Bulgarije; Sofia lijkt op weg naar een crisis

Bulgarije staat voor een politieke crisis, die kan leiden tot een versplintering van het huidige partijenstelsel en die zelfs de (ex-)communisten weer aan de macht kan helpen. Alleen dat vooruitzicht lijkt een uitbarsting van de crisis nog tegen te houden.

De belangrijkste oorzaak is de scheiding der geesten die zich in hoog tempo voltrekt binnen de Unie van Democratische Krachten (SDS), de paraplu waaronder zich in 1989 de democraten schaarden - democraten van rechts, midden en links die met elkaar slechts hun afkeer van het communisme gemeen hadden. De SDS is met 110 zetels in het parlement de grootste partij, maar heeft geen absolute meerderheid: de ex-communistische socialistische partij BSP heeft 106 zetels, de Beweging voor Rechten en Vrijheden (DPS), de partij van de Turkse minderheid, zit met de resterende 24 zetels op de wip. Nadat eind vorig jaar premier Philip Dimitrov, leider van de SDS, ten val was gekomen, konden de twee grote partijen maandenlang geen nieuw kabinet formeren; uiteindelijk schoof de kleine DPS haar kandidaat Berov naar voren, die het wel redde.

De SDS is drie jaar lang bijeengehouden door de gemeenschappelijke vrees voor een communistische restauratie - de ex-communisten hebben tenslotte slechts vier zetels minder dan de SDS - maar eind vorig jaar begon de façade forse gaten te vertonen. Een kwart van de SDS-parlementariërs hielp in december samen met de ex-communisten en de DPS Berov in het zadel - tegen de zin van SDS-leider Philip Dimitrov in.

Sindsdien is de polarisatie nog toegenomen. Dimitrov en zijn SDS zijn volop in de oppositie gegaan, ook al liet Berov al bij zijn aantreden weten het SDS-beleid uit te voeren en wijken zijn prioriteiten niet wezenlijk af van wat de SDS wil. Berov regeerde nog geen week of Dimitrov kwam al tot de conclusie dat de nieuwe premier de SDS-lijn “ombuigt” en zich van de SDS “distantieert”. In februari zette het bestuur van de SDS, gedomineerd door Dimitrov, enkele SDS-parlementariërs die voor Berov hadden gestemd uit de parlementsfractie. Het werd het sein voor een leegloop: veertien leden zijn inmiddels uitgestoten of zelf weggelopen, als gevolg waarvan de SDS als grootste partij in het parlement door de ex-communisten is ingehaald.

Ook in de structuren van de SDS kraakt het. Een linkse groep, de Alternatieve Sociaal-Liberale Partij, is uit de coalitie gezet, andere groepen zijn “ingevroren” (d.w.z. van hun stemrecht in het bestuur beroofd). Deze groepen beklagen zich over de autoritaire trekjes van Dimitrov en zeggen dat in het SDS-bestuur persoonlijke eerder dan inhoudelijke argumenten de doorslag geven. Binnen de SDS zindert het inmiddels van de dolkstootlegenden en samenzweringstheorietjes. Dimitrov, zeggen de critici, laat zich graag bewieroken en gaat ervan uit dat “wie niet voor mij is, tegen mij is”. Dialoog is niet meer aan de orde. De ex-communisten, aldus de critici, zijn niet de grootste partij omdat ze zelf veld winnen, maar omdat de SDS zelfmoord pleegt.

Eind februari werd de directeur van de Bulgaarse televisie, Asen Agov, het eerste slachtoffer van de ruzies binnen de SDS: hij werd op initiatief van de SDS-dissidenten (en met hartelijke steun van de ex-communisten en de DPS) aan de dijk gezet. De reden: Agov zou Dimitrov bevoordelen. Het ontslag leidde prompt tot een verdere radicalisering binnen de Bulgaarse politiek, bij de televisie braken protestacties uit, er werd druk gedemonstreerd en klachten over de terugkeer van censuur en totalitarisme en de “Turks-rode coalitie” waren niet van de lucht. De viering van de nationale feestdag op 3 maart - waarbij de Bulgaren het Verdrag van San Stefano herdachten, het verdrag waarmee in 1878 voor héél even een Groot-Bulgarije werd gesticht - werd ontsierd door kwade SDS'ers die de aanwezige hoogwaardigheidsbekleders uitmaakten voor “rood afval” en president Zjelev - tot zijn verkiezing leider van de SDS - voor “verrader”. “Ik mag hopen dat (de betogers) niet de SDS vertegenwoordigden”, zei de president de dag daarop zuinigjes.

De vraag is of iemand de SDS nog vertegenwoordigt en of deze coalitiegroep uit de tijd van de begrafenis van het communisme überhaupt nog wel bestaat anders dan als een clubje onderling ruziënde ex-bondgenoten onder leiding van een àl te snel op zijn teentjes getrapte ex-premier. Dat de zeventien groeperingen binnen de SDS niet allang elk hun eigen weg zijn opgegaan heeft minder te maken met onderlinge solidariteit dan met hun angst voor nieuwe verkiezingen en de bijna-zekerheid bij de meeste partijen, dat ze de kiesdrempel niet zullen halen. Niemand wil de Bulgaren op dit moment naar de stembus sturen.

Niettemin: het lijkt waarschijnlijk dat de SDS binnenkort zichzelf en daarmee het hele Bulgaarse partijenlandschap opblaast. En dat zou desastreus zijn voor de Bulgaarse economie. Het zou ook desastreus zijn voor de politiek, want alleen de ex-communistische BSP kan daarvan profiteren: zij wordt zonder problemen weer de dominerende partij van het land. Procureur-generaal Ivan Tatartsjev waarschuwde vorige week al dat “het communisme terugkeert”. Andrej Loekanov was nog duidelijker: “Het gevaar van de terugkeer van het stalinisme is groot. Velen in de BSP voelen nostalgie en er worden pogingen gedaan de karaktertrekken van de communistische partij oude stijl te doen herleven. Dogmatici worden steeds actiever en brutaler, aangemoedigd door de frustraties bij de bevolking over de transformatie.” En Loekanov kan het weten, want hij was lang Todor Zjivkovs kroonprins, hij was ook Bulgarije's laatste communistische premier en hij is ook nog eens zelf lid van de BSP.