Opmerkelijk dubbelbesluit

De geschiedenis kent vele voorbeelden van leiders die hun macht zijn kwijtgeraakt toen ze voor een paar dagen naar het buitenland waren vertrokken.

Deze week konden we getuige zijn van de Nederlandse variant op dit vooral in Zuid-Amerika gehanteerde model. Terwijl premier Lubbers op de Nederlandse Antillen zat, zette in Utrecht het partijbestuur van het CDA hem definitief op termijn met de unanieme aanwijzing van fractievoorzitter Brinkman tot lijsttrekker voor de partij bij de komende verkiezingen. En niet alleen dat. Mocht, zoals dat in die kringen heet, het CDA geroepen worden weer regeringsverantwoordelijkheid te dragen (geen al te bizarre veronderstelling na ruim zeventig jaar onafgebroken ervaring op dit terrein) dan zal de partij, ervan uitgaande dat zij de grootste partner is in een coalitie, Brinkman als premier naar voren schuiven. Het staat nu dus ècht vast: Lubbers keert niet terug als lijsttrekker, niet verrassend, maar ook niet als premier, toch een beetje verrassend.

Want dat het CDA tegelijk met de lijsttrekker ook de kandidaat-premier aanwijst, mag volgens de huidige mores logisch zijn, het is dat niet. Het al ruim voor de verkiezingen in één persoon verenigen van lijsttrekker en kandidaat-premier betekent een breuk met de traditie zoals die in de KVP, de grootste poot van het CDA, altijd heeft bestaan. Het lijsttrekkerschap was een zaak voor de democratisch georganiseerde partijorganen, maar als het aankwam op het leveren van de premier hield de top van de partij het selectieproces graag in eigen hand. Dan beschikte men toch liever over wat meer namen.

Het heeft niet veel gescheeld of binnen het CDA was, zij het om andere redenen, een soortgelijke traditie opgebouwd. Bij de verkiezingen van mei 1981 was Van Agt lijsttrekker voor het CDA. Tijdens de daarop volgende formatiebesprekingen tussen CDA, PvdA en D66 bleek de persoon Van Agt bij de andere twee partijen op zoveel bezwaren te stuiten (hij had net vier jaar leiding gegeven aan een kabinet met de VVD) dat de CDA-top president Zijlstra van de Nederlandsche Bank polste voor het premierschap. Doordat deze weigerde, werd vervolgens toch weer Van Agt ingezet die uiteindelijk voor D66 en later ook voor de PvdA alsnog acceptabel bleek.

In 1982 liep het weer anders. Bij de vervroegde verkiezingen in dat jaar was Van Agt lijsttrekker en ging het land en het grootste deel van zijn eigen CDA er vanuit dat hij tevens de kandidaat-premier was. Zelf had hij toen al besloten zich niet meer beschikbaar te stellen voor het minister-presidentschap. Persoonlijk gaf Van Agt er de voorkeur aan te worden opgevolgd door de veteraan De Koning, maar de CDA-fractie besloot dat Lubbers het moest worden. Met andere woorden, de premierskeus van het CDA (of de voorgangers ervan) is maar zelden al voor de verkiezingen een uitgemaakte zaak geweest. Alleen in het geval Lubbers was dat in 1986 en 1989 evident.

Dat het CDA nu al zegt dat lijsttrekker Brinkman ook wordt beschouwd als kandidaat-premier van de partij is daarom meer dan een formaliteit. Het zal ook zeker betekenis hebben voor de wijze waarop Brinkman de komende tijd zal functioneren. Hoewel Lubbers Brinkman al in een vroeg stadium had "aangewezen' als zijn opvolger - het blijft een aardige illustratie voor de verhoudingen binnen die partij - is altijd de mogelijkheid opengehouden dat het nog anders zou kunnen lopen. Vandaar ook de onrust van de afgelopen weken. De afbladdering van Brinkman gaf alleen maar voeding aan de theorie dat òf Lubbers zou aanblijven òf het CDA na de verkiezingen voor het premierschap iemand anders van stal zou halen. De eeuwige naam die in dat laatste scenario valt is die van Rabo-topman Wijffels. Brinkman zou in het geval van een premier van buiten fractievoorzitter blijven.

Partijvoorzitter Van Velzen heeft met zijn "dubbelbesluit' van afgelopen maandag aan alle ontwrichtende speculaties een eind gemaakt. Dat partijvoorzitters in het proces ingrijpen past overigens ook binnen de christen-democratische tradities. In 1976 was het Van Agt die via een versnelde procedure tot lijsttrekker werd benoemd omdat er in de media te veel namen gingen circuleren en er dus discussie over het leiderschap dreigde te ontstaan.

Nu ook de formele duidelijkheid er is over zijn positie, kan Brinkman met nog meer kracht werken aan zijn profiel. Het nadeel dat het CDA niet met een premier de verkiezingen in kan gaan, zal Brinkman moeten compenseren met het voordeel dat hij niet direct verantwoordelijk kan worden gehouden voor het kabinetsbeleid. Dat moet voor hem niet echt een probleem zijn. In de campagne kan Brinkman alle kritiek op het kabinetsbeleid afdoen met de simpele mededeling dat hj het wel anders gewild had. Want was hij het niet geweest die begin 1992 al vanaf Texel tegen het kabinet had geroepen dat het speelkwartier voorbij was?

Brinkman heeft direct de komende tijd al meer vrijheid van handelen nu de Heintje Davids-constructie voor Lubbers is afgesloten. Dat zal reeds binnen enkele weken blijken als het kabinet zich moet buigen over een bezuinigingsoperatie van tegen de negen miljard gulden. De Soeslov van de PvdA, minister Pronk zei enige maanden geleden al dat het bij de komende verkiezingen zal gaan tussen Kok en Brinkman. Nu het obstakel Lubbers formeel is weggenomen, kan Brinkman die strijd met Kok rechtstreeks aangaan. De profieldrift van beide lijsttrekkers maakt dat het woord verkiezingsbegroting waarschijnlijk dit keer een heel andere betekenis zal krijgen. Zowel Brinkman als Kok zal zich wegens gebrek aan toonbare resultaten moeten bewijzen. Een fors debat over een nog op te stellen begroting is daarvoor de gelegenheid bij uitstek.

Kok was de verkiezingsstrijd al begonnen. Het CDA bestuur heeft deze week Brinkman uit zijn hok losgelaten. Het wordt een lange campagne.