Kleuren en dessins voor de zomer van 1994

Overleven op een afgelegen eiland doe je bij voorkeur in zandkleuren en modderige reliefs. In de stad draag je stoffen waar flitsende MTV beelden afspatten. Het Nederlands Mode Instituut (NMI) signaleert ieder seizoen de trends in stoffen en dessins. Vorige week liet de modebranche zich voorlichten over de stijlen die in de zomer van 1994 het modebeeld zullen bepalen, of op zijn minst zullen beïnvloeden.

Trendwatchers in de mode hebben het niet makkelijk. “Mode is de beste barometer van de tijd,” is hun adagium, maar wat moet je in een tijd waarin alle zekerheden zoek zijn, de milieubeweging roept om hergebruik en schonere produktietechnieken en zelfs de modegevoeligen niet ieder seizoen een volledig nieuwe outfit aanschaffen. Retro is de tendens, en daar lijkt op het eerste gezicht weinig aan te voorspellen.

Sommige van die modevoorspellers zien ons binnen een jaar of twee alleen nog in "natuurtinten' lopen. Maar zover is het in 1994 nog niet, althans niet in de visie van Marijke Mulder, directeur van het NMI.

Niet uit het veld geslagen door de smakeloze grunch- en hippielook en de al even smoezelige eco-mode, destilleerden Mulder en haar medewerkers uit de vergaarbak van stijlen vier stromingen. Van de vier trends bestaat "Black Pride", louter uit uitbundige, schreeuwerige kleuren. Het knalgeel, helblauw en felroze van deze "sfeer' is regelrecht genspireerd op "psychedelische rap' en de flitsende beelden van MTV. Teksten, kreten en wilde etnische dessins, spatten van de stoffen. “Multi, mùlti-color,” aldus Mulder.

Kleurig is ook de tweede van de vier sferen, aangeduid met Lotus. Véél roze, warme rode en roodbruine tinten die contrasteren met twee zachte groenen. Goud vormt de leidraad, ofwel in "all over' gouden blouses, ofwel in accessoires en borduursels. De soepelvallende stoffen van Indiajurken en bell bottoms (laag op de heupen hangende harembroeken) borduren voort op de hippie-revival.

De 'vlucht in de fantasie en mystiek' tendenzen worden gekenmerkt door overdaad en overdrijving. “Niet als een benadrukking van prestige en rijkdom, zoals enkele jaren geleden het geval was,” verklaart Mulder, “maar als een sfeer die een vrijplaats biedt voor kitsch en wansmaak.” Voor het komend seizoen komt de behoefte aan fantasie tot uitdrukking in de supervrouwelijke "Frou Frou' stijl. Mulder is stellig in haar overtuiging. Déze zomer hullen femmes fatales zich in jurken met ruches, ruffelhemden, en jarretelles onder enkellange rokken met dito splitten. De boezem mag weer. Het noodzakelijke tegenwicht bieden de lange termijn-trends die met weinigzeggende begrippen als "eerlijkheid", "comfort en functie", en "traditie en ambacht' aangeduid worden en inderdaad wel heel down to earth zijn. "Eerlijk' en "natuurlijk' blijven de sleutelwoorden voor de zich allengs nadrukkelijker manifesterende eco-trend. Púúr natuur? Die door fabrikanten aangebrachte rafels, zorgvuldige geplaatste "slordige' rijgsteken en andere zichtbare afwerkingen? Gloednieuwe "tot op de draad versleten' rokken en jasjes, wekken toch vooral de lachlust, zeker als je de prijskaartjes ziet.

Het NMI verpakte de eco-trend in een romantische "Desert Island' look. Overleven op een afgelegen eiland doe je bij voorkeur in doffe, zanderige en modderige reliefs, in raffia en ananasvezels, in ecru, bruin, groen en geel. Kleuren die bij de huidige technologische ontwikkeling geproduceerd kunnen worden zonder het milieu te belasten.

Bij de vooruitblik van zomer '93 kreeg de eco-trend de aanduiding "Femme de la Terre'. In deze sfeer draait het om werkmanskleding, compleet met bloemetjes-schorten en, genspireerd op de traditionele kledij van Indiase werkvrouwen, sarongs en andere jurken in knoopvormen. Gebloemde boerenjurkjes, “de bestseller van deze zomer”, hangen nu al overal in de winkels, weet Mulder. “Kijk maar, gieters, emmers, harken en stro benadrukken in etalages de authentieke, naturelle stijl.”

Nieuwer, en verademend eenduidig lijkt de Clean en Crisp sfeer voor 1994. Primair rood, blauw en geel geven hier een sober accent aan wit en zilver, de essentials van deze trend. "Kraakhelder', letterlijk, want de stoffen zijn gesteven, hebben een "droge greep' of zijn soms zelfs van papier en andere non-wovens (krakerige nylons) gemaakt.

Vergelijkbaar met Clean en Crisp is de Silent Noise lijn van deze zomer. Dat staat voor “balans door contrasten, de drukte op straat tegenover de stilte thuis.” Vertaald in kleding komt dat neer op “een kleurloos en sober beeld, soepele stoffen en combinaties van perfect gesneden blazers en gewikkelde rokken.

Alles schijnt dus te kunnen. Lang, kort, te krap, te groot, felgekleurd of maagdelijk wit. Met een greep in de verkleedkist is de garderobe evenwel niet ècht up to date. Retro allà, maar er moet wel verkocht worden. Zijn de verschuivingen in het modebeeld nauwelijks revolutionair te noemen, nieuw zijn vooral de weefsels en breisels. Blouses zijn gemaakt van "tencel', een zwaarvallende cellulosegaren, jeans zijn oververzadigd van kleurstoffen (hoezo milieuvriendelijk?) en ultra-transparante, gewichtloze stoffen moeten in drie of vier lagen over elkaar gedragen worden, wil men tenminste de indruk wekken gekleed te zijn.