"Kijk- en meniscusoperaties zijn veelal overbodig'

ROTTERDAM, 12 MAART. Het grootste deel van de ruim vijftigduizend kijk- en meniscus-operaties aan de knie die jaarlijks in Nederland worden verricht kan beter achterwege blijven. Zeker veertig procent van de klachten blijkt met enig geduld spontaan te verdwijnen. En veel kijkoperaties leiden alleen maar tot nog meer kijkoperaties die vaak de klachten verergeren.

Dit zegt de hoogleraar in de orthopedie dr. B. van Linge in het college waarmee hij vandaag afscheid neemt van de Rotterdamse Universiteit. Volgens Van Linge is het al twintig jaar bekend dat de meniscusoperatie in zeer veel gevallen onnodig is. Het verwijderen van de meniscus is voor de knie vaak slechter dan een beschadigde meniscus gewoon te laten zitten, aldus Van Linge. Niettemin is het aantal meniscusoperaties, in 1970 al een van de meest voorkomende operaties, sindsdien meer dan verdubbeld. De hoogleraar wijt dat aan de druk die patiënten op medici uitoefenen om de ingreep uitvoeren. Vooral de kijkoperatie is een toverwoord geworden voor iedereen die iets aan zijn knie voelt. “Als medicus word je soms gedwongen in de knie te kijken omdat de patiënt dat wil, ook al weet je dat het eigenlijk zinloos is.”

In zijn afscheidscollege gaat Van Linge ook in op de manier waarop de "verstuikte enkel' en de "tenniselleboog' wordt behandeld. Voor de "verstuikte enkel' geldt sinds enkele jaren de standaardbehandeling door de huisarts met een elastische zwachtel. Toch werden er in 1991 ruim tweeduizend van die enkels geopereerd terwijl het “aannemelijk is dat de operatieve behandeling geen bijdrage vormt aan de genezing, deze ingreep nodeloos arbeidsongeschiktheid veroorzaakt en daarom beter achterwege kan blijven”. “Gezien de zinloosheid van deze operatie zou die niet meer moeten worden vergoed door de ziektekostenverzekeraars,” meent Van Linge .

In 1992 meldden ruim 13.000 Nederlanders zich langer dan zes weken ziek wegens een "tenniselleboog', een ontsteking op de plaats waar de spieren die de vingers strekken aan het beenvlies zijn bevestigd. Bij 1.300 mensen was het verzuim zelfs langer dan een jaar en die kwamen dus in de WAO terecht. En dat voor een aandoening die in de meeste gevallen geen enkele aanleiding geeft voor arbeidsverzuim. Als er niets aan wordt gedaan gaat de "tenniselleboog' in acht tot twaalf maanden vanzelf over, aldus Van Lingen. Dat er niettemin zoveel mensen toch mee in de ziektewet terecht komen is volgens hem in belangrijke mate te wijten aan hun behoefte aan medische behandeling. “De kans dat de periode van verzuim langer wordt of zelfs tot toetreding tot de WAO leidt is groot als de arts iets aan de elleboog doet of laat doen. Uit onderzoek blijkt dat er geen wetenschappelijke basis is voor de gebruikte therapieën.”

Van Linge zegt met de behandeling van de "tenniselleboog' te zijn gestopt toen hij de resultaten van dat onderzoek onder ogen kreeg. “Na het stellen van de diagnose kregen mijn patiënten uitleg over de aard van de pijn en het gunstige, spontane beloop. Bij controle bleken ze allemaal spontaan te genezen.”