Maar helft van vrouwen krijgt advies van huisarts

Tweederde van de vrouwen in de overgang haalt de nodige informatie over hormoonsuppletie (toevoegen van natuurlijke oestrogenen in een dosering die niet hoger is dan die in het lichaam zelf) uit tijdschriften en kranten. Een bijna even grote groep laat zich voorlichten door vriendinnen. Daarna volgen radio en televisie als belangrijkste bronnen. Slechts één op de twee vrouwen krijgt advies van de huisarts.

Dat blijkt uit een onlangs gehouden onderzoek van het bureau MarketResponse. Er werden 2.555 vrouwen van vijftig jaar en ouder geênqueteerd. Met vijftig werd een uitvoerig gesprek gevoerd. Er zijn in Nederland zes belangrijke, enkelvoudige oestrogeenpreparaten op de markt. Daarnaast zijn er vier produkten waarin hormonen zijn gecombineerd. Voor enkele moet de patiënt bijbetalen als gevolg van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).

In de leeftijd van 50 tot 55 jaar gebruikt twaalf tot vijftien procent van de vrouwen een hormoonpreparaat tegen de overgangsklachten. In de leeftijd van 56 tot 60 jaar neemt dat percentage af van acht tot twee. Eén op de drie vrouwen blijkt niet te weten wat ze precies gebruikt. Veruit het populairste preparaat is de "hormoonpleister', die de helft van de markt uitmaakt. De belangrijkste klacht tijdens de overgang wordt gevormd door "opvliegers'. Eén op de drie vrouwen heeft last van slapeloosheid en transpiratie. Bij acht procent is botontkalking vastgesteld. Uit het onderzoek blijkt dat één op de drie gebruiksters nooit voor controle naar de dokter gaat, terwijl één op de vier elk kwartaal gaat. Bijna driekwart van de gebruiksters wijkt uit naar een ander preparaat, omdat het eerst voorgeschreven merk niet zou helpen. Eén op de vier vrouwen krijgt "weinig of geen' informatie van de arts als die hormoonsuppletie voorschrijft.