Brinkman verbergt revolutionair elan

Het CDA is al vele malen opgeheven, in theorie althans. In de jaren zestig dachten velen dat door de snelle secularisatie de christelijke partij als vanzelf zou verdwijnen. Een decennium later hielden weinigen het voor mogelijk dat het katholieken, hervormden en gereformeerden zou lukken één partij te vormen. En wie in God geloofde maar niet op het CDA stemde vroeg zich wel eens ongeduldig af wanneer de Almachtige eindelijk zijn zwaard zou heffen tegen de partij die zo zwaar zondigde tegen haar godsdienstige principes.

Geen van de voorspellingen is uitgekomen. Als de opiniepeilingen niet bedriegen zal het CDA na de volgende verkiezingen zelfs veruit de grootste partij in de Tweede Kamer worden. Niettemin staat door de wisseling van de wacht binnen de partijtop de positie van het CDA opnieuw ter discussie.

Binnen de partij waarschuwde het CDA-Vrouwenberaad voor een conservatieve koerswending. De ruimte die het Kamerlid Hillen kreeg van de toekomstige partijleider Brinkman om “fundamentalistische” opvattingen over de rol van de vrouw te spuien en hun overeenkomst met de opvattingen van Brinkman over de "zorgzame samenleving', brachten het Beraad tot die conclusie.

Fractieleider Van Mierlo van D66 haakte dinsdag tijdens een gastcollege aan de Leidse universiteit indirect in op het debat over de koers van het CDA. Hij herintroduceerde het oude idee van een progressieve volkspartij van PvdA, D66 en Groen Links. Een twee-stromenland zou kunnen ontstaan met CDA, VVD en kleine christelijke partijen als conservatieve tegenhangers.

Er kan veel mis gaan voordat dit schema, dat de wereld opnieuw moet verlossen van het CDA, werkelijkheid wordt. Partijleider Kok is voorstander van samenwerking met het CDA. Het GPV kan zich ontpoppen tot progressieve variant van de kleine christelijke partijen zoals zijn tweede man Van Middelkoop gisteren in deze krant voorzichtig opperde.

De veronderstelling dat de fractievoorzitter van het CDA behoudend denkt, is echter de grootste misrekening. Wie Brinkman voor conservatief verslijt, neemt zijn culturele denkbeelden te serieus. Tot ongeveer 1986 goldt hij namelijk "slechts' als sterk bestuurder die in zijn Amsterdamse studentenjaren even bij de liberale jongerenvereniging JOVD had gebuurt. Daarna maakte mr. drs. Brinkman furore als topambtenaar bij Binnenlandse Zaken en deed hij als minister van WVC goed bestuurlijk werk door het pas gevormde ministerie (uit CRM en Volksgezondheid) van de fusie-perikelen te verlossen en het welzijnswerk te decentraliseren.

Pas na 1986 sloop de inmiddels bekende moraliserende toon in het politieke optreden van Brinkman. Waarden uit zijn jeugd als deugdzaamheid en gemeenschapszin verleenden een zekere authenticiteit aan zijn gehamer op zorgzaamheid. Diep zat het geloof echter nooit. Daarvoor was het teveel een afgeleide van zijn bestuurlijke opvattingen over een kleinere overheid. Afslanking van het staatsapparaat en morele groei van de burger veronderstelden elkaar in de ogen van Brinkman.

De belangstelling van de toekomstige partijleider van het CDA gaat dan ook niet uit naar het herscheppen van de wereld naar het beeld van Archie Bunker (All in the Family). Het concrete beleid van zijn fractie op het gebied van kinderopvang, vrouwenemancipatie en meisjesbeleid heeft de fractievoorzitter zakelijk benaderd en veelal aan de specialisten overgelaten.

Niet de culturele maar de bestuurlijke opvattingen van Brinkman geven inzicht in de toekomstige positie van het CDA. Zijn opvattingen en aanpak op dat gebied zijn allesbehalve conservatief te noemen, eerder revolutionair, althans voor christendemocratische begrippen. Zo doorbrak hij oktober vorig jaar in Rotterdam een belangrijk taboe in het CDA door een lans te breken voor de gekozen burgemeester. Dit om het bestuur dichter bij de burger te brengen. De bestuurlijke achterban reageerde not amused. Dat was al evenmin het geval bij de aanjaagfunctie die Brinkman speelde in de discussie over de regio-vorming in het binnenlands bestuur. Eerder had Brinkman zich de toorn van de machtige onderwijskoepels op de hals gehaald met zijn voorstel om onderwijsgelden naar de scholen sturen in plaats van te verdelen over pedagogische centra en andere onderwijsinstellingen op katholieke, christelijke en algemene grondslag.

Wie denkt dat dit alles bij woorden blijft zoals dat bij Brinkman ferme uitspraken op sociaal-economisch gebied nogal eens het geval is, vergist zich. Bij financiële zaken ligt zijn hart niet, bij bestuurlijke des te meer.

Als minister van WVC slaagde Brinkman er een groot deel van het "middenveld' van welzijnsorganisaties op te ruimen. “Mijn loyaliteit ligt niet bij de koepels”, zei hij destijds veelbetekenend.

Van het succes van Brinkmans pogingen het bestuurlijk middenveld te moderniseren hangt af of de christen-democratie de plaats in het politieke krachtenveld kan houden die haar machtspositie in deze eeuw verklaart: die in het midden of van de derde weg zoals christen-democraten haar zelf graag betitelen, tussen liberalen en sociaal-democraten. De kwestie is extra aktueel nu PvdA en VVD elkaar niet meer uitsluiten als mogelijke coalitiepartners.

Als Brinkman niet slaagt in zijn interne missiewerk voor bestuurlijke veranderingen zal zijn partij in het defensief terechtkomen. Niet alleen zal dat VVD en PvdA helpen om een gezamenlijk programma van bestuurlijke vernieuwing op te stellen. De belangrijkste machtsbasis van het CDA in lokaal bestuur en maatschappelijke organisaties zoals de onderwijskoepels zou van de partijleiding vervreemd kunnen raken.

De bestuurlijke vernieuwing heeft niet alleen machtspolitieke maar ook ideologische kanten. De derde weg van de christen-democratie hangt samen met de sterke rol die levensbeschouwelijke en andere maatschappelijke organisaties altijd als buffer tussen staat (het speelterrein van socialisten) en individu (de favoriet van liberalen) hebben gespeeld. Als Brinkmans loyaliteit niet bij de koepels van dat middenveld ligt, waar ligt die dan wel?

De vraag doet academisch aan, maar is dat niet. Het beroep dat Brinkman op de deugdzaamheid van de burger doet, is volgens christen-democratische traditie voorbehouden aan organisaties als de scholen, niet aan de overheid. Die moet slechts het bestaan van die organisaties mogelijk maken. Door het rechtstreeks appel van Brinkman op de burger holt hij die traditionele taakverdeling uit.

Als Brinkman het alleen voor het zeggen had zou het CDA dan ook waarschijnlijk doorslaan in burgerlijk-liberale richting waarin staat en burger de hoofdrol spelen. Van Mierlo zou dan alsnog gelijk gekrijgen. Zover komt het echter niet. Op dit moment worden binnen de top van het CDA stappen ondernomen om de positie van minister Hirsch Ballin van Justitie zo te versterken dat hij Brinkman ideologisch op het rechte, middenpad kan houden. De bewindsman heeft als hoogleraar staats- en bestuursrecht altijd veel aandacht besteed aan de functie van het middenveld. Als minister liet hij een lespakket voor de scholen samenstellen dat het normbesef van de scholier moet versterken, en probeerde de kerken bij het debat over normen en waarden te betrekken.

Evenals Brinkman hamert Hirsch Ballin op het belang van dat debat. Anders dan Brinkman heeft hij minder de neiging zich druk te maken over jeugd die op terrasjes lummelt of teveel geld aan surfplanken uitgeeft. Waarschijnlijk zal de minister als tweede op de kieslijst voor de komende verkiezingen worden geplaatst, vlak onder Brinkman. Onder aanvoering van dit leidersduo zal de christen-democratie het jaar 2000 zeker halen.