Bedrijf in het Zwitserse Birr vormt ABB's modelfabriek

BIRR, 12 MAART. “In de jaren zeventig kostte een generator voor een elektriciteitscentrale per kilo net zoveel als een kilo biefstuk. Nu is de prijs per kilo, na al onze kostenbesparingen en de kortere produktietijd, vergelijkbaar met een kilo varkensvlees”, zegt ABB-woordvoerder Friedrich Mez lachend. Hij vindt het zelf een gekke vergelijking, maar Mez probeert er mee aan te geven hoeveel in de industrie bereikt kan worden met rationalisering en kostenbesparing.

We staan in de ABB-fabriek in Birr, 50 kilometer ten westen van Zürich, een voornamelijk agrarische omgeving. Bijna 600 personeelsleden werken hier dag in dag uit aan de produktie van elektromotoren in alle soorten en maten, generatoren en turbines voor elektriciteitscentrales. Een van de generatoren, gigantische asvormige staalmassa's met een gewicht oplopend tot 20 ton per stuk, is bestemd voor een nieuwe, gasgestookte centrale in Nederland.

Het maken van de rotoren en windingen, de "noble parts' van de fabriek, gebeurt in aparte hallen, waar een lichte overdruk heerst om het stof buiten te houden. Met speciale stofzuigers worden fijne metaaldeeltjes verwijderd, want als die tussen de onderdelen komen kun je de hele eenheid waaraan maanden is gewerkt weggooien en laten omsmelten, zegt directeur Paul Slepcevic.

De fabricage van een flinke generator duurde tien jaar geleden nog zo'n 24 maanden. Dat was de periode van enorme groei in het elektriciteitsverbruik in de Westerse landen, legt hij uit. “Toen waren er ruim voldoende klanten, ook voor onze concurrenten in Europa en de Verenigde Staten. Het maakte niet uit of de generator en de turbine een half jaar later werden afgeleverd. Nu is de markt veel krapper. Je moet vechten voor orders, je moet concurreren door een snelle levering en lagere prijzen.”

Door een ingrijpend rationalisatieproces is de produktietijd voor de gemiddelde generator die in Birr wordt gemaakt, teruggebacht tot negen maanden. Trots vertelt Slepcevic hoe dat door technische aanpassingen en roulatie van het personeel in alle produktie-onderdelen, waardoor de motivatie van medewerkers verbeterde, is gelukt. “We zitten vol met opdrachten, we zouden op het ogenblik niet eens méér werk aankunnen. Je praat hier over een continu-produktie, met drie ploegen per etmaal.”

Elektriciteitscentrales levert ABB in onderdelen, of als "turn-key'-projecten, kant en klaar geïnstalleerd. Ze behoren tot de kernactiviteiten waarin het concern marktleider is. Deze sector stond vorig jaar borg voor een winststijging van 21 procent. In Zwitserland moeten de grote stalen componenten voor generatoren allemaal worden ingevoerd. “De enige grondstoffen die wij bezitten, zijn koeien, melk en sneeuw”, grapt Friedrich Mez. “Het is een hele hijs om met de hoogste loonkosten ter wereld concurrerend te blijven. Dat kan alleen door kwaliteitshandhaving.” Slepcevic wijst naar een hoek in de fabriek waar afgekeurde componenten op pallets liggen om te worden teruggestuurd.

In een andere hal worden de rotorbladen voor turbines, van groot tot klein, gegoten, stuk voor stuk nauwkeurig gemeten en in vorm geslepen. ABB heeft enkele jaren geleden in Polen twee fabrieken opgekocht, waar dezelfde generatoren en turbines onder licentie en onder controle van het concern worden gemaakt.

Daar gebeurt het tegen veel lagere kosten, om te kunnen penetreren op de Oosteuropese markt waar de komende jaren een grote vraag naar elektriciteitsopwekking zal ontstaan. Een voorbeeld van flexibel management waarvan president-directeur Percy Barnevic de personificatie is. Hij voert een hard personeelsbeleid, maar slaagt er ondanks de recessie in de winstgevendheid van zijn groep te behouden.

De tijd van omvangrijke acquisities is voor ABB voorbij. In de “langste en diepste recessie in 45 jaar” (Barnevic) gaat het om consolidatie, maar dan selectief. Vorig jaar werd door de groep over de hele wereld in totaal voor 274 miljoen dollar gede-investeerd (bedrijven afgestoten en ingekrompen) terwijl de aquisities en uitbreidingen 253 miljoen beliepen, vooral in Oost-Europa, het Verre Oosten en Groot-Brittannië. Dat resulteerde in een enorme schuifpartij met personeel: een reductie van 14.000 werknemers, terwijl er in hetzelfde jaar elders weer 13.000 mensen in dienst werden genomen.

Gevolg was dat het produktievolume van de groep vorig jaar in geringe mate daalde, terwijl de omzet met 3 procent toenam. Maar de produktiviteit steeg met 5 procent, een knappe prestatie in een periode van economische malaise, en het totaal aan ontvangen orders nam toe met 7 procent tot een waarde van ruim 31,6 miljard dollar.

Barnevic beschouwt de elektrotechnische fabriek in Birr als een voorbeeldbedrijf voor de verdergaande herstructurering in zijn industriële sector, die vorig jaar als geheel een gelijkblijvend resultaat opleverde. Voor 1993 voorziet hij een verdere inkrimping van activiteiten in West-Europa, maar expansie in de lokkende markten van Zuid-Oost Azië, Oost-Europa en een aantal ontwikkelingslanden. Kortere produktietijden, kostenreductie en verbetering van de service voor de klanten, zoals in Birr, zijn de wachtwoorden waarmee Barnevic “binnen enkele jaren” zijn doeleinden (gemiddelde winstmarge van 10 procent en een rendement van 25 procent op geïnvesteerd vermogen) wil bereiken.