Kamer en Alders over opkopen huizen oneens

DEN HAAG, 11 MAART. Minister Alders (milieubeheer) is het niet eens met een meerderheid van de Tweede Kamer, die wil dat gemeenten alle door bodemvervuiling onverkoopbare woningen opkopen. Alders wil dat de opkoopregeling alleen geldt voor woningen op door de gemeente uitgegeven grond.

Dit bleek gistermiddag bij de voortzetting van het debat over de Wet Bodembescherming. CDA en PvdA hadden in een amendement gevraagd de opkoopregeling uit te breiden, omdat zij het onrechtvaardig vinden dat een groot aantal bewoners van door bodemverontreiniging onverkoopbare woningen nu van de regeling wordt uitgesloten. Alders wees erop dat het in theorie om drie miljoen woningen gaat en dat de kosten voor gemeenten daardoor onverantwoord hoog kunnen oplopen. “We weten niet waar we aan beginnen.”

Alders voelde wel voor een amendement waarin de regeringspartijen pleiten voor een indeling in urgente en niet-urgente gevallen. Niet-urgente gevallen hoeven voorlopig niet te worden gesaneerd, maar worden wel geregistreerd. Pas als het gebruik van de bodem verandert en daardoor risico voor de volksgezondheid en het milieu ontstaat, zou tot sanering moeten worden overgegaan. Alders stelde wel voor in de Wet Bodembescherming op te nemen dat ook voor niet-urgente gevallen de noodzaak tot saneren vaststaat.

Volgens schattingen kan het bij de categorie niet-urgente gevallen gaan om dertig procent van alle vervuilde terreinen in Nederland. Een woordvoerder van de werkgeversorganisaties VNO en NCW, die fel hebben geprotesteerd tegen de vergaande saneringsvoorstellen van Alders, noemt het amendement van CDA en PvdA “zeker een verbetering”. Hij verwacht dat nu meer animo voor bodemsanering zal ontstaan: “Bedrijven kunnen er voortaan op vertrouwen dat ze niet onmiddelijk moeten saneren als er vuil in de grond zit”.

De Tweede Kamer vergadert volgende week verder over de Wet Bodembescherming, waar een veertigtal amendementen op is ingediend.