De charme van het onvolmaakte

In de mode is het tijdperk van de "schoonheid van de buitenkant' aan het vervagen. De verafgoding van lichamelijke perfectie heeft ook in de reclame gezorgd voor een defilé van billen, borsten (de spierballen van de vrouw) en ander anatomisch show-werk. De achterhoede van deze stroming heeft zojuist de populaire vrouwenbladen bereikt, maar de voorhoede heeft de boel alweer omgedraaid.

Schoonheid zit niet van buiten, maar van binnen.

Eigentijdse mode is imperfecte mode.

De modellenbureaus duwen de gevulde dames door de achterdeur naar buiten en halen de tot nu toe afgewezen scharminkeltjes ("twee erwtjes op een plankje') naar binnen. Hoe uitgemergelder, hoe beter. Te grote handen en voeten? Komt goed uit. Liever plakharen graag en wenkbrauwen houden we niet van. De make-up gaat in de vuilnisbak. Ivo Weyel beschrijft in Het Parool hoe Kate Moss (slechts 1,64 meter hoog) met deze uitrusting wereldster aan het worden is bij Calvin Klein.

In die zelfde krant verzucht architect Pi de Bruijn dat hij liever niet in het te volmaakte Berlage-Zuid wil wonen, maar wel in de "onaffe', lelijke Bijlmer. Want daar is het pas dynamisch.

In de reclameblokken zien we de grofheid en onvolmaaktheid ook toeslaan. Paul Meijer (Mazda, Droste) is een veelbesproken voorganger in het hanteren van staalborstels op de video. De "werkelijkheid' wordt net zolang verknipt en verdoezeld tot je nog net het idee hebt dat je er een commerciële mededeling in kunt ontdekken. Sommigen gaan zelfs nog verder in hun postmodernistische drang. It ain't what you do, it's the way that you do it, zong Bananarama al jaren geleden. Niks produktboodschap - een lekker gevoel, vormplezier, daar gaat het om.

De aantrekkingskracht van het onvolmaakte is niets nieuws. Af en toe wordt hij door de tijdgeest naar de oppervlakte geduwd, maar veel vormen van onvolmaaktheid zijn altijd intrigerend geweest. Denk aan een door alcohol en andere geneugten van het leven aangetaste stem van sommige zangers (Tom Waits, Joe Cocker, Paolo Conte). Of aan de imperfectie van oude gebouwen en meubels, waar de tand des tijds heeft toegehapt. Ze proberen mooi te zijn zoals ze waren. Terwijl ze nog nooit zo mooi zijn geweest. Ze vertellen een verhaal. J. Bernlef over de foto's van Walker Evans: “De voorwerpen zijn bedekt met sporen van verdwenen handelingen, die door het kijken weer voorstelbaar worden, tot leven komen.”

Esthetiek heeft z'n charme, het kijken naar mooie mensen streelt een bepaald gevoel. Maar onvolmaaktheid prikkelt je fantasie. De schoonheid van de lelijkheid. Lelijk is natuurlijk een subjectief begrip.

Nu zijn veel marketing- en reclamemensen opgevoed met lesjes waarin werd gehamerd op het feit dat mensen graag merken kopen die droombeelden en ideaaltypen vertegenwoordigen. Alles moet er eenvoudig en verzorgd uitzien. De beelden moeten afgerond zijn. (Rond, dus je komt er letterlijk niet in.) Men wil op zeker spelen: je moet weten dat je goeie geld niet in cryptogrammen wordt gestoken en poëzie koop je maar in de boekhandel. Iedereen moet binnen twee seconden begrijpen wat de "boodschap' is. Modellen moeten ideale schoonzonen en schoondochters zijn.

Ze hebben het moeilijk met de barbaarse imperfectionisten. Want in deze school gelooft men heilig in het verschijnsel intrige; in het verbergen van waar het om gaat. Zet de kijker-luisteraar-lezer maar aan het werk, laat hem maar zelf onthullen en invullen. Wij hoeven hen niets te leren, zij leren zichzelf wel.

Vooral richting jeugd wordt nog wel eens eerder een legpuzzel dan een hapklare brok afgeschoten. Reclamefilmpjes waarin een verhaal, dat oorspronkelijk van A naar Z loopt, in stukken is gesneden, even in de mixer is gestopt en weer aan elkaar is geplakt. Beelden, kleuren en geluiden worden vervormd. Zwart-wit in plaats van kleur. Weg van de realiteit. Houd ze bezig.

Het devies van de imperfectionisten is: “Consumenten hebben geen zin in dat idealistische, drammerige en nietszeggende produktgeneutel. Iedereen zegt hetzelfde. Gooi het over een abstractere, interessantere boeg.”

Twee geloofsrichtingen die eens nog vreedzaam bijeengraasden in één wei, zijn uiteengedreven. We kennen het verschijnsel in Nederland.

Ik houd u op de hoogte.