Dagelijkse dingen van het dito bestaan

Voorstelling: Vrolijk langs de kern, door Paul Haenen. Regie: Carel Alphenaar. Gezien: 11/3 in Nieuwe de la Mar-theater, Amsterdam. Aldaar t/m 21/3, daarna elders.

“Ik wilde er vanavond een makkelijke avond van maken,” zegt Paul Haenen ter introductie van zijn nieuwe voorstelling - en dat doet hij ook. Weinig van de levenswijsheden uit eerdere programma's, geen snelle verkleedpartijtjes zoals in de vorige voorstelling, vrijwel niets van dat alles. Alleen de man wiens vierkleurenportret op het affiche staat, met zijn kranteknipsels, zijn gekwebbel met het publiek (vrijwel niemand die dat contact zo snel legt als hij), zijn buurpraatjes over de dagelijkse dingen van het dagelijkse bestaan en nog een paar dialogen met een eerder opgenomen videobeeld. Zelfs de kranteknipsels waren gisteravond van het makkelijke soort: vooral fait divers uit regionale kranten. “Goh,” zegt hij dan, nadat hij zo'n bericht met zijn intonatie lachwekkend heeft gemaakt. Of: “Erg hè?”

Paul Haenen is als geen ander in staat al zijn teksten te berde te brengen alsof ze hem op datzelfde moment te binnen schieten. Hij wekt de indruk dat hij maar wat staat te keuvelen - een indruk die nog wordt versterkt door de half-geïmproviseerde momenten waarop hij reacties uit de zaal laat komen en suggereert dat iedereen vrijuit iets terug kan zeggen. En hoewel daar langzamerhand een respectabele ervaring als entertainer aan ten grondslag ligt, blijft hij met succes suggereren dat het allemaal maar een aardigheidje is. Hij houdt niet van cabaretiers met een grote bek, hij houdt het liever gemoedelijk en vertelt over zijn poes die deze zomer overleed, over het drinkbakje van het dier en het katteluikje dat hij voor haar kocht. Of hij draait een stukje van de laatste cd van Ella Fitzgerald en gaat daar stil bij staan luisteren, zoals hij dat ook ooit deed met Sinatra. Gewoon, omdat hij dat mooi vindt.

De sfeer is bij tijd en wijlen die van een huiskamer, waar een onderhoudende vriend op bezoek is. Die vriend is op zijn leukst als zijn fantasie op hol slaat, als hij het verhaal achter het krantebericht bedenkt of verzint hoe een huwelijksruzie verloopt of een conflict op kantoor of een gevecht tussen de poes en een vogeltje. Maar soms zijn er ook onderwerpen die zich daartoe niet lenen, en dan krijgt het bezoek iets geforceerds, want de toehoorders willen nòg een keer lachen en hij heeft even niets voorhanden. Het is dun ijs waar Haenen op schaatst. Hij heeft heel weinig nodig om op dóór te fantaseren, maar de grens tussen weinig en niets is niet scherp te trekken. En af en toe vond ik dat hij gevaarlijk dicht in de buurt was van het niets.