Rechtop in de klas

Schoolarts N.K. Idema uit Zwolle heeft bij tweehonderd scholieren die voor controle op zijn spreekuur kwamen de zithouding geobserveerd. Ongeveer twintig procent van de kinderen bleek spontaan rechtop te zitten. De rest zit met een bolle rug. Alle "ingezakte zitters' kregen van de schoolarts advies over een "actieve zithouding' waarbij, zo legde hij ze uit, de spierkracht gebruikt wordt om de wervelkolom recht te houden. Daarnaast kregen ze een "reminder' mee, een tekeningetje dat ze thuis boven hun bureau konden ophangen.

""Toen ze een jaar later weer voor controle kwamen was ik verbaasd hoeveel effect je kunt bereiken met zo'n simpele aanpak'', vertelt de schoolarts. ""Veel kinderen hadden geleerd om recht te zitten en bij de meesten hing dat tekeningetje nog steeds boven het bureau.'' Schoolarts Idema, ervan overtuigd dat veel nek- en rugklachten te wijten zijn aan een verkeerde zithouding, is de oprichter van de "Commissie Goede Zithouding op Scholen'. Je kunt kinderen, die nu eenmaal een belangrijk deel van hun tijd zittend op school doorbrengen, een actieve manier van zitten aanleren, weet Idema.

Ten minste zo belangrijk is goed schoolmeubilair. De platte tafeltjes die sinds de jaren vijftig overal de houten banken met hellend werkvlak verdrongen zouden wel eens een oorzaak kunnen zijn van de toename van het aantal nek- en rugklachten. Idema formuleert zijn stellingen voorzichtig, ""want er is geen kip die het kan bewijzen''. Kinderen zitten met kromme ruggen en met hun nek naar voren gebogen te lezen, schrijven en tekenen. Als ze luisteren en naar achteren leunen is de verleiding groot om onderuit te zakken.

Er bestaat een officiële tabel waarin de standaardmaten van tafeltjes en stoeltjes worden voorgeschreven, meubelfabrikanten hebben zich daaraan te houden. Maar in de klas blijkt daar minder secuur mee om te worden gesprongen. Uit onderzoek is gebleken dat slechts 36 procent van de basisschoolleerlingen op de juiste hoogte zit, 62 procent heeft te hoog meubilair en twee procent zit te laag. Verklaring daarvoor is dat kinderen zelf graag aan hoge tafels willen zitten omdat ze zich dan "groter' voelen. Sommige schoolartsen verwijten de schoolmeubelfabrikanten dat ze zwichten voor de druk van de kinderen en te hoog meubilair leveren. ""Maar'', verweert T. Rubingh van Marko schoolmeubelen zich, ""als wij op een basisschool precies volgens de geldende tabellen leveren, hangt de school binnen twee weken aan de telefoon met de klacht dat tafeltjes en stoeltjes te laag zijn. Wij zeggen daarom: de school bepaalt de werkhoogte.''

In het voortgezet onderwijs doet zich weer een ander probleem voor, want daar zijn de tafels en stoelen vaak weer te klein voor de almaar langer wordende jeugd. Nederland heeft de langste scholieren van Europa. Was de gemiddelde jongen van twintig in 1965 nog 1,78 meter, nu bedraagt zijn lengte 1,93 meter. Een aantal schoolmeubelfabrikanten is daarom met een "G-maat' tafel en stoel op de markt gekomen, drie centimeter hoger dan de tot nu grootste "F-maat'.

Op dit ogenblik wordt er wat afvergaderd over de vraag welke standaardmaten voor het schoolmeubilair in een Verenigd Europa moeten gelden, want in landen als Spanje en Portugal zijn de leerlingen niet alleen kleiner, ook de verhouding van romp en benen is bij Zuid-Europeanen anders. De discussie wordt nog gecompliceerder nu er steeds meer stemmen opgaan om schoolkinderen weer aan een oplopend blad te laten werken. In Oostenrijk is het hellend vlak op alle scholen verplicht gesteld en in Duitsland werd het op vrijwillige basis op ongeveer de helft van de scholen ingevoerd. In Scandinavië gaat men nog een stapje verder, daar hebben veel scholen niet alleen tafels met een verstelbaar werkblad, maar ook speciale stoelen waarvan de zitting aan de voorkant afloopt. Deze tafels en stoelen, ontwikkeld door de Zweedse arts C. Mandal, zijn bovendien zo'n twintig centimeter hoger dan het normale meubilair. Schoolarts Idema is groot voorstander van Mandals zit-theorie. ""Kinderen hoeven minder hun rug en en hun nek te buigen, ze worden door die stoel en dat schuine blad eigenlijk gedwongen om rechtop te zitten.'' Toch ziet hij nog niet dat deze schoolmeubelen snel de markt zullen veroveren in Nederland: ""Ze zijn voor ons te duur, te revolutionair - en ze staan minder leuk in de klas.''

Zijn leraren voldoende deskundig om vast te stellen of kinderen aan de juiste maat tafel zitten en een goede zithouding hebben? En letten ze er ook op? Rob Smit, leraar van een bovenbouwgroep op de Hilversumse Violenschool, kan zich niet herinneren dat hij tijdens zijn opleiding veel heeft geleerd over de lichaamshouding van kinderen. Dat hij er nu extra op let komt omdat zijn klas sinds een paar maanden proefstation is voor het nieuwe Scandinavische meubilair. Het lokaal heeft een heel ander aanzien gekregen sinds de hoge stoelen en de tafels met schuine werkbladen hun intrede hebben gedaan. ""De hoogte van de tafels is per kind afgesteld'', vertelt Smit, ""maar ze kunnen zelf in een handomdraai het werkvlak plat of schuin zetten. Na verloop van tijd vinden ze een stand die ze het prettigste vinden.''

Smit heeft het idee dat een grote groep kinderen inderdaad rechter gaat zitten door de stoelen en het schuine blad. Rebecca en Rosanne, allebei elf jaar, zijn erg enthousiast over hun nieuwe meubilair. ""Die hoge stoelen zitten heel erg lekker'', vindt Rosanne. ""En als je je tafelblad omhoog doet zit je in een veel betere houding te schrijven'', vindt Rebecca. Steyn (11) zegt dat hij te lui is om z'n blad aldoor te verzetten. ""Het schijnt beter voor je rug te zijn'', zegt hij, maar zo te zien kan hem dat niet zoveel schelen. Steyn stoort zich aan die ""stomme mandjes'' onderaan de tafels, waarin je je spullen kunt opbergen. ""Je moet helemaal over de grond kruipen als je er wat uit wilt halen.'' Rosanne vindt die mandjes ook geen succes: ""Iedereen kan zien wat je erin hebt, in een laadje kan je nog eens wat geheimen spulletjes opbergen.'' Directeur J. Tillema van de Violenschool wilde graag meewerken aan deze tijdelijke proefopstelling en ook hij merkt dat hij meer is gaan letten op de zithouding van de kinderen. ""Maar ze zouden veel te duur zijn om aan te schaffen'', zegt hij. Een basisschool krijgt nu 220 gulden per kind voor een stoel en tafel - en moet daar twintig jaar mee doen. ""Het oudste meubilair dat we hier hebben is elf jaar oud'', zegt Tillema. ""Dat moet dus nog zeker negen jaar mee.''