Planbureau: geen negatieve effecten op werkgelegenheid; Kabinet kan verder bezuinigen

DEN HAAG, 11 MAART. Het kabinet kan de financiële doelstelling van het regeerakkoord met forse bezuinigingen realiseren zonder negatieve effecten voor de werkgelegenheid. Dat schrijft het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 1993 dat binnenkort wordt gepubliceerd.

Volgens het CPB heeft het argument van minister Kok (financiën), daarin gesteund door premier Lubbers, dat er minder bezuinigd moet worden vanwege de schadelijke effecten op de werkgelegenheid “minder een economisch en meer een sociaal-politiek en bestuurlijk karakter”.

PvdA-leider Kok heeft bij eerste vingeroefeningen voor de begroting 1994 het standpunt verdedigd dat bezuinigingen slecht zijn voor de werkgelegenheid. “Met een tandje minder krijg je betere resultaten: een minder diepe recessie, minder werkloosheid, minder langdurig werklozen”, zei Kok enige tijd geleden.

In een debat hierover in de Tweede Kamer bleek dat CDA-fractieleider Brinkman wil dat het kabinet vasthoudt aan de afspraak van het regeerakkoord. Hij bestrijdt de opvatting van Kok, en CDA-leider Lubbers dat bezuinigingen slecht uitwerken op de werkgelegenheid. “In zulke pakketten ligt het accent op ombuigingen bij inkomensoverdrachten (bijvoorbeeld uitkeringen en studietoelagen, red.) en subsidies”, schrijft het Planbureau.

Om de financiële doelstelling van het Regeerakkoord te halen moet het kabinet volgend jaar voor ongeveer negen miljard bezuinigen. Rekening houdend met de verslechterde situatie op de arbeidsmarkt - de werkloosheid stijgt dit jaar met 57.000 en volgend jaar met 55.000 - vindt Kok dit bezuinigingsbedrag te groot. De minister van financiën wil daarom volgend jaar overstappen op de norm van de Economische en Monetaire Unie van drie procent van het bruto binnenlands produkt. Om deze norm te halen zouden bezuinigingen van ongeveer vijf miljard genoeg zijn.

Het Planbureau waarschuwt voor het gevaar dat uitstel van bezuinigingen leidt tot afstel. “In conjunctureel zwakke tijden is de verleiding tot uitstel groot”, schrijft het Planbureau, maar in economisch gunstige tijden zijn er weinig voorstanders om een "appeltje voor de dorst' te creëren. Daarbij hebben wijzigingen in het beleid een lange voorbereidingstijd nodig en zullen de beoogde besparingen pas “geleidelijk de volle omvang” bereiken.

In het centraal economisch plan voor 1993 schetst het Planbureau een zorgelijk beeld van de economie. “De Nederlandse volkshuishouding blijkt slecht bestand te zijn tegen tegenwind.” In 1993 en 1994 kan de verslechtering van de conjunctuur - in tegenstelling tot 1992 - niet langer aan de overheidsfinanciën voorbij gaan, meent het CPB.