Chailly maakt muzikale vorm tot geheim thema

Concert: Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Alessandra Marc (sopraan) en Hakan Hagegard (bariton). Programma: J. Brahms: Eerste serenade; A. Zemlinsky: Lyrische Symphonie. Gehoord: 10/3 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 12, 14/3. Radio-uitz.: 17/3 Avro Radio 4.

De Eerste serenade van Brahms (1858) is eigenlijk een symfonie en misschien, als Jacques Zoon op het podium zit, ook wel een soort fluitconcert. De Lyrische Symphonie (1923) van Zemlinsky is geen echte symfonie, eerder een liederencyclus maar dan in de vorm van het slot van een opera. De onzekerheid over de vorm is deze week het "geheime thema' bij het Concertgebouworkest en Riccardo Chailly laat het driedubbele karakter van beide werken zorgvuldig in stand. Hij kiest niet voor één van de aspecten en houdt zo zijn fraaie uitvoeringen spannend.

De hoekdelen van de vijftig minuten durende Eerste serenade, door de 27-jarige Brahms gecomponeerd achttien jaar voor hij de Eerste symfonie publiceerde, hebben een symfonische allure en stralen dat ook uit. Maar de delen daartussenin klinken ingehouden en - in het wellustig langzaam genomen Adagio non troppo - zelfs behoedzaam en gedempt: intieme muziek die alleen is bestemd voor wie wil luisteren. Chailly behandelt zo'n eigenlijk veel te lang stuk met zóveel beheerste liefde en muzikanteske aandacht dat het lijkt alsof hij een eerbetoon brengt aan elke concertbezoeker persoonlijk.

De zelden te horen Lyrische Symphonie van Zemlinsky - een werk voor orkest, sopraan en bariton op zeven teksten van de Indiase dichter Rabindranath Tagore - is late laat-romantiek in de traditie van Mahlers Das Lied von der Erde en Schönbergs Gurrelieder. De zeven om en om door man en vrouw gezongen "liederen' in het ééndelige werk behelzen een nachtelijke ontmoeting en een afscheid en vormen zo een duet van "opera-aria's'.

Een regel tekst als Deine lippen sind bittersüss vom Geschmack des Weins aus meinem Leiden lijkt een variant op Es war ein bitterer Geschmack auf deinen Lippen in de slotscène van Strauss' opera Salome. Sopraan Alessandra Marc benadrukt het opera-aspect door als een Koningin van de Nacht te zingen in een glinsterend kobaltblauw gewaad dat een sterrenhemel verbeeldt: Mein blauer Mantel wird dich umschmiegen wie die Nacht.

Bariton Hakan Hagegard herinnert aan Das Lied von der Erde, wanneer zijn weinig voluminueze stem verdwijnt in sommige overweldigende orkestpassages, die helaas nogal dik aandoen, minder geraffineeerd dan bij Strauss. Maar op zijn mooist en sterkst werkt de Lyrische Symphonie wanneer Zemlinsky de orkestratie en het volume minimaliseert in de twee laatste sopraanliederen, prachtig strak en bijna instrumentaal gezongen door Alessandra Marc, eindigend in extase.