Masker en gezicht groeien naar elkaar toe; "Alpengluhen' van "Burgerschreck' Peter Turrini

Toen bekend werd dat het Burgtheater een nieuw stuk van toneelschrijver Peter Turrini zou brengen zette menig Oostenrijker zich al schrap. Inmiddels is "Alpenglühen' in première gegaan. “Weet je wie je daarnet omhelsd hebt?' vraagt de vrouw aan de man. “Is Peter Turrini zijn haat en zijn draad kwijt?” vroeg de Weense pers.

De première van "Alpenglühen' vond op 17 februari jl. plaats in het Burgtheater in Wenen. Regie Claus Peymann. Op 18 maart wordt het stuk in dezelfde enscenering voor het eerst opgevoerd in het Thalia Theater in Hamburg.

In de dependance van het Berliner Ensemble in Berlijn, is op 20 feb. een ander nieuw stuk van Peter Turrini in première gegaan: "Grillparzer im Pornoshop', regie Peter Palitzsch.

De Oostenrijkse toneelschrijver Peter Turrini was de afgelopen twintig jaar wat in het Duitse taalgebied een "Bürgerschreck' genoemd wordt, iemand die de gezeten, keurige, waardige burgerij geen goed hart toedraagt en geen gelegenheid voorbij laat gaan om haar te beledigen, te schokken, door elkaar te schudden en met haar neus op de waarheid te drukken. Hij deed dat in stukken als Rozznjogd en Die Minderleister, waarin proletarische hoofdfiguren met direct en eerder plat taalgebruik lak hadden aan elk aspect van de burgermaatschappij, waarvan zij slechts onderdeel waren als uitgebuite slachtoffers.

Het hardst sloeg hij toe met het zogenaamde passiespel Tod und Teufel, dat in 1990 in het Weense Burgtheater in première ging. De politiek, de kerk, de pers, de industrie moesten het ontgelden in een stuk, waarin met bloed en sperma niet zuinig werd omgesprongen. Door het spel liep als rode draad de zoektocht naar de zonde van een priester, van wie de kerk niet zonder reden de soutane had afgepakt.

Toen een tijd geleden bekend werd dat het Burgtheater, ditmaal in samenwerking met het Thalia Theater in Hamburg, in februari een nieuw stuk van Turrini, Alpenglühen zou produceren zetten heel wat brave Weense burgers zich al schrap voor wat, gezien de titel, een definitieve moord op Oostenrijk beloofde te worden. De toneelschrijver Felix Mitterer had al meer dan eens de uitverkoop van het Oostenrijkse landschap aan het toerisme aan de kaak gesteld, maar verwacht mocht worden dat de revolutionaire Oostenrijk-hater Turrini pas echt korte metten zou maken met het Alpenland.

Maar dàt gebeurde niet. Alpenglühen is een stuk vol vertwijfeling en onzekerheid, waarin en passant de Oostenrijkse werkelijkheid wel een veeg uit de pan krijgt, maar dat vooral een spel is over de spanning tussen schijn en wezen, over schuivende waarheden, over theater als werkelijkheid en realiteit als komedie. Niets is zoals het lijkt in Turrini's stuk, alles staat permanent op losse schroeven, hoogstens lijken de acteurs de "waarheid te liegen', in overeenstemming met een uitspraak van de schijver dat het theater een plek in de werkelijkheid is, waar je met gevoelens kunt laten zien wat reëel is.

De blinde hoofdfiguur in Alpenglühen woont al vier decennia op de boomgrens in het Tiroler hooggebergte. Zijn contact met de buitenwereld is minimaal. Een jonge dorpsgek brengt hem eten en leverde hem vroeger ook batterijen voor zijn draagbare radio. Maar al lang wil de blinde niet meer weten wat er in de wereld omgaat. Alleen nu en dan dwingt hij de geestelijk gehandicapte jongeman de uit het hoofd geleerde zin op te zeggen: “Alle mensen zijn gelukkig en leven in vrede. Opgewekt verrichten ze hun bezigheden.”

Als antwoord op een verzoek aan de blindenvereniging om hem een vrouw op zijn berg te sturen treedt Jasmine de eenzaamheid van de blinde binnen. Zij is een roodharige prostituée in een bontjas van plastic, die de hooggestemde liefdesbetuigingen van de literair geverseerde blinde beantwoordt met vruchteloos gerommel in zijn broek en het versieren van zijn tien vingers met gekleurde condooms. Tijdens het ontbijt, dat ze meteen na aankomst verorbert, laat ze de niet op alle terreinen achterlijke dorpsjongen tussen haar dijen snuffelen.

Ontmaskering

Tot zover is Alpenglühen een overzichtelijk Turrini-stuk met de gebruikelijke ingrediënten. Maar dan slaat de Pirandello in Turrini toe. De blinde, die zich als oud-journalist heeft gepresenteerd, blijkt een ex-nazi te zijn, en/of ook de ex-directeur van een theater in de provincie. De uitdagende prostituée ontmaskert zichzelf als oude vrijster en secretaresse bij de blindenvereniging. Maar even later ontpopt ze zich als een succesloze actrice met één rol: Julia in Shakespeare's Romeo en Julia.

De zelfontmaskeringen van de blinde oude man en Jasmine hebben onthuld dat zij beide "mensen van het masker', van het theater zijn. Beider diepste wezen ligt in het komediespelen, in het "doen-alsof', in de nabootsing. De blinde man in zijn zogenaamde bergidylle verdient er nog mee: hij doet allang verdreven vogels en andere dieren na om groepjes domme toeristen, die door gidsen genadeloos de natuur van het hooggebergte in worden gedreven, wijs te maken dat ze ongerepte natuur vol in het wild levende beesten bezoeken.

Ook de liefde is theater. In de laatste scène zitten de uitgerangeerde theaterdirecteur en de mislukte toneelspeelster op het veldbed, dat een van de weinige meubelstukken is in de van een spectaculair glazen dak voorziene leefruimte met uitzicht op bergtoppen van de blinde. Zij betuigen hun liefde aan elkaar door lange passages uit Romeo en Julia te declameren. Met elkaar, tegenover elkaar kunnen zij succes (zij buigen lang naar een denkbeeldig publiek) en liefde beleven zonder dat de waarheden uit de werkelijkheid hen storen.

“Weet je wie je daarnet omhelsd hebt?” vraagt Jasmine na de eerste omarming. “Een ongeveer vijftigjarige geschifte vrouw, een totaal mislukte actrice met een tamelijk vormeloos figuur”, antwoordt de blinde, die op zijn beurt vraagt: “En jij, weet je wie jij omhelst?” Jasmine: “Ja, een oude man; onoprecht, blind en impotent.”

Maar deze waarheden blijken irrelevant en zij dromen weg in fantasieën over succesvolle tournees en het leidinggeven aan beroemde theaters. Nog even laat de werkelijkheid van zich horen als de dorpsjongen, die gedacht heeft Jasmine met zich mee te kunnen lokken, zich in volle vaart op zijn motorfiets te pletter rijdt, waarna de rotsen een vuur weerkaatsen. "Ein kleines Alpenglühen' moet te zien zijn, schrijft Turrini in de regie-aanwijzingen. Decorontwerper Karl-Ernst Herrmann, die zijn bergtoppen het hele stuk door van kleur en sfeer laat veranderen, heeft er geen moeite mee.

Alpenglühen is een merkwaardig mild stuk voor Turrini. De oude blinde man lijkt in zijn drammerige mythomanie vaak uit een werk van Thomas Bernhard gestapt, een indruk die nog wordt versterkt door het feit dat de rol gespeeld wordt door Traugott Buhre, die in Bernhards "Der Theatermacher' schitterde. Kristen Dene, een andere fameuze Bernhard-actrice (diens stuk over Wittgenstein: Ritter, Dene, Voss droeg onder andere haar naam) speelt Jasmine.

Is Peter Turrini zijn haat en zijn draad kwijt? vroeg de Weense pers. Zegt de man, die als enige zag welke schade de consumptiemaatschappij in Oostenrijk aanrichtte, die begreep welke machtsverhoudingen de ontslagen in de staalindustrie veroorzaakten, die naar god ging zoeken toen iedereen hem kwijt was, zegt die schrijver nu "Bye, Bye Welt!?' vraagt het weekblad Falter zich af. En andere stemmen in de pers, die in de afgelopen jaren oversloegen van verontwaardiging over Turrini's choqueren, pretenderen nu dat zij de Turrini van vroeger veel beter vonden.

Skinheads

Dàt is unfair. Dat Turrini zijn strijdlust niet kwijt is en in radicale opvattingen in Oostenrijk nog geen concurrent heeft bewijst hij met een interview in het maandblad Bühne, waarin hij zegt dat de Duitse kanselier Kohl en zijn entourage plus de makers van "Rambo-films' net zozeer opgesloten moeten worden als de kaalgeschoren rechtsradicalen, die mensen in brand steken. “De echte skinheads zitten in het midden, in het centrum, in de machtscentrales, en deze jonge idioten in de marge voeren uit wat het centrum hen heeft voorgekauwd”, zo zegt hij letterlijk.

Wel geeft hij in hetzelfde interview toe dat hij, net als de figuren op de planken, zijn oriëntatie kwijt is. Voor de Muur in Berlijn viel werd er in de publiciteit alleen maar gelogen over hoe goed alles bij ons was en hoe slecht aan de overkant, zegt hij. “Nu groeien masker en gezicht naar elkaar toe, het ware en het onware vormen een brij, het werkelijke en het fictieve zijn niet meer uit elkaar te houden, de wereld heeft ons losgelaten, we bevinden ons in een vrije val, we zijn stijf van angst en zingen, terwijl we met de grootst mogelijke snelheid naar beneden vallen, nieuwe volksliederen.”

De blinde oude journalist/nazi/theaterdirecteur en de niet meer zo jonge prostituée/secretaresse/actrice in Alpenglühen vallen nog niet uit het hooggebergte naar beneden en volksliederen zingen zij ook niet. Zij spelen toneel, stappen van de ene rol in de andere, liegen, vluchten uit de werkelijkheid, maar spreken soms de waarheid. In de best gelukte passages lijkt hun gestumper op menselijk leven. Turrini brengt met Alpenglühen geen duidelijke, harde, niets en niemand ontziende boodschap. Eerder laat hij zich in dit stuk betrappen op zijn onzekerheden en dit heeft nu en dan overtuigend theater opgeleverd.