Italiaanse erfenis achtervolgt CLBN

Credit Lyonnais Bank Nederland staat in de justitiële schijnwerpers. Haar rol in het bankroet van Sasea Holding is onderwerp van Zwitsers onderzoek, in de VS is ze verwikkeld in processen rondom de overneming van filmstudio MGM. En in Italië groeit CLBN-klant Fiorini uit tot sleutelfiguur in een ongekend omkopingsschandaal.

Chamotte Unie is niet meer. Het voormalige Amsterdamse beursfonds, waarvan begin november het faillissement werd aangevraagd, laat een financiële krater van 300 miljoen gulden achter. Voor de schuldeisers bestaat weinig hoop: de bezittingen van de onderneming kunnen gemakshalve op nihil worden geschat.

Niet alleen de omvang van de schulden, ook de manier waarop Chamotte - houdster van belangen in een aantal Italiaanse verzekeringsmaatschappijen - ten onder ging, mag opmerkelijk heten. “Het is een nogal ongelofelijk gebeuren”, meent curator mr. R.W. de Ruuk. Sinds hij de dozen met de administratie van Chamotte uitpakte, viel hij van de ene verbazing in de andere. De verzekeringsmaatschappijen waarin Chamotte deelnam, gingen stuk voor stuk failliet. “De hoeveelheid pech die de onderneming is overkomen is buitengewoon onwaarschijnlijk”, meent de curator.

Voormalig president-commissaris ir. J.J. Kraaijeveld van Hemert toont zich nog immer een tikje beduusd over de ondergang van Chamotte, waar hij tot anderhalf jaar geleden aan verbonden was. “Ik heb over deze onderneming toch altijd goede inlichtingen gekregen bij de bank in Rotterdam. En alles was altijd fantastisch geregeld met de beste juristen”, verklaart Van Hemert. “Maar uiteindelijk werd ook ik niet staat gesteld om de werkelijke gang van zaken te zien.” Als commissaris heeft Kraaijeveld van Hemert zijn beloning over 1991 (23.700 gulden) bij Chamotte Unie nog steeds niet ontvangen.

Tot verbazing van curator De Ruuk duurde het lange tijd voordat de schuldeisers van Chamotte de moeite namen hun vorderingen officieel aan te melden. Zo liet huisbankier CLBN, die met ruim 80 miljoen gulden tot de grotere crediteuren hoort, pas enkele weken terug iets van zich horen.

CLBN heeft op dit moment dan ook andere zaken aan het hoofd. Chamotte behoorde tot de Nederlandse tak in het internationale zakelijke netwerk van het beruchte duo Florio Fiorini en Giancarlo Parretti waarvan de Rotterdamse bank de belangrijkste geldschieter was. Een netwerk dat in de zeven jaar van zijn bestaan vooral werd gekenmerkt door eindeloos gegoochel met aandelenpakketten, ondoorzichtige en versluierende jaarrekeningen en relaties met zowel de gevestigde politieke en zakelijke elite als met scharrelaars en oplichters.

Met behulp van miljardenkredieten van CLBN en een wolk van onoverzichtelijke transacties wisten de Italianen in enkele jaren tijd een reusachtig imperium uit de grond te stampen. Het meest tot de verbeelding sprak daarbij de door CLBN gefinancierde overneming voor 1,3 miljard dollar van de Amerikaanse filmstudio MGM-United Artists in 1990. Het debâcle dat kort daarop volgde, heeft curatoren en justitiële autoriteiten in Europa en de VS inmiddels handenvol werk gegeven. Aller aandacht richt zich, behalve op het Italiaanse duo, op de Nederlandse dochter van de Franse staatsbank Crédit Lyonnais.

Het complexe zakennetwerk bleek een papieren tijger met opgeblazen balansen en waardeloze bezittingen. Sasea Holding, de Zwitserse moedermaatschappij waarover Fiorini de scepter zwaaide, bezweek eind vorig jaar onder een schuldenlast van 6,2 miljard gulden. Fiorini zelf verdween achter de tralies van de Geneefse Champ-Dollon gevangenis op beschuldiging van fraude en het verstrekken van valse gegevens. Parretti viel reeds twee jaar geleden in ongenade bij CLBN. De Italiaan ruimde het veld in een regen van processen over en weer. Parretti, eerder veroordeeld tot bijna vier jaar gevangenisstraf wegens administratieve knoeipartijen, is verwikkeld in verschillende rechtszaken wegens fraude.

Pag 20: Fiorini kroongetuige en hoofdverdachte in Italiaans Mani Pulite-schandaal; Ontvlechten van de kluwen transacties kan nog jaren duren; De betrokkenheid loopt op tot zeker 4 miljard gulden

De financiële ravage die CLBN door zijn Italiaanse avonturen heeft opgelopen is aanzienlijk. Alleen al van het Zwitserse Sasea heeft de bank nog ongeveer 1,1 miljard gulden tegoed. Gevoegd bij de ongeveer 2,8 miljard gulden die anderhalf jaar geleden openstond in verband met het Amerikaanse filmavontuur, loopt de betrokkenheid van de bank op tot zeker 4 miljard gulden, ongeveer een kwart van de totale debiteurenportefeuille van de bank. Het enige dat CLBN tot nu toe uit de failliete boedel heeft weten te redden, is de zwaar verliesgevende filmstudio MGM.

Dat de bestaanszekerheid van de bank niet ter discussie staat, komt door een serie ingrepen die anderhalf jaar geleden werd genomen. Nadat De Nederlandsche Bank de gang van zaken al enige tijd “nauwgezet gevolgd had”, verklaarde CLBN publiekelijk dat het risico voor de schuldenlast aan Fiorini en Parretti werd overgedragen aan Crédit Lyonnais, eigenaar van meer dan 94 procent van de aandelen van CLBN.

De overneming van het kredietrisico maakte deel uit van een pakket van maatregelen waarmee CLBN zich in één klap van zijn Italiaanse erfenis wilde ontdoen. Bestuursvoorzitter Jean-Jaques Brutschi, die de betrokkenheid van zijn bank bij de zaken van het Italiaanse duo maandenlang had verdoezeld, moest het veld ruimen. Zijn opvolger, de Nederlander W. van Driel, kondigde aan dat de filmfinanciering op termijn zou worden ondergebracht bij de Franse moeder in Parijs. CLBN zou zich voortaan met alle energie op de Nederlandse markt voor kredietverlening storten. Alle maatregelen ten spijt blijft de kwestie op de burelen aan de Rotterdamse Coolsingel rondspoken. Want dat de verliezen zijn afgewenteld betekent nog niet dat de Zwitserse justitie geen belangstelling meer heeft voor de bemoeienis vanuit Nederland. “CLBN was de belangrijkste kredietverschaffer van Sasea”, meent de Geneefse onderzoeksrechter Jean-Louis Crochet, “Vanzelfsprekend onderzoeken we haar rol bij het faillissement.”

Het Zwitserse onderzoek richt zich op een mogelijk omvangrijke fraude en geknoei met de administratie van Sasea. Daarnaast zal de rol van het Franse Crédit Lyonnais volgens de Zwitserse onderzoeksrechters worden onderzocht, omdat de bank de laatste anderhalf jaar in feite de directie over Sasea voerde. CLBN verzorgde sinds jaar en dag de administratieve verwerking van de kredieten.

Sasea-curator Alain Winkelmann, die toepasselijk kantoor houdt aan de Rue d'Italie in Genève, laat eveneens weten alle verantwoordelijkheden rond de ondergang van Sasea te willen onderzoeken. “Dus ook die van CLBN”, aldus Winkelmann. De Geneefse curator noemt het nog te vroeg voor conclusies. Het ontvlechten van de kluwen transacties zou wel eens maanden, mogelijk zelfs jaren in beslag kunnen nemen, zo vermoedt hij.

Afgezien van gerommel bij het faillissement van Sasea wordt CLBN nog steeds achtervolgd door de uiterst rumoerige afwikkeling van de overneming van MGM/UA. Wat twee jaar gelden begon als een ruzie met Parretti nadat de kredietkraan in Rotterdam werd dichtgedraaid, groeide uit tot een stroom van processen over en weer. De commotie werd er niet minder op toen CLBN eind vorig jaar voormalig MGM-eigenaar Kirk Kerkorian voor de rechter in Los Angeles daagde. Kerkorian zou met Parretti onder een hoedje hebben gespeeld door te liegen over de werkelijke waarde van de gammele filmstudio. Tot groot plezier van het filmwereldje liet Kerkorian zich de beschuldigingen niet lang aanleunen. Vorige maand daagde hij op zijn beurt de bank voor de rechter op beschuldiging van een valse voorstelling van zaken in verband met de overneming. In Europa daagt aan de horizon inmiddels een schandaal van een heel andere orde. De Zwitserse justitie werkt nauw samen met het legertje Milanese onderzoeksrechters dat bezig is het zogenaamde Mani Pulite-schandaal te ontrafelen. Deze steekpenningen-affaire zette het politieke leven in Italië de afgelopen maanden op zijn kop.

De gemoedelijk ogende Fiorini geldt als kroongetuige en een van de belangrijkste verdachten in de affaire. Mede als gevolg van zijn bekentenissen hadden in Italië tientallen arrestaties plaats van politici en hoge ambtenaren. De Mani Pulite-affaire leidde reeds tot het aftreden van de socialistische leider Bettino Craxi en het vertrek van de socialistische minister van justitie Claudio Martelli. Ook voormalig minister van buitenlandse zaken Gianni de Michelis mocht reeds enkele dagvaardingen ontvangen. Opheffing van de parlementaire onschendbaarheid van Craxi en De Michelis lijkt slechts een kwestie van tijd.

Het zakelijke netwerk rond Fiorini lijkt een directe rol te hebben gespeeld in de Italiaanse omkopingsaffaire. De Zwitserse onderzoeksrechter Crochet vond in ieder geval bij een inval in Fiorini's SI-Bank in Monaco (een "bank' die nauw was gerelateerd aan het Sasea-netwerk) documenten met betrekking tot de zogenaamde "beschermingsrekening' (compto protezzione) bij de Union des Banques Suisses. De Italiaanse justitie gaat ervan uit dat die rekening ooit is opgezet door Licio Gelli, de leider van de sinistere vrijmetselaarsloge P-2, om steekpenningen door te sluizen naar de socialistische partij.

Fiorini's naam dook al eerder op in de papierwinkel rondom de beschermingsrekening van P-2. Bekend was ook dat Fiorini begin jaren tachtig het veld moest ruimen als internationaal financieel directeur van het Italiaanse staatschemiebedrijf ENI als gevolg van ongeoorloofde leningen aan de Banco Ambrosiano. Een verband tussen deze oude kwesties en de meer recente activiteiten van Fiorini was echter nog niet eerder aangetoond.

Dat laatste is koren op de molen van de Franse parlementariër François D'Aubert, die eerder dit jaar als voorzitter van een parlementscommissie een onderzoek publiceerde naar de activiteiten van de mafia in Frankrijk. Als lid van de oppositie-partij UDF ageert D'Aubert al jaren tegen de kredieten die CLBN - in opdracht van de door de Franse socialisten beheerste staatsbank Crédit Lyonnais - aan de twee Italianen verstrekte. D'Aubert suggereerde daarbij een verband met de honderden miljoenen guldens die met de ondergang van de Banco Ambrosiano verdwenen. Vorige maand verscheen zijn boek over de kwestie met de veelzeggende titel L'Argent Sale.

Met het faillissement van Sasea staat de zaak in Frankrijk meer dan ooit in het middelpunt van de belangstelling. De kwestie rond de miljardenfinanciering van Fiorini en Parretti had eerder al een dramatische winstdaling van Crédit Lyonnais tot gevolg; van 1,61 miljard franc over de eerste helft van 1991 tot 119 miljoen (40 miljoen gulden) over het eerste halfjaar 1992. De speculaties over een voortijdig vertrek van Jean-Yves Haberer, de fel bekritiseerde topman van Credit Lyonnais, nemen dan ook toe. Zeker nu de socialistische partij op een gevoelige verkiezingsnederlaag afstevent.

Onduidelijk is nog wat een en ander voor de Rotterdamse dochter betekent. De bank wil niet meer kwijt dan dat het in 1991 ingezette beleid zal worden voortgezet, waarbij vooral de nadruk ligt op het agressief uitbreiden van de Nederlandse krediet-portefeuille. Opmerkelijk is evenwel dat CLBN nog steeds de filmafdeling onder haar hoede heeft. Volgens een woordvoerder heeft de directie nog niet beslist wanneer deze afdeling wordt afgestoten.

De concentratie op kredietverlening heeft in bancaire kringen geleid tot speculaties dat CLBN op termijn "in de markt' zou zijn: aansluiting bij een van de andere lokale middelgrote banken zou de bank afhelpen van zijn lastige verleden en kunnen voorkomen dat CLBN wordt vermorzeld tussen de gefuseerde giganten ABN Amro, ING Postbank en Rabo-Robeco-Interpolis. Op het Rotterdamse hoofdkantoor wordt deze suggestie evenwel van de hand gewezen. “Op dit moment is er geen indicatie dat onze groepstrategie op dit punt een grotere aanwezigheid in Nederland vereist”, aldus een woordvoerder.