De Butte Rouge bij Parijs; Zacht-oranje staalkaart van het modernisme

Route vanuit Parijs: vanaf Porte de Chatillon via de N 306 tot Le Plessis-Robinson. Vanaf daar de D2 volgen richting Châtenay Malabry. Dan doemt vanzelf aan de rechterkant La Butte Rouge op, gemakkelijk herkenbaar aan de uniforme oranje kleur van het stucwerk.

Toen La Butte Rouge in de jaren dertig werd gebouwd, lag deze Parijse voorstad in een arcadisch heuvellandschap, temidden van bossen en akkers. Nu heeft de moloch Parijs de tuinstad opgeslokt, maar het oorspronkelijke karakter van La Butte Rouge is er wonderlijk genoeg nauwelijks door aangetast.

De naam La Butte Rouge (De Rode Heuvel) is verwarrend. Het bijvoeglijk naamwoord "rouge' suggereert een verband met de arbeiders, voor wie de wijk in opdracht van L' Office public d' habitations à bon marché de la Seine werd gebouwd. De naam is echter ontleend aan de kleur van de grond van de heuvel waarop de tuinstad is gebouwd. Maar dan nog komt de aanduiding niet overeen met de werkelijkheid: het stucwerk van de huizen, dat dezelfde kleur heeft gekregen als de grond, is niet rood maar zacht oranje.

La Butte Rouge heeft de handboeken van de moderne stedebouw niet gehaald. De reden is duidelijk: de tuinstad is geen pionierswerk en kwam pas tien jaar na de eerste modernistische experimenten in steden als Rotterdam, Berlijn en Frankfurt tot stand. Maar zowel in omvang als in vorm kan de Parijse voorstad gemakkelijk de vergelijking doorstaan met bijvoorbeeld Bruno Tauts beroemde Berlijnse "Siedlungen'.

De architecten Joseph Bassompierre, Paul de Rutté en Paul Sirvin, die de geschiedenisboeken ook niet hebben gehaald, hebben van La Butte Rouge een vermakelijke staalkaart van het modernisme gemaakt. Hier kreeg een blok een hoek waarvoor Dudok zich niet zou schamen, daar werden de gebouwen op kolommen gezet en van daktuinen voorzien, zoals Le Corbusier zou doen, en aan het hoofdplein hebben de huizenblokken ronde uiteinden gekregen zoals Italiaanse architecten die onder Mussolini nieuwe steden bouwden wel deden. Zelfs het naoorlogse modernisme is vertegenwoordigd, in de vorm van een reusachtig gebogen flatgebouw op pootjes.

Net als de ontwerpers van de Mussolini-steden zijn de Franse architecten teruggeschrokken voor een al te rigoureus modernisme. Weliswaar hebben ze - zoals het modernisme voorschrijft - de gesloten bouwblokken afgeschaft, maar de woningen vormen wel traditionele straten en pleinen. Ook het grote gebaar is niet geschuwd: bij de belangrijkste toegangswegen tot de tuinstad plaatsten de archtitecten hoge woontorens. Een paar jaar geleden zijn de woningen, winkels, scholen en openbare gebouwen opgeknapt en voorzien van nieuw oranje stucwerk. La Butte Rouge is een wijk om trots op te zijn, en te oordelen naar de smetteloze gevels zijn de huidige, veelal allochtone, bewoners dat ook. Op graffiti staat, zo lijkt het wel, de doodstraf.