De kosmos als edelsteen in de navel van Mestreech

Sinds de sluiting van het Europese Verdrag van Maastricht komen Maastrichtenaren glimmend van trots thuis omdat ze in den vreemde op de mare van hun stad worden aangesproken. Vanaf aanstaande zaterdag lokt de stad opnieuw bezoekers uit heel Europa. Ditmaal zijn het antiekliefhebbers en handelaren in kunst en antiek die afkomen op de kostbare juwelen, oude meesters en zeldzame antiquiteiten die te zien zijn op The European Fine Art Fair.

In het Maastricht van mijn jeugd speelde het dagelijks leven zich af tussen de kerk en het werk, het café en de keramiek. De meeste Maastrichtenaren kregen van de schoonheid van hun eigen navel ternauwernood genoeg. Hun stad was het centrum van de wereld. Er was buiten Maastricht niets wat aan haar kon tippen. Hollanders waren betweters en schreeuwlelijken tegen wie men verbaal altijd het onderspit moest delven en die de beste baantjes inpikten. Zo werd er althans binnenskamers over gedacht, want in het openbaar uitgesproken werd het zelden of het moest zijn in de roes van het bier. Wie geen Maastrichts sprak, hoorde er niet bij. Een Limburger van buiten Maastricht was een boer. Wie niet katholiek was, een ketter. Wie niet op de KVP stemde een rooie. De juist overleden Maastrichtse PvdA-voorman dr. J. Tans werd om zijn sociaal-democratische beginselen verguisd en maatschappelijk verdacht verklaard. Ik was pas nog op een begrafenis van een rasechte Maastrichtse "grande dame' die een actieve rol had gespeeld in de homo-organisatie COC, waarvoor in het Maastricht van toen en zeker in de gegoede, burgerlijke kring, waartoe ze behoorde, zekere heldenmoed nodig was.

Niet dat van bovengenoemde karaktereigenschappen er geen enkele meer aanwezig zou zijn, maar toch. Er veranderde - te beginnen in de jaren zeventig - het een en ander. Het ging haast onmerkbaar. Er kwam steeds meer vreemd volk de stad binnen. Dat kwam door de vestiging van de achtste medische faculteit, die later uitgroeide tot een universiteit en waarmee dezelfde Tans die aan haar wieg stond zijn stad openbrak. De ontkerkelijking sloeg toe waardoor de sociale controle op het stemgedrag verdween. De roomse coterie moest andersgezinden naast zich dulden en in hen zelfs haar meerdere erkennen. Maastricht ontdekte de voordelen van haar ligging op wat oud-gouverneur mr. dr. Ch. van Rooy "het balkon van Europa' noemde. Er vestigden zich talloze internationale instituten. De stad bouwde ineens als een bezetene: er kwam een gigantisch academisch ziekenhuis, het internationaal expositie-congrescentrum waar nu de antiekbeurs wordt gehouden, een Theater aan het Vrijthof. En op het voormalige Céramiqueterrein waar vroeger de pottemennekes' (arbeiders in de aardewerkindustrie) hun armzalig bestaan leden, is een begin gemaakt met een dure stadswijk waarop gerenommeerde buitenlandse architecten hun stempel drukken. De stad begon de kenmerken te krijgen van een heuse - zij het nog altijd regionale - grootstad: drugsverslaving, groeiende criminaliteit en steeds grotere afstand tussen arm en rijk incluis. En toen eind 1991 in het provinciehuis het Europese Verdrag van Maastricht werd gesloten, kreeg ze bekendheid over de hele wereld. Maastrichtenaren kwamen glimmend van trots thuis omdat ze in den vreemde op de mare van hun stad waren aangesproken. Ze maakten foto's van kiosken in verre landen die kranten toonden waarop de naam "Maastricht' in veelvoud stond gedrukt en lieten ze meesmuilend rondgaan. De stedemaagd ontwaakte langzaam uit haar slaap, haar blazoen glimmend opgepoetst.

En ik, die van verre de ontwikkeling gadesloeg, deelde in het algemene gevoel van welbehagen, want de stad, die me zo na aan het hart ligt, was de weg naar de volwassenheid ingeslagen, wat niet door alle ras-Maastrichtenaren even hogelijk wordt gewaardeerd. 'Mestreech is us Mestreech neet mie', zo luidt het onder hen. Daar klinkt weemoed in en een hang naar het verleden. Zo is het: Maastricht is ons Maastricht niet meer en dat is in de meeste opzichten maar goed ook. In de navel prijkt nu een schitterend geslepen edelsteen, waarin de kosmos zich weerspiegelt.