De postzegel tussen vormgeving en winstcijfers

DEN HAAG, 11 MAART. Blijft de Nederlandse postzegel de triomf van een toonaangevend vormgevingsbeleid van de PTT of gaat hij ten onder aan het streven naar een zo groot mogelijke winst? Anders gezegd: hoeveel vrijheid wordt de ontwerper van een postzegel gegund in een geprivatiseerd bedrijf? Over de "grenzen van de postzegel' wordt morgen in Maastricht worden gedebatteerd op een openbaar postzegelsymposium van de bedrijfseenheden Kunst + Vormgeving en Filatelie van PTT en de Jan van Eyck Academie. Een dag lang zal het in zijn afmetingen onbeduidende ontwerp-object tegen het licht worden gehouden van grote maatschappelijke ontwikkelingen.

Zoveel aandacht voor de postzegel komt niet onverwacht. Evenals het bankbiljet werd hij dikwijls vervaardigd in het kostbare plaatdrukprocédé, een techniek die slechts een enkele uitverkoren ontwerper, bijvoorbeeld Sem Hartz, feilloos beheerste. Flatteuze portretten van helden en hooggeplaatsten bekroonden de inspanningen van graveur en drukker. Een circuit van exclusiviteit dus, in aanmaak en in uitvoering.

Relatief vroeg, aan het begin van de jaren zestig, schakelde de PTT over op democratischer offset-technieken. Door deze vernieuwing werd het aanmaken van speciale uitgiften eenvoudiger en veranderde het ontwerpbeleid ingrijpend. Want hoewel aan de keurigheid in de onderwerpskeuze weinig veranderde (nog steeds moet een vereniging minstens een eeuw oud zijn en van nationaal maatschappelijk belang om op een zegel te mogen) en ook de ontwerpopdracht altijd iets zou behouden van een nationale erezaak, kregen de grafische adviseurs van de afdeling Kunst + Vormgeving nu toegang tot een veel bredere groep ontwerpers. Honderden vormgevers, kunstenaars, architecten en zelfs kinderen hebben sindsdien bijgedragen aan dit beleid. Zo verleidde de postzegel op een moment dat hij achterhaald leek te raken door frankeermachines, gebruikers en collectionneurs.

Wonderbaarlijke scheppingen bereikten het filatelistisch loket, waaronder de zegels van het Centrum voor Cubische Constructies te Heerlen (de architecten Graatsma en Slothouber, 1970), de stripzegels van Joost Swarte (1984) en de luidruchtige grafische ensceneringen waarin Max Kisman het Rode Kruis verstrikte (1987). Dit avontuurlijke beleid bereikte vorig jaar een hoogtepunt, toen de vormgevingsadviseurs van PTT in het kader van de Europese Eenwording voor vrijwel alle emissies buitenlandse ontwerpers bleken te hebben ingeschakeld: een primeur in postale betrekkingen.

Getuige tal van internationale onderscheidingen erkent men ook buiten onze grenzen dat deze PTT-strategie, die zich uitstrekt van postzegels via bedrijfsarchitectuur tot de aankleding van het eigen fanfarecorps, de emancipatie van het ontwerpersvak daadwerkelijk heeft bevorderd. Maar wat betekent exemplarische vormgeving eigenlijk voor het bedrijf zelf?

Met de privatisering wil de PTT de markt van de filatelie beter exploiteren. Nu de reorganisaties ook dat bolwerk hebben bereikt, lijken de verworvenheden uit het nabije verleden hun bestaan vooral te danken aan de kneedbaarheid van min of meer onverschillige ambtenaren. Nu de "filatelistische dienst' is geëvolueerd tot een met marketingspecialisten bemande "business unit filatelie' overheerst daar nog maar één wens: iedere postzegel een bestseller. Met zo'n uitgangspunt groeit de twijfel aan de verkoopbaarheid van "voorbeeldig ontworpen postzegels' en verkruimelt de autoriteit van de vormgevingsadviseur. Hoe zal de niet te meten representatieve waarde van vormgeving het kunnen opnemen tegen ondubbelzinnige omzetcijfers?

Op de postzegeldag zou een gedenkwaardige discussie kunnen onstaan, tussen de adviseurs van PTT Kunst + Vormgeving (Ootje Oxenaar) en de woordvoerders van PTT Filatelie, ten overstaan van twaalf buitenlandse emissiedirecteuren, de reclamespecialist Paul Mertz, binnen- en buitenlandse ontwerpers als Erik Spiekermann, Pierre Bernard, Gerard Hadders en Neville Brody en de aan de Maastrichtse ontwerpopleiding verbonden theoreticus Hugues Boekraad. Als er al een verschraling dreigt, dan dat verhindert PTT niet om vrijdag de postzegelontwerpen van 1992 te presenteren in een speciaal ensemble naar een ontwerp van Edith Gruson en Ewoud Traast.