Gesleutel aan jongensdromen; Panamarenko op een voetstuk

Hans Theys: Panamarenko. Uitg. Frank VanHaecke en Isy Brachot, 288 blz. Prijs ƒ 430,- (ISBN 90-5349042-6, levering via Nilsson & Lamm) (teksten in Engels, Frans en Nederlands).

"Maar al die willen ter kaperen varen moeten mannen met baarden zijn.' Gespierde taal, een pistoolmitrailleur, een Aziatische prent waarop een vechtersbaas een afgehakte kop toont en twee papegaaien in een kooi sieren de omslag. Op de binnenflap zien we de gladgeschoren Antwerpse kunstenaar Panamarenko met een filtersigaret tussen zijn lippen ontspannen zittend aan een met bloemetjeskleed bedekte tafel. Triomfantelijkheid gaat hier gekleed in een legerjas bezaaid met koperen knopen en epauletten voorzien van rode en gouden strepen. Een glas Pomerol en een liter Castrol motorolie bevinden zich hier onder handbereik van de man wiens oeuvre in het teken staat van het voortdurend gesleutel aan jongensdromen.

Panamarenko's dromen hebben veelal vorm gekregen in vliegtoestelachtige constructies. Of zijn eigenhandig in elkaar geknutselde eenpersoons luchtkarretjes werkelijk van de grond komen doet niet ter zake; vliegen, zo lijkt Panamarenko te verkondigen, dat doe je in je hoofd tijdens het tekenen en bouwen van prototypes. Daarin vindt hij de ware vlucht die naar grotere hoogten reikt dan willekeurig welke space-shuttle ooit weet te halen.

Als het aan Hans Theys (1963) ligt dient Panamarenko, die vaak vergeleken is met figuren als Howard Hughes, professor Zonnebloem en Leonardo da Vinci, beschouwd te worden als een van de belangrijkste kunstenaars van deze eeuw.

Van Theys' hand verscheen onlangs een mede door Panamarenko's Brusselse galerie Isy Brachot uitgegeven boekwerk met een omvang van de Grote Bos-atlas waarin vijfhonderd illustraties en een complete beschrijving van Panamarenko's "totale oeuvre' zijn opgenomen.

Als onbetwist genie en als geïsoleerd verschijnsel wordt hij door Theys in lyrische bewoordingen op een voetstuk geplaatst. "En wie Panamarenko's zwaarte niet voelt,' zo besluit Theys zijn ode, "die kan naar de kloten lopen'.

"Totale oeuvre', het lijkt alsof Panamarenko, van wie een overzichtstentoonstelling tot juli dit jaar langs maar liefst vijf Japanse musea reist, al niet meer onder ons is. Maar Panamarenko is nog lang niet aan het eind van zijn Latijn. Dat bleek onlangs nog op de Documenta, waar hij zijn spiksplinternieuwe vliegende auto, de "K2, The 7000-Meter-High Flying Jungle and Mountain Machine' introduceerde.

Het ultieme boek over Panamarenko heeft een blauw schutblad, precies zoals in antiquarische Kuifje-albums met harde kaft. En net als in die oude Kuifjes worden ook hier de helden van het boek in witte lijntjes voorgesteld.

Daar is de 27 meter lange Aeromodeller, de zeppelin gemaakt van transparant PVC met een rieten mand die in 1971 bijna de vlucht naar Park Sonsbeek wist te maken om de beeldententoonstelling "Sonsbeek buiten de perken' kracht bij te zetten. Hij heeft nu een vaste plek gevonden in het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent. Ook de gestroomlijnde rubberen auto die in het Kröller-Müller museum is gebleven na Panamarenko's prachtige overzichtstentoonstelling daar in 1978 - midden in zijn sterkste periode, is present, evenals zijn door een elektromotor in beweging gezette rietstengels (1967) en de "Magnetische schoenen' met de tien sterren tellende vliegenierspet, die in een van Panamarenko's eerste tentoonstellingen te zien waren in de Haagse galerie Orez. Ook een van zijn laatste projecten, "Archaeopterix', een kip met het voorkomen van een voorhistorische vogel met puntige tanden, die loopt op zonne-energie en die rechtsomkeert maakt, zodra een sensor een obstakel signaleert, is op het schutblad vereeuwigd, net als het centrifugaal aangedreven magnetisch ruimteschip en de rugzakpropeller, waarmee hij eens voor een afgrond hoog in de bergen poseerde met zijn rug naar de camera toe, ontbreken niet.

Panamarenko ontleende zijn pseudoniem aan de door hemzelf opgerichte maatschappij Pan American Airlines and Company, al wordt dit door Theys, die waarschijnlijk bewust zijn ware naam verborgen houdt, ten stelligste ontkend. Volgens Theys is het een verzinsel van zijn voormalige galeriehoudster Anny De Decker. Zijn biografie vermeldt wel dat Panamarenko enig kind is, dat zijn vader als elektriciën in de Antwerpse haven werkte en dat zijn moeder - die Panamarenko nog steeds in huis heeft - tot halverwege de jaren zeventig een schoenenwinkel dreef.

Als kind maakte hij in Antwerpen tijdens een rit in de tram een bombardement van nabij mee. Door een ontploffing schoot de tram uit de rails. Een tweede bom zag hij "als een vallend blad' een landing maken. Het ging om een vliegende bom - een Duitse V1 - die weer opsteeg om even later enkele kilometers verderop in een park terecht te komen. De tweede helft van de jaren vijftig bracht hij door op de kunstacademie in Antwerpen. In 1960 ontwierp hij een flipperkast die een jaar lang in een bar heeft gestaan. Na zijn eerste kunstwerk "Copper Plates with Bullet-holes' (1963) richtte hij het blad "Happening News' op, organiseerde hij happenings en maakte hij zijn eerste poëtische objecten, zoals "Laarzen met sneeuw' en "Ice Cream'. Hij breekt pas goed door in de internationale kunstwereld als hij op verzoek van Joseph Beuys in 1968 zijn werk "Das Flugzeug' exposeert in Düsseldorf.

Theys' boekwerk over Panamarenko mag dan wel letterlijk van groot gewicht zijn, inhoudelijk blijft het onder de maat, vooral omdat de beweegredenen van de kunstenaar zo weinig aan bod komen en de beeldende kant van zijn werk volkomen verwaarloosd wordt. Op welk een bijzondere wijze Panamarenko "hopeloos knoeit met radertjes', lijkt Theys te ontgaan. Theys maakt veelvuldig gebruik van frasen als "Panamarenko? Pure onverantwoordelijkheid!' of "simpel amusement'. Tot poëtische beschrijvingen weet hij echter niet te komen ofschoon Panamarenko's oeuvre daar alle aanleiding toe geeft, ergens schrijft hij zelfs: "Er is namelijk geen bal aan, aan al die beeldende kunst'. Ook is het jammer dat hij de kunstenaar, die zo innemend over zijn eigen werk kan vertellen, niet aan het woord laat, maar slechts hier en daar citeert.

Theys heeft ook geen serieuze pogingen ondernomen om de kunstwerken te verduidelijken. In plaats daarvan vermeldt hij bij ieder kunstwerk waar het ooit te zien is geweest. Door deze vaak ellenlange opsommingen van weinig zeggende feiten heeft het boekwerk iets van een kunsthandelbrochure gekregen.