Stoelendans irriteert Franse oppositie

PARIJS, 11 MAART. Onder regie van president Mitterrand is in Frankrijk al enkele maanden een stoelendans aan de gang om de gevolgen van de aanstaande socialistische nederlaag bij de verkiezingen op te vangen.

Daar wordt de oppositie niet vrolijker van. Vooral de benoeming van Pierre Joxe - die dinsdag aftrad als minister van defensie - tot president van de Rekenkamer is op scherpe kritiek onthaald. Alain Juppé, de secretaris-generaal van de gaullistische RPR, zei dat president Mitterrand en de socialistische regering de “de staat systematisch willen verdrinken” door op tal van hoge posten vertrouwde medewerkers te benoemen. Zijn collega François Bayrou van de liberale UDF noemde de benoeming “werkelijk ongezond”.

Joxe geldt als een trouwe "mitterandist', maar ook als onkreukbaar. De zoon van een oud-minister van defensie van generaal De Gaulle had al een hoge functie bij de Rekenkamer voordat hij de politiek inging. De kritiek van de huidige oppositie geldt niet zijn persoon. Zijn benoeming was echter de druppel die de emmer deed overlopen. De afgelopen maanden zijn tientallen medewerkers van ministers op belangrijke posten gedropt om, zoals Juppé meent, “de toekomstige regering in zijn actie te belemmeren”.

De stoelendans komt voor niemand in Parijs als een verrassing. Franse ministers, of ze nu links of rechts zijn, worden bijgestaan door een "kabinet', een groep vertrouwde medewerkers en vaak partijgenoten. Deze half politieke, half ambtelijke functionarissen moeten nu een goed heenkomen zoeken, want de ministers in de rechtse regering die in april aantreedt, brengen hun eigen medewerkers mee. Tientallen naaste medewerkers van socialistische ministers zijn de afgelopen weken in allerlei bestuursfuncties benoemd.

In zekere mate is de Franse stoelendans te vergelijken met die in de Verenigde Staten, waar zo'n drie à vierduizend posten bij ministeries van functionaris wisselen als een nieuwe president is gekozen. De Franse grondwet bepaalt dat de president hoge functionarissen in het openbaar bestuur en de leiders van het genationaliseerde bedrijfsleven benoemt “op voordracht van de regering”. Het gaat om circa 500 bestuursfuncties en 200 "presidenten' van bedrijven, onder wie enkele van de grootste die Frankrijk kent, zoals de oliemaatschappij Elf-Aquitaine en de chemiereus Rhone-Poulenc.

Tijdens de vorige "cohabitatie' tussen president Mitterrand en de rechtse regering onder premier Jacques Chirac (1986-1988) ontstonden herhaaldelijk conflicten over dergelijke benoemingen omdat Mitterrand de voorgestelde kandidaten afwees. Mitterrand bereidt zich voor op nieuwe conflicten met de toekomstige regering. Een aantal benoemingen wordt gezien als een poging om een "tegen-regering' te vormen die gebruik kan maken van informatie die wordt verkregen van vertrouwensmannen op belangrijke posten. Dat geldt vooral het buitenlands beleid dat Mitterrand volledig wil blijven controleren. Zo wordt minister van buitenlandse zaken Roland Dumas, een van Mitterrands oudste vrienden, na de verkiezingen adviseur in het Elysée.

Tijdens de vorige cohabitatie bleef het Elysée soms verstoken van informatie die de Franse ambassadeurs aan het ministerie van buitenlandse zaken aan het Quai d'Orsay doorgaven. Naar verluidt is de elektronische verwerking van deze informatie nu zo georganiseerd dat alle rapportage automatisch behalve bij het ministerie ook bij het Elysée worden ontvangen. De afgelopen twee maanden zijn dertig ambassadeurs benoemd - tegen gewoonlijk vijftig per jaar. Vertrouwde medewerkers van Dumas hebben veilige posities gekregen, zoals zijn kabinetschef Daniel Bernard, die ambassadeur in Den Haag wordt.

Mitterrand wil zijn politieke huid duur verkopen, constateert het dagblad Libération. Rechts huilt nu met de wolven in bos mee over de “ondergrondse tegenregering die de sabotage moet organiseren” (Le Figaro). De opwinding lijkt een beetje kunstmatig want, aldus nog eens Libération, rechts heeft het afgelopen decennium niet gebruikt om een ander en geloofwaardiger systeem voor te stellen.