Niets blijft Van den Broek, en dus Nederland, bespaard

BRUSSEL/DEN HAAG, 11 MAART. Niets blijft Hans van den Broek bespaard. De Nederlandse vertegenwoordiger in de Europese Commissie had zijn overstap van de Haagse politiek naar Brussel nog niet gemaakt, of er werden al vraagtekens gezet bij het gewicht van zijn portefeuille, die van externe politieke betrekkkingen. En die "zwaarte' was nu juist hèt argument van premier Lubbers geweest om zijn meest ervaren minister naar Brussel te laten gaan. Te sturen zelfs, want het plan kwam van Lubbers zelf na een een-tweetje met Commissievoorzitter Delors.

In de Tweede Kamer zijn in het bijzonder Van Mierlo van D66 en Beckers van Groen Links juist daarover van het begin af aan sceptisch geweest. Van Mierlo vond bij de bekendmaking in de Tweede Kamer zelfs dat Lubbers niet gerechtigd was halverwege de rit, en in een tijdsbestek vol tumultueuze ontwikkelingen in de wereld, zo'n ervaren minister van buitenlandse zaken te laten gaan. Maar in de coalitie was men unaniem: deze kans op een zware post voor Nederland mocht men niet laten glippen. De PvdA trok daarvoor zelfs vrijwillig zijn eigen kandidaat, staatssecretaris Dankert, terug.

“Betreurenswaardig”, zegt Van Mierlo nu in een reactie op het bericht dat Van den Broek voorlopig geen vice-voorzitter wordt. “Uiterst merkwaardig, maar we hebben gewaarschuwd”, vult mevrouw Beckers aan. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens zegt droogjes “blij te zijn dat we Dankert niet hebben gestuurd”. De VVD'er Weisglas roept Lubbers en minister Kooijmans op hun invloed in Brussel aan te wenden.

Vanaf het moment dat Van den Broek op 7 januari de Brusselse slangenkuil betrad, is het misgegaan. Direct is het beeld ontstaan van een zwaargewicht die, toen hij zijn verhuisdozen had uitgepakt, een kat in de zak aantrof. Al na een paar dagen werd meesmuilend geschetst hoe de nieuwkomer zichzelf tegenover zijn rivaal Sir Leon Brittan alleen kon overeindhouden door dicht aan te leunen tegen Commissievoorzitter Delors.

Sir Leon was niet van plan om ook maar één wezenlijk onderdeel van zijn nieuwe portefeuille - buitenlandse economische betrekkingen - af te staan aan Van den Broek. Simpele machtspolitiek, die mede werd genspireerd door het feit dat een aantal Commissarissen nog een rekening met Van den Broek te vereffenen had. Als minister had hij er immers geregeld voor geijverd juist op het gebied van internationale politiek de macht van de Commissie zo beperkt mogelijk te houden.

Tot overmaat van ramp kwam deze week het - overigens niet onverwachte - nieuws dat Van den Broek geen vice-voorzitter wordt.

Pag 2: "Blamage oud-minister is blamage voor Nederland'; "Er wordt gestookt door de mensen rondom Brittan'

De lidstaten besloten maandag voorlopig vast te houden aan het oude scenario van zes vice-voorzitters, te benoemen door de lidstaten. Bij de oude regering hoort ook de oude afspraak binnen de Benelux: dat na een Nederlander nu een Belg aan de beurt is om vice-voorzitter te worden. Pas als het Verdrag van Maastricht ook door Denemarken en Groot-Brittannië is geratificeerd, kunnen de nieuwe spelregels van kracht worden: twee vice-voorzitters, door de Commissie zelf aan te wijzen. Op dat moment komt er voor Van den Broek een herkansing.

Vanuit Den Haag wordt deze ontwikkeling met stijgende bezorgdheid, en met opvallend weinig leedvermaak, aanschouwd. De dreigende blamage van Van den Broek wordt op het Binnenhof gezien als een blamage voor Nederland als geheel. Wat heeft Delors Lubbers precies beloofd, wil men nu weten. Wie heeft wie nu eigenlijk een kool gestoofd? Maar ook: wordt Van den Broek weer eens gehandicapt door zijn hang naar zuivere procedures en zijn gewoonte op zijn strepen te gaan staan, in de sfeer van: “Ik moet mee naar Clinton”?

In Brussel moet echter eerst nog de vraag worden beantwoord of dit nu werkelijk, na precies tien weken, het voortijdig einde betekent van de carrière van de Nederlander in de hoofdstad van Europa? Onzin, meent een Nederlandse diplomaat. “Het is nog te vroeg om een balans op te maken. Dat is alsof je een trainer beoordeelt tegen wie je hebt gezegd: je moet zorgen dat we volgend jaar eredivisievoelbal spelen maar de statuten van onze club hebben we nog niet helemaal rond.”

“Je weet hoe hij als minister in Nederland heeft gefunctioneerd. Hij is intelligent, hij dwingt respect af, maar niemand zal zeggen dat hij een warme persoonlijkheid is die soepeltjes zijn weg vindt tussen de andere leden van Commissie”, aldus deze zegsman. “Er wordt bovendien enorm gestookt door de mensen rondom Leon Brittan. Iedereen heeft wel een leuke quote om mee naar Van de Broek te trappen.”

De ambtelijke top rondom Van den Broek maakt niet de indruk uit het veld te zijn geslagen door alle negatieve berichten over de positie van hun nieuwe baas. “Het gaat goed met Van den Broek in Brussel”, zegt een van zijn naaste medewerkers. “Hij gaat er met enthousiasme tegenaan. Hij kan goed met Delors opschieten. Hij heeft tien jaar ervaring als minister van buitenlandse zaken en dan breng je wel wat mee in dit college.”

Berichten als zou Van den Broek al hebben gedreigd met aftreden zijn volgens de ambtenaar stemmingmakerij. Binnen de Commissie probeert iedereen zijn territorium af te bakenen. De relatie tussen de rivalen Van den Broek en Brittan noemt de ambtenaar ondanks alles “een stevige en gezonde”. Vanuit Den Haag merkt een voormalig kabinetscollega van Van den Broek op: “Hans zal eindelijk moeten leren een teamplayer te zijn. Daar had hij hier ook geregeld grote moeite mee. Zoniet, dan zullen die andere Commissarissen hem wel mores leren.”

Een Britse diplomaat in Brussel zegt dat iedereen heeft kunnen voorzien dat Van den Broek door een “moeilijke” beginperiode heen moet. Dat is volgens hem terug te voeren op het besluit van president Delors - eind vorig jaar na het vertrek van Commissaris Andriessen - om de post externe betrekkingen binnen de Commissie te splitsen in een economisch en een politiek deel. “Dat is in onze ogen een niet erg logische stap, die natuurlijk leidt tot verwarring over bevoegdheden.”

De vraag of Van den Broek tevreden mag zijn met de invulling van zijn portfeuille hangt volgens de diplomaat af van het uitgangspunt dat men kiest. “Wellicht heeft Van den Broek zich niet gerealiseerd welke problemen hij zou aantreffen. Delors stelt belang in buitenlandse politiek, Brittan doet een belangrijk deel van de buitenlandse betrekkingen en ook (de Spanjaard) Marin wil zijn verantwoordelijkheden nemen op het gebied van bijvoorbeeld hulpverlening. Dat is een hele andere wereld dan hij gewend was in Den Haag. Hij is niet de "powerfull external supremo' van de Commissie. Als hij daar wel op rekende, zal hij teleurgesteld zijn. Als hij het accepteert, is er geen reden om te klagen over de gang van zaken tot dusver.”

Binnen de Commissie heeft Van den Broek van meet af aan zijn aanwezigheid duidelijk laten blijken door op de wekelijkse werkvergadering op woensdag een exposé te geven over een buitenlands politiek onderwerp. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de opbouw van een eigen ambtelijke organisatie, die het buitenlandse politieke beleid van de Commissie vorm moet geven.

Het nieuwe directoraat-generaal - werktitel DG 1A - wordt gevormd door de "politiek' georiënteerde delen af te splitsen van het oude directoraat-generaal externe betrekkingen en door taken over te hevelen die nu nog zijn ondergebracht bij het overkoepelende secretariaat-generaal van de Commissie. Zo zal mogelijk het hoofd van de diplomatieke dienst van de Commissie, Günter Burghardt, overstappen naar het nieuwe departement "buitenlandse zaken', dat uiteindelijk 200 tot 250 ambtenaren zal tellen. Maar pas als "Maastricht' is geratificeerd, krijgt de Commissie het recht eigen voorstellen te doen op buitenlands politiek terrein.

In de tussenliggende periode, aldus een ambtenaar van de Commissie, zit men niet duimen te draaien. Hij wijst onder andere op Joegoslavië (“waar de EG verreweg de meeste hulp geeft”), het vredesproces in het Midden-Oosten, de integratie met Midden- en Oost-Europa en de relatie met de Verenigde Staten, waarover de ministers van buitenlandse zaken binnenkort een informele bijeenkomst hebben.

Bovendien is “topprioriteit nummer één” de uitbreiding van de Gemeenschap en daarvoor is Van den Broek verantwoordelijk. Voor de gesprekken met Zweden, Finland en Oostenrijk heeft hij een "task force' in het leven geroepen.

In Den Haag wacht men nu eerst maar op de ratificatie van "Maastricht'. “Er is nu toch niets meer aan te veranderen”, zegt Van Mierlo. “We kunnen moeilijk Van den Broek terugroepen.” Aan een situatie waarin het verdrag van Maastricht in Denemarken of Engeland niet wordt geratificeerd en derhalve niet in werking kan treden, durft niemand nog te denken. Dan zou er van Van den Broeks portefeuille niet veel meer dan lucht overblijven.