Gynaecoloog opent centrum voor vrouwen in de overgang; "In lichaam gebeurt dan heel veel'

Vrouwen met overgangsklachten kunnen sinds kort terecht in een speciaal medisch centrum in Nijmegen. Het Menopauze Centrum is het eerste in Nederland. Per maand behandelen de artsen ruim vijftig vrouwen.

ROTTERDAM, 12 MAART. Iedere vrouw komt in de overgang, de periode voor en na de laatste menstruatie. Overgangsklachten zijn niet altijd aanwijsbaar, maar voor sommige vrouwen breekt een moeilijke levensperiode aan. De gemiddelde leeftijd waarop in Nederland bij vrouwen de laatste menstruatie optreedt is 51,5 jaar met een spreiding van 47 tot 56 jaar. Nederland telt 900.000 vrouwen van vijftig jaar en ouder. Tachtig procent heeft last van de overgang en tien tot vijftien procent heeft ernstige klachten.

Prof.dr. R. Rolland opende naar buitenlands voorbeeld in Nijmegen een kliniek voor deze vrouwen. “In het Plan-Simons was ruimte voor kleinschalige projecten en er werd steeds gesproken over vernieuwing in de gezondheidszorg. Alles wees er op dat er plaats zou zijn voor een dergelijk centrum”, legt Rolland uit. Samen met een aantal collega-gynaecologen en een radio-diagnost van het Radboudziekenhuis, het academisch ziekenhuis, werd geld bijeengebracht om het privécentrum in te richten.

In de maand januari bezochten 55 vrouwen het Menopauze Centrum in Nijmegen. Op een bovenverdieping van een villa aan de St. Annastraat - op nog geen kilometer afstand van het ziekenhuis - hebben de artsen twee kamers tot hun beschikking. Alles in stijl en enigszins aansluitend op het rustgevende grijs met een fel kleurtje van het fertiliteitscentrum dat beneden is gevestigd.

De meest voorkomende klachten in de overgang zijn menstruatiestoornissen, opvliegers (in combinatie met nachtelijke zweetaanvallen), vaginale veranderingen en botontkalking (osteoporose). Er zijn nog veel meer klachten, maar die zijn volgens enkele onderzoekers niet altijd typisch vrouwelijk of leeftijdsgebonden te noemen.

“De overgang is geen ziekte”, zegt de van oorsprong Noorse gynaecoloog Rolland, “maar dat laat onverlet dat sommige vrouwen ernstige lichamelijke of psychische klachten hebben. Vrouwen die werken kunnen niet snel toegeven aan een verstoorde nachtrust. Maar soms slaan zij hele nachten over en moeten de volgende morgen op het werk verschijnen alsof er niets gebeurd is. Er is in dat lichaam dan juist heel veel gebeurd.”

Rolland gelooft dat vrouwen in de overgang niet altijd genoeg “tijd en begrip” van de huisarts krijgen. “Dat is geen aanval op de huisarts maar eerder op de opleiding die huisartsen krijgen. Binnen de opleiding wordt te weinig over de overgang gesproken.”

De menopauze wordt veroorzaakt door het "opraken' van de eicellen in de eierstok. De eicellen zitten niet aan een stok, zoals wel wordt gedacht, maar vormen een stock (voorraad) van eicellen. De overgang kondigt zich aan door een verandering in het patroon van de maandelijkse bloedingen. Aan de laatste menstruatie valt niets bijzonders te merken. Pas achteraf blijkt dat het de laatste was. Voor een deel wordt dat moment bepaald door erfelijke factoren. Wanneer een moeder op een relatief late leeftijd haar laatste menstruatie had, kunnen haar dochters verwachten dat dit bij hen ook het geval zal zijn.

Volgens dr. P.C. Brand, die eind jaren zeventig promoveerde op het onderwerp, bestaat er ook een samenhang tussen lichaamslengte en de leeftijd waarop de menopauze intreedt (langere vrouwen neigen naar een latere menopauze) en een negatieve samenhang met roken (bij vrouwen die roken of gerookt hebben ligt de menopauzeleeftijd één tot twee jaar lager dan bij niet-rooksters).

In het buitenland is volgens Rolland een menopauze-centrum heel gewoon. Hij vindt dat het centrum niet gekoppeld mag zijn aan een ziekenhuis (“in een ziekenhuis voelt iemand zich meteen ziek”) en dat het geen hoge drempel mag hebben. De artsen moeten een adviserende taak hebben en vrouwen de gelegenheid bieden een botmeting te ondergaan.

Osteoporose is een traag verlopend proces in de beenderen, waarbij steeds meer botweefsel verloren gaat. Bij iedereen begint vanaf zijn veertigste jaar de hoeveelheid botweefsel af te nemen. Bij vrouwen gaat dat na de overgang alleen veel sneller. Op het centrum staat een botmeter die met röntgenstraling de toestand van de botten aangeeft. Rolland: “Een kwart procent van de Nederlandse vrouwen heeft een verhoogd risico op het krijgen van osteoporose. Het moment waarop botontkalking optreedt kun je uitstellen door eventueel levensstijl, voeding en beweging aan te passen. Als dat niet helpt kun je altijd nog overwegen hormonen toe te dienen.”

Bij de behandeling van overgangsklachten wordt veel gebruik gemaakt van vrouwelijke hormonen. Dit zijn dezelfde hormonen die vóór de overgang bij elke vrouw in de eierstokken aangemaakt werden. Hormoonbehandeling is omstreden, maar in sommige gevallen vinden vrouwen er baat bij en het heeft “een stimulerende invloed op de botaanmaak”.

Rolland is tevreden over de toeloop, maar “teleurgesteld” over de terughoudendheid van ziektekostenverzekeraars. Het ziekenfonds vergoedt noch consult noch botmeting, omdat het geen overeenkomst aangaat met artsen van een privékliniek. Een particulier verzekerde krijgt soms wel een vergoeding. Hierdoor krijgt het centrum volgens Rolland een elitair karakter, want niet iedereen is in staat de kosten zelf te dragen. Een botmeting plus uitslag plus inventarisatie van de risicofactoren plus advies kost 250 gulden.