CONCURRENTIE (1)

De stelling van redacteur Ferry Versteeg in NRC Handelsblad van 4 maart, dat de Europese industrie door personele overvloed op achterstand wordt gezet, geldt niet voor de automobielindustrie.

De Europese GM-dochter Opel behaalde in 1992 een miljarden-winst, terwijl het Amerikaanse moederbedrijf ondanks een grotere produktie-efficiency een recordverlies boekte. Een andere Zuidduitse fabrikant, BMW, verovert met zijn nieuwe 3-seriemodel op de Amerikaanse markt het "sportsedan segment' terug op de Japanse merken. De Amerikaanse pers prefereert de door Mercedes-Benz en BMW van nieuwe motoren voorziene middenklassers weer boven de Toyota Lexus en Cadillac, ondanks het kostenvoordeel van de laatste twee auto's omdat ze ongeveer tweemaal zo snel geassembleerd worden als de Zuidduitse concurrenten.

De overvloed aan personeel, voorzover die te maken heeft met lagere produktie-efficiency, bepaalt slechts voor een klein deel de totale concurrentiekracht van een bedrijf. Bij een technisch hoogwaardig produkt als een auto zijn marketing en produktontwikkeling even belangrijk als produktie. Bovendien worden factoren die concurrentiekracht vergroten of verkleinen vooral regionaal bepaald; niet per werelddeel, en slechts in mindere mate per land.

M. Porter onderscheidt in zijn boek "The Competitive Advantage of Nations' (1990) deze factoren die tot concurrentievoordeel leiden: de kwaliteit en kwantiteit van personeel in de regio, de aanwezigheid van kennisinstituten, concurrenten en aanverwante industrie in de regio, het beschikbare kapitaal, en de thuismarkt. Tezamen bepalen die factoren of het "milieu' waarin het bedrijf zijn kennis en kapitaal moet vinden, geschikt is voor het bedrijf. Gespecialiseerde kennis, geconcentreerd in een bepaalde regio, vormt zo de kern van een cluster van bedrijven en instellingen die kennis genereren en toepassen.

Het relatieve verval van DAF ten opzichte van Mercedes Trucks en Philips ten opzichte van Sony komt dan ook door de kleinschaligheid van de regio Oost-Brabant, waar de bedrijven het kapitaal, de marketing-, produktie- en produktkennis, de trouwe klanten, en de collega concurrenten moeten kunnen aantreffen.