Cultuurschokjes

Olga Krijt: Gevaarlijk geheim. Uitg. Leopold. ƒ 24,90. Vanaf 10 jaar.

"Het is maar een film' of "In boeken kan alles'. De meeste jonge kinderen krijgen dit wel eens te horen omdat ze iets eng vinden, of ongeloofwaardig. Maar zodra ze in staat zijn onderscheid te maken tussen fictie en werkelijkheidzijn dit soort uitspraken eerder teleurstellend dan geruststellend: het leven van film- en boekenhelden is nu eenmaal een stuk spannender en mooier dan het gewone leven.

Dit uitgangspunt vormt de basis van het Gevaarlijk geheim, waarmee Olga Krijt - bekend om haar vertalingen van Nederlandse romans en kinderboeken in Tsjechisch - debuteert als kinderboekenschrijfster. "Hoe komt het dat boekenkinderen altijd zoveel beleven?' vraagt de hoofdpersoon in haar boek zich af, en na een kleine veertig pagina's is ze erachter hoe het zit: "De boekenkinderen maken ook niet ELKE dag iets mee! Over onbenullige dingen wordt er in die boeken niet geschreven. Een waarheid als een koe.'

Gevaarlijk geheim. Je zou verwachten dat Krijt een spannend avontuur voor haar lezers in petto heeft, maar achteraf blijkt de ironie een rol te hebben gespeeld bij het bedenken van deze titel. En toch ook weer niet, want het geheim waarin de Tsjechische Anka in het begin van het boek wordt betrokken is tot op zekere hoogte wèl gevaarlijk. In de herfst van 1989 krijgt Anka van haar oma te horen dat haar vader een broer heeft die in Nederland woont. Deze oom is in 1968, ten tijde van de Praagse Lente, naar het Westen gereisd en daar is hij sindsdien gebleven. De ouders van Anka, die in het Praag van na Dubcek is opgegroeid met het idee dat emigranten "slechte mensen' zijn, hebben nooit over de afvallige oom gesproken. Dit om te voorkomen dat de autoriteiten hun dochter zouden lastig vallen met vervelende vragen over het zwarte schaap van de familie.

Een maand later valt de Berlijnse Muur en vanaf dat moment is Anka's geheim niet langer gevaarlijk. En in het tweede deel van het boek, dat zich zo'n drie jaar later afspeelt, krijgt Anka de kans haar onbekende familie in Nederland te bezoeken. Het avontuur lokt. Eindelijk zal ze iets beleven, eindelijk zal ze haar neef ontmoeten, een neef zoals die van de heldin uit haar - uit het Nederlands vertaalde - lievelingsboek. Maar de logeerpartij loopt in eerste instantie uit op een teleurstelling. Afgezien van wat kleine cultuurschokjes (die Nederlanders stoppen zomaar geld in automaten zonder dat ze er iets voor terugkrijgen!) valt er niet veel bijzonders te beleven in Voorburg: een paar uitstapjes, maar ook veel saaie, eenzame momenten. En die neef kan ze niet uitstaan.

Aan het eind van het boek, als Anka terugkijkt op een al met al geslaagd verblijf in Nederland, betreurt ze het dat ze geen dagboek heeft bijgehouden. Overtuigend is de manier waarop Krijt haar laat inzien dat ze wel degelijk een avontuur heeft beleefd, al was het niet zo spannend als wat "boekenkinderen' allemaal meemaken: "Je kùnt het niet beschrijven. Dat wordt niks. Tien, twintig regels alles bij elkaar. Niets bijzonders. Want hoe je je voelde toen het allemaal gebeurde - vind daar maar eens precies de woorden voor! En toch, en toch...'

Het is jammer dat Krijt zelf kennelijk geen genoegen nam met dit zo fraai uitgewerkte en afgeronde thema. Want Gevaarlijk geheim strandt op den duur in z'n eigen complexiteit, het is een totaalpakket van zijlijntjes, verhaalmotieven en subthema's. Irritant is bij voorbeeld dat ze Anka's nieuw verworven inzichten op het gebied van literatuur expliciet in verband brengt met het volwassen worden: op de terugweg naar Praag overpeinst Anka dat het toch wel erg kinderachtig was, "dat dwepen met haar boekenvrienden, haar hunkeren naar grote avonturen'. En alsof dat nog niet genoeg is, staat Anka's reis naar Nederland ook nog vóór het vinden van vriendschap en erkenning, want thuis in Praag was het op dat gebied ook maar behelpen.

Een interessant debuut, dat wel, maar verre van evenwichtig omdat Krijt zoveel overhoop haalt. En in stilistisch opzicht wil het ook nog niet echt lukken. Te vaak beroept ze zich op een jolig, met veel uitroeptekens doorspekt puberjargon - "geinig', "joepie!' en "zeker weten' - en op uitleggerige dialoogzinnen als "Het is immers al juni, eind van het schooljaar.'

Ten slotte Anka zelf. Die beviel me ook niet helemaal. Een uiterst nobel meisje, dat allerlei mooie dingen die ze in Nederland cadeau krijgt onmiddellijk weg wil geven aan haar minder bevoorrechte vriendin in Praag. Typisch een boekenkind - zo ken ik ze niet.