Nieuw concertorgel in Eindhoven krijgt twee 'eerste bespelingen'

EINDHOVEN, 11 MAART. In het vorig jaar september geopende Eindhovense muziekcentrum Frits Philips heeft de firma Pels & Van Leeuwen uit Den Bosch een nieuw orgel gebouwd. Eindhoven bezit daarmee na Amsterdam, Rotterdam en Haarlem als vierde Nederlandse concertzaal een orgel boven het orkestpodium. Vandaag vindt de ”eerste bespeling' van het instrument plaats, de ”officiële ingebruikname' gebeurt morgen. De dubbele inwijding is het gevolg van de sponsoring van het orgel: naast de gemeente Eindhoven die ook de zaal financierde, moest officieel recht worden gedaan aan de Rabo-bank, die het grootste deel van de kosten van het nieuwe orgel (1.3 miljoen gulden) betaalde.

Drie organisten spelen op beide presentaties, waarbij ook het Brabants Orkest op het podium zit. Organist Maurice Pirenne vertolkt Choral I van César Franck; Tijn van Eijk zal in Saint-Saëns' Orgelsymfonie soleren en Aart Bergwerff is de solist in het voor deze gelegenheid gecomponeerde Concert voor orgel en orkest van Jo van den Booren, een musicus van het Brabants Orkest.

Het nieuwe orgel is mooi om te zien. Het witte beuken-uiterlijk van de kast harmonieert met de blanke houttinten van de zaal. Het beeld van horizontaal opengewerkte frontscherm met het naar buiten lopende verticale pijpwerk, zet zich door in de liggende en staande vlakken die de zaalwanden reliëf geven. Ontwerper Rob van Aken, tevens de architect van het Muziekcentrum Frits Philips en van het eromheen gelegen winkelcentrum ”Heuvel Galerie', wilde geen ”theatraal front': het moest één geheel vormen met de architectuur van de zaal.

Componist Jo van den Booren prijst vooral het bedieningsgemak van het nieuwe orgel. “Met het geavanceerde registratie-geheugen zijn heel contrastrijke klanken klaar te zetten en je hebt twee zwelkasten, waarmee je het geluid als uit de diepte kunt laten komen.” Van den Boorens orgelgebruik in zijn concert is conventioneel. Organist Bergwerff kan bijna steeds ”op zijn Frans' registreren en zal hier en daar speelwijzen uit de romantische school van Lemmens hanteren. De akoestiek van de lege zaal werkt tijdens een proefspel helaas niet mee. De klank lijkt soms in plastic gevat, de tongwerken mengen niet mooi en het plenum - het volle werk - is nogal massief.

De registertractuur van het orgel werkt elektrisch, de toetsoverbrenging is mechanisch geregeld. De speelaard is echter - mede door een geïntegreerd soort Barkersysteem - onaangenaam licht. De wereldberoemde Franse organiste Marie-Claire Alain is tijdens de bouw langs geweest en bevond het bovenste klavier te zwaar. “Blijkbaar heeft haar mening zoveel gewicht, dat de bouwers daarna in het andere uiterste zijn vervallen,” aldus Aart Bergwerff. Hij vindt overigens dat het orgel op zijn specifieke taken is berekend. Als Also sprach Zarathustra van Richard Strauss moet worden ingezet, heb je met dit instrument absoluut de brede klank die nodig is. Het orgel is beter dan dat in de Rotterdamse Doelen: dat is veel te dun.”

Bergwerff vindt het heel sterk, dat aan het orgel consequent slechts één concept ten grondslag ligt. De dispositie van 38 stemmen verdeeld over drie manualen en pedaal is geïnspireerd op de idealen van Aristide Cavaillé Coll (1811-1899): een vroeg-symfonische orgelbouwer uit de wereld rond César Franck en Charles-Marie Widor.

Nog niet zo lang geleden streefde een andere Nederlandse orgelbouwer - Jan L. van den Heuvel - Franse voorbeelden na in de Nieuwe Kerk te Katwijk. Bergwerff vindt het geen vergelijking: “Katwijk heeft de naam, maar ik vind het een vreselijk instrument. Het oogt Frans, maar klinkt nergens naar.”

Het instrument in Eindhoven doet dat wel. Bergwerff koppelt Jeux de Fonds, laat overblazende flûtes harmonique en octaviante horen en de zwevend gestemde voix céleste. “Typisch Frans”, constateert hij, maar om nu te zeggen dat hij verzot is geraakt op de geluiden van het orgel: “Nee, daar ken ik het instrument nog te kort voor.”