Bodemziekten motor achter successiereeks in duinvegetaties

Plunderende veroveraars worden er vaak van verdacht kwaadaardige ziekten in bezet gebied te verspreiden. Maar in het plantenrijk gaat het juist andersom. Eerst bezwijken de bestaande bewoners aan allerlei ziekten, waarna de nieuwkomers hun plaats opvullen.

In Nature (4 maart) beschrijven dr. W.H. van der Putten en collega's van het Instituut voor Oecologisch Onderzoek in Heteren hun onderzoek aan successiereeksen in duinvegetaties. Karakteristiek voor de duinen is dat een enkele plantesoort op het toneel verschijnt, gaat overheersen en tenslotte wegkwijnt en door een volgende allesoverheersende soort wordt vervangen. De onderzoekers vroegen zich af hoe dat kwam. Ze concluderen dat elke pionier zijn eigen complex van bodemgebonden ziekten in de wortelzone meedraagt, waar hij vroeg of laat aan bezwijkt. De opvolger is redelijk tolerant voor deze ziekten en neemt het terrein over, maar zelf draagt hij zijn eigen wortelziekten mee die hem op den duur te gronde richten. Zo verschijnen in de duinen achtereenvolgens helm, duinzwenkgras, zandzegge, strandkweek en duindoorn, elk met hun eigen complex van bodemgebonden ziekten. Er ontstaat een natuurlijke rotatie, waarbij elke plant tolerant is voor de ziekten van zijn voorganger. Dit werd in potproeven haarfijn bewezen.

De vraag waarom planten elkaar opvolgen in de tijd heeft ecologen al lang bezig gehouden. Het meeste onderzoek was tot nog toe gericht op zaken als plantenvoeding, waarbij mycorrhiza en stikstofbindende bacteriën in het spel zijn. Maar volgens de onderzoekers uit Heteren vormen juist ziekteverwekkende micro-organismen een belangrijke motor achter het opvolgingsproces. Dit was nooit eerder aangetoond. Bodemziekten zouden ook een belangrijke verklaring kunnen vormen bij het ontstaan van mozaiekpatronen in vegetaties.