Familie

Mijn buurmeisje verzamelt van alles. Mooie stenen en dan moet ik raden waar ze die heeft gevonden. Vreemde munten en altijd moet ik uitrekenen hoeveel ze waard zijn. Nu is ze met plaatjes begonnen.

Ze spaart kiekjes en prentbriefkaarten, krantefoto's en reclamefolders, soms weekt ze zelfs het etiket van een wijnfles. Alle tijdschriften in haar huis hebben van die lege vensters. Daar heeft een foto gezeten die keurig langs de rand is uitgeknipt.

Hoe moeten al die plaatjes worden bewaard? Dat vindt ze het allerleukste werk. Ze stopt ze niet lukraak in een doos, nee, ze doet ze in een oude map of gebruikte envelop waarop ze heel zorgvuldig een woord heeft geschreven.

Een kerk? Die gaat in de envelop met de titel "hoog'. Een veulen? Zit bij haar in de map "lief'. Een advertentie voor roomboter? Hoort bij "dik' natuurlijk.

Het is nooit te voorspellen hoe ze een plaatje indeelt. Dit keer laat ze me een foto van een filmster zien. Het is Angela Lansbury, ik herken haar meteen. Ze zal wel uit een oud album van de moeder van de verzamelaarster komen.

Nu begint ons spel. Ik moet raden in welke map Angela wordt gestopt. Filmster ligt te veel voor de hand. Wacht, ze speelt, jaren ouder, een vaste rol in een detective op de buis.

"Televisie?'

"Fout.'

"Blond?'

"Nee.'

"Jaren vijftig?'

"Ook niet.'

De eerste mogelijkheden zijn uitgeput. Wat kan Angela in vredesnaam nog meer voor haar betekenen? Mooi? Glimlach? Make-up? Roem?

Weer zit ik mis.

"Ze gaat in de map van mijn oudste nichtje. Daar lijkt ze op.'

Even gunt ze me een blik op wat er nog meer in die map is opgeborgen. Een haarlok, een gitarist, een stuk zilverpapier met bruine vlekken en zelfs een rouwkaart. De zwarte rand komt net boven het blonde haar uit.

Dan slaat ze de map vlug dicht. Ernstig kijkt ze me aan. Ik heb genoeg gezien. Meer mag ik niet van haar nichtje weten.