Geloven aan (1)

De laatste alinea van Saris' column over het boek van Mulisch (W&O van 11 febr) sluit mooi aan op de laatste alinea van 't Harts De Schrift over Baäl.

Volgens 't Hart werd in het gereformeerde gewoonlijk onderscheid gemaakt tussen geloven in (wat overgave en vertrouwen inhoudt) en geloven aan. Volgens dit woordgebruik zou men niet in Baäl dienen te geloven, maar slechts aan hem en zijn bestaan.

Ook al geeft Van Dale geloven aan slechts in de vorm van een uitdrukking met beperkte betekenis, het is in het Nederlands een gangbare term. Kleine kinderen immers geloven aan Sinterklaas: ze zien hem met eigen ogen en moeten "er dus wel aan geloven' dat hij bestaat.