KOFFIE NA DE DOOD [1]

Naar het oordeel van de Reclame Code Commissie waren vooral mensen die recentelijk zijn geconfronteerd met de dood, pijnlijk getroffen door de directheid van de vraag "Is er koffie na de dood?' van uitvaartverzorger AVVL. Denkt de RCC met haar uitspraak niet bij te dragen aan deze pijn? De RCC gelooft toch niet dat door het verbannen van directe vragen omtrent de dood uit de openbaarheid dat deze vragen dus niet bestaan. Juist doordat de alledaagse dood geweerd wordt van het dagelijks leven veroorzaakt een sterfgeval zoveel pijn. De mens is er namelijk niet op voorbereid en moet in drie tot vijf dagen beslissingen nemen over een uitvaart waarbij zij nog nooit heeft stilgestaan.

De twintigste-eeuwse westerling gelooft graag dat hij sinds de industrialisering en onder invloed van zijn enorm toegenomen kennis de natuur onder controle heeft. Om deze gedachte kracht bij te zetten zijn onzekerheden en angsten (het bovennatuurlijke) heftig bestreden. Met het neersabelen van de angst voor de dood is de dood haar natuurlijke plaats in het leven kwijtgeraakt. Dit heeft de Reclame Code Commissie nog eens onderstreept.

James Farrell publiceerde in 1980 een boek over de Amerikaanse uitvaartcultuur, getiteld Inventing the American way of death, 1830-1920. In zijn conclusie komt hij tot de volgende overdenking: als je de erkenning dat we eens dood zullen gaan beschouwt als een onderdeel dat ons menselijk maakt, dan betekent het vergeten dat we eens dood zullen gaan een bedreiging van onze menselijkheid. (of: “If knowing that we will die is part of what makes us human, than forgetting that we will die threatens our humanity”.) Het algemeen nut zou wellicht meer gediend zijn als de Reclame Code Commissie zich wat meer door bovenstaande overdenking had laten leiden en wat minder door de klagers, die de dood graag ver van hun bed houden.