Enkele noten, in plaats van weidse klankvelden

Concert: Asko Ensemble o.l.v. Jonathan Nott. Werken van Varese, Jeths, Goehr, Lenners en Xenakis. Gehoord: 10/3, IJsbreker, Amsterdam. Herhaling: 12/3 Saarbrücken, 13/3 Metz, 14/3 Luxemburg, 21/3 Brussel (Festival Ars Musica).

Gewoonlijk moeten avantgarde-componisten genoegen nemen met een enkele uitvoering van een nieuw werk: ofwel een volgende laat lang op zich wachten ofwel volgt nimmer (Webern: “En houdt het wachten dan nooit op?”). Zeker het type emotierijke muziekstukken waarin “de componist de straat op gaat, gekleed in zijn bloed” (Rihm) en de intuïtie een belangrijker rol speelt dan voorgevormde structuren is het meermalen uitvoeren van groot belang, want pas door veel spelen ontdekt men welke gebaren werkelijke inhoud hebben.

Euromusic onder het patronage van Haut Conseil Culturel franco-allemand staat garant voor tenminste drie uitvoeringen van een deze week door de Amsterdamse IJsbreker gepresenteerd programma, te weten in Saarbrücken, Metz en Luxemburg en een vierde in het kader van een festival in Brussel.

Een van de werken die werd uitgekozen was A bout de souffle (1993) van Willem Jeths, opgedragen aan het Asko Ensemble in een zetting van klarinet, hoorn, fagot, twee violen, altviool, cello en contrabas. Het is een stuk dat een beetje onhandig klinkt want al die tremolo's en Ligeti-achtige slierten doen het nu eenmaal veel beter bij een grotere bezetting: nu hoor je teveel (oninteressante) afzonderlijke noten, in plaats van de beoogde spanningverwekkende klankvelden.

Maar als contrabas en cello met trommelstokken bespeeld als een quasi funkbas gaan fungeren en al het voorgaande gefriemel molto ritmico in een percussieve stroomversnelling geraakt, ontstaat er èchte spanning. En wanneer na een generale pauze de klarinet krijsend hoog inzet (A bout de souffle heeft nog het meeste weg van een mini-klarinetconcert), gevolgd door expressionistische ademstoten in de hoorn staat je eigen adem helemaal stil. en weet je: dit had het slot moeten zijn!