Dokter en dood (3)

Het is zonder twijfel juist dat rond het levenseinde van mensen veel meer beslissingen worden genomen dan alleen wel of geen euthanasie.

De gevolgtrekking van Griffiths (W&O 21 jan) dat er dus een groot grijs gebied zou zijn waarheen kwaadwillende dokters kunnen uitwijken om al stekkers uittrekkend en morfinespuitend hun gang te gaan is onzinnig. Het getuigt van een opvatting over dood en sterven die geen recht doet aan de praktijk. De patiënt sterft niet aan de dokter maar aan zijn ziekte. Gelukkig besluit de dokter soms om terug te treden en de onvermijdelijke dood toe te laten, waarbij het lijden van het sterven zoveel mogelijk wordt verzacht.

Het is een verworvenheid van de euthanasiediscussie dat er gepraat kan worden en overlegd over deze beslissingen. Dat patiënt en arts niet bang hoeven te zijn om mogelijkheden tegen elkaar af te wegen, daar zo mogelijk de tijd voor te nemen, te besluiten wie ze er verder in willen en moeten betrekken. In een dergelijk proces doen zich vele ethische dilemma's voor waar consensus over bereikt moet worden. De door Griffiths gewenste controle zit in dit proces, omdat het een sociaal fenomeen is.

Het is schadelijk dit proces, dat zo al moeilijk genoeg is, te willen belasten met formulieren en bureaucratie, met het strafrecht op de achtergrond. Door een papieren controle worden geen dilemma's opgelost maar wordt alleen angst aangejaagd.

Griffiths maakt niet aannemelijk dat er een grijs gebied is, laat staan hoe groot het is. Wat uit de door hem geciteerde cijfers zou kunnen blijken is dat sterven een complex probleem is geworden. Zeker moet er daarom in het openbaar over gedebatteerd worden en moeten we steeds weer vaststellen wat we willen en waar we grenzen willen leggen. Griffiths heeft gelijk wanneer hij meent dat deze discussie nog niet voor alle problemen rond het levenseinde is afgerond. Dit lijkt evenwel eerder zijn wantrouwen te wekken dan zijn nieuwsgierigheid. Hij vraagt niet, hij beweert. Daarmee neemt hij niet de zorgvuldigheidseisen in acht waaraan de discussie zou moeten voldoen om bij ons als betrokkenen vertrouwen te wekken.