"Minder banen bij produktie van wapens'

STOCKHOLM, 11 MAART. De wapenindustrie zal de komende vijf jaar wereldwijd 25 procent kleiner worden.

Dat verwacht het SIPRI, het in Stockholm gevestigde instituut voor vredesonderzoek. “De groei van de wapenindustrie in de wereld, die werd gevoed door veertig jaar Koude Oorlog, is geëindigd”, aldus een vandaag in Stockholm gepubliceerd rapport. De grootste beperking van de groei doet zich voor in de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten en West-Europa. In landen als China, Japan en Turkije neemt de wapenproduktie echter nog toe. Naar schatting werken momenteel vijftien miljoen mensen bij bedrijven die zich bezig houden met de produktie van wapens. In het midden van de jaren tachtig waren dat er zestien miljoen. Van hen zullen de komende vijf jaar drie tot vier miljoen ander werk moeten zoeken.

In de voormalige communistische landen van Oost-Europa waren zes miljoen werkzaam in de bewapeningsindustrie, de meesten in Rusland. Volgens Russische bronnen wordt de omvang van de bewapeningsindustrie in dat land met vijftig tot zestig procent beperkt. Daardoor zouden één miljoen mensen werkloos worden. Volgens het SIPRI zijn plannen om wapenfabrieken om te bouwen voor civiele produktie tot dusver grotendeels mislukt door gebrek aan geld. De Westerse landen worden opgeroepen deze conversie financieel te steunen. Alleen al voor Rusland zou daarvoor 150 miljard dollar nodig zijn, zo schat het instituut.

China heeft sinds 1988 de produktie van zijn bewapeningsindustrie aanzienlijk vergroot. Het rapport verwerpt de Chinese bewering dat het bezig is met omvorming van militaire produktie voor civiele doeleinden “om een bijdrage te geven aan vrede in de wereld”. China probeert juist de eigen wapenindustrie te moderniseren door het invoeren van moderne technologie. Zo'n drie tot vijf miljoen Chinezen zouden momenteel werkzaam zijn in de wapenindustrie.

In de Verenigde Staten is het aantal banen in de bewapeningsindustrie sinds het midden van de jaren tachtig voortdurend gedaald. In 1987 bedroeg het aantal 3.36 miljoen, waarvan er 600.000 in 1992 verdwenen waren. Het SIPRI verwacht een verdere daling met nog eens 1.4 miljoen tot het jaar 1995. (AP, AFP)