FEBRUARISTAKING

De column "Kom vanavond met verhalen' van H.A. van Wijnen (NRC Handelsblad, 27 februari geeft mij de mogelijkheid een stuk van mijn ergernis kwijt te raken, die ik jarenlang heb gehad bij de herdenking van de Februaristaking.

De organisatoren vestigden de indruk dat hierbij alleen sprake was van een spontane actie van de Amsterdamse communistische arbeiders. Dit is pertinent onjuist, de actie ging spontaan uit van een veel breder deel van de Amsterdamse bevolking.

Uit de biografie over Ben Sijes van Richter Roegholt heb ik begrepen dat Sijes een persoonlijk accent op die gebeurtenis heeft gelegd. Zoals Van Wijnen terecht stelt “was Sijes staker en historicus in een persoon, maar vooral was hij een begenadigd verteller”.

Ik geloof dat het voor een verteller, indien hij zelf in het verhaal een dominerende rol speelt, moeilijk is de objectieve historicus te zijn. Sijes had daarnaast nog een ander probleem, hij zette zich af tegen diegenen die uit een andere klasse kwamen dan hijzelf. In de biografie van Roegholt wordt een interview in "Folia Civitatis' in 1977 aangehaald waarin hij zegt: “Ik kwam uit een poel van armoede... ik heb nog steeds geen affiniteit met rijke mensen.. ik voel ze niet. Als vrienden wil ik ze niet hebben.” Mijn eigen ervaringen van de Februaristaking deed ik op, toen ik langs de jodenbuurt komende zag dat deze met prikkeldraad was afgezet. Daarna met de pont over het IJ naar het laboratorium van Shell gaande, werd reeds met afschuw gesproken over wat wij gezien hadden. Op het terrein van het laboratorium werkten circa twaalfhonderd mensen, bestaande uit werklieden, administratieve employés, laboranten en academici. Binnen een uur na aankomst op het werk gingen wij met practisch allen, ondanks het verbod van de directie, naar de poort toe, openden het hek, gingen met de pont het IJ over, en trokken in groepen stakend door de binnenstad”.