tegen een dagelijks vast te stellen koers. De coupon van de vorige tienjarige lening was nog 7 procent. De voorwaarden van de nieuwe lening waren in lijn met de verwachtingen. Op de "grijze' nog niet-officiële markt boekte de lening een koers van 100.44, met een effectief rendement van 6,44 procent. De omzetten waren relatief groot. “De lening is enigszins duur, maar iedereen wil nieuw papier hebben”, aldus een handelaar. Het gebrek aan alternatieven voor obligaties, gerelateerd aan het D-markblok, zorgde voor hogere koersen. “Als er geen kopers zijn, zie je ook geen verkopers”, zei een obligatiehandelaar. Hij voegde daaraan toe te verwachten dat de zorgen over de toekomst van het Europees Monetair Stelsel (EMS) garant staan voor een forse vraag naar de nieuwe staatslening. Ook de verwachting dat de Duitse Bundesbank, zeker na de Nederlandse renteverlaging gisteren, krediet verder zal versoepelen, zorgt voor vraag.

De obligatiekoersen stonden vanmorgen aanvankelijk licht onder druk als gevolg van de lagere koersen in Duitsland, maar in de loop van de ochtend nam de vraag weer enigszins toe.

De storting moet plaatsvinden op 15 april. Vervroegde gehele of gedeeltelijke aflossing van de lening is niet toegestaan. De lening is bestemd voor de dekking van de financieringsbehoefte van het rijk in 1993. Deze behoefte wordt geraamd op 44,1 miljard gulden . Hiervan is tot nu toe 14,5 miljard gedekt via de openbare markt.

De op het moment meest courante lening, de zeven procents obligatie met een looptijd van tien jaar, daalde een basispunt tot 6,43 procent. Het verschil met Duitse obligaties bleef zven basispunten in het voordeel van het Nederlandse papier.