Europa van twee snelheden is betere basis dan "Maastricht'

De politieke agenda van de Gemeenschap zal de komende jaren worden beheerst door twee onderwerpen die geen deel uitmaken van het Verdrag van Maastricht, namelijk de verhouding met de Oosteuropese landen en de uitbreiding van de Gemeenschap met nieuwe leden.

De politieke omwenteling in Oost-Europa zal ons in de komende jaren politiek, economisch en emotioneel diep blijven raken. Ten eerste zal Europa tegen wil en dank bij conflicten tussen en binnen de Oosteuropese staten worden betrokken. Van een formele rol van de Gemeenschap als zodanig bij de oplossing daarvan ben ik geen voorstander. Als Joegoslavië ons iets heeft geleerd dan is het dat politiek en institutioneel de tijd nog niet rijp is voor een leidende rol van de EG in dit soort zaken. Intern blijven de meningen en de emoties verdeeld en het ontbreekt de Gemeenschap aan discipline en procedures om zich snel en slagvaardig in politieke mijnenvelden te bewegen.

Ik voorzie dan ook een blijvende leidende rol van de VS en de andere permanente leden van de Veiligheidsraad. Om praktische redenen is de militaire organisatie van crisisbeheersingsoperaties op te dragen aan de NAVO: daar krijgt de samenwerking met de VS vorm, daar treft men een geïntegreerde militaire structuur aan, daar spreekt men elkaars taal. Ik besef dat dit tegen het zere been van Frankrijk is, maar alles is beter dan de pretentie dat de Europese Gemeenschap of de Westeuropese Unie (de WEU) effectief kunnen optreden.

De Oosteuropese staten verkeren nu in een veiligheidsvacuüm. Zij streven naar het lidmaatschap van de NAVO. Dat zou alleen kunnen gebeuren bij gelijktijdige vervulling van drie voorwaarden: - binnen de NAVO moet overeenstemming over een dergelijk lidmaatschap bestaan; - het democratisch gehalte van de toetredende staat moet blijken uit het lidmaatschap van de Raad van Europa; - er moet een zekere mate van afstemming met Rusland over de gewenste veiligheidstructuur van Europa zijn.

Het is duidelijk dat vooral de derde voorwaarde niet gemakkelijk zal worden vervuld. De economische reïntegratie van de Oosteuropese landen, zal ons voor aanpassingsproblemen plaatsen. Vandaag kan Hoogovens daar al over meepraten; morgen zal zich dat in andere sectoren voordoen. Om voor de hand liggende redenen bepleit ik een zo liberaal mogelijke opvang van dit probleem. Snelle verruiming van de handel met West-Europa is praktisch de enige uitweg uit de economische crisis voor die landen.

Het is te verwachten dat de toenemende invoer uit Oost-Europa zal plaatsvinden in de wat rijpere industrie-sectoren, die in West-Europa al niet zonder problemen zijn. De roep om bescherming valt dus te verwachten. Maar de bekende protectionistische reflex van de Gemeenschap moet worden onderdrukt. Handelsverruiming met Oost-Europa betekent aanpassing en herstructurering in West-Europa. Dat zal in sommige gevallen kunnen leiden tot structuur- of crisismaatregelen van Brussel. Maar kwantitatieve beperkingen zijn zelden van tijdelijke aard. Iedereen weet welke archaïsche quota-regelingen thans nog gelden voor de textiel.

Verder pleit ik voor een actieve rol van de Gemeenschap in de economische en technische hulpverlening aan Oost-Europa. Wat wij nu zien, is de bekende wildgroei van bilaterale verdragen van lidstaten met de vele nieuwe partners ten oosten van de Oder. Dergelijke ontwikkelingen staan garant voor veel nieuwe subsidiepotjes. Met de markt en het scheppen van voorwaarden voor marktconform opereren van bedrijven heeft dit weinig van doen.

De uitbreiding van de Gemeenschap zal ons voor enige cruciale vragen plaatsen. De minste problemen zijn te verwachten met de interne markt. In beginsel zullen Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk op basis van wat al tot stand is gebracht in het kader van de Europese Economische Ruimte weinig moeite hebben zich aan te passen.

Maar hoe zit het met de landbouw? Gaan wij grote aantallen bergboeren en andere deeltijdlandbouwers in het huidige gemeenschappelijk landbouwbeleid onderbrengen? Gaan wij over nieuwe subsidies en verdere verfijningen van quota's praten? Krijgen Nederlandse exporteurs nu echt onbelemmerde toegang tot de noordelijke markten? Zal Zweden met zijn opgeblazen publieke sector en lange traditie van concurrerende devaluaties toetreden tot de Economische Monetaire Unie? Zullen Finnen deelnemen in samenwerking op defensie- en veiligheidsgebied?

Centraal is de gemeenschappelijke markt: thans twaalf, straks zestien of zeventien leden. Het gaat hier om de kerntaak van de Gemeenschap. De basis is sterk want de markt stoelt op gemeenschappelijke, marktconforme belangen.

Maar de uitbreiding zal de bestuurlijke en institutionele problematiek, die met twaalf lidstaten al ingewikkeld genoeg is, verder compliceren. Het valt te betwijfelen of wij deze eeuw een EMU tot stand zullen brengen met een brede basis. Slechts een kleine groep landen rondom de kern van Duitsland, Frankrijk en de Benelux zal kwalificeren of de keuze tot toetreding willen maken. Dat mag niet tot uitstel van de EMU leiden. De harde-muntlanden moeten gewoon het tijdschema van "Maastricht' volgen en de zwakke broeders buiten houden zolang zij niet aan de criteria voldoen. Beter een kleine EMU met een sterke munt dan een grote met inflatie.

Een dergelijke kerngroep zie ik ook ontstaan voor de samenwerking op de gevoelige terreinen van politie en justitie. Het beginsel van twee snelheden is al aanvaard met het verdrag van Schengen. Als er straks zestien in plaats van twaalf lidstaten zijn, worden verschillende snelheden noodzakelijk. We moeten vooruitgang op het terrein van de grensoverschrijdende rechtshandhaving niet afhankelijk maken van de illusie dat alle lidstaten dit effectief kunnen meemaken.

Het heeft weinig zin essentiële veiligheidsvraagstukken los van Amerika aan te pakken. Ik zie dan ook geen brood in afzonderlijke Europese organisaties voor veiligheids- en defensiesamenwerking die het werk van de NAVO doubleren of - erger nog - concurrentie aandoen.

Het geheel overziend - de gemeenschappelijke markt, de EMU, de samenwerking op het gebied van rechtshandhaving en de vragen op het gebied van veiligheid en defensie - is het de vraag of "Maastricht' wel de grote politieke noemer zal zijn waarop de verdere Europese integratie zich zal grondvesten. Ligt een Europa van wisselende samenstellingen en van meer dan één snelheid niet meer voor de hand?