Bestuur vreest te veel invloed sponsor; Literatuurprijs zou niet meer in nieuw beleid AKO passen

AMSTERDAM, 11 MAART. Het bestuur van de AKO Literatuurprijs, dat zich wil losmaken van de sponsor AKO, vindt dat de AKO minder dan voorheen in literatuur geïnteresseerd is. Bovendien zou de sponsor meer invloed willen uitoefenen op het bestuur, de organisator van de prijs.

Bestuurslid van de AKO-prijs J. van Gool: “De prijs zoals wij die zien past niet meer binnen het nieuwe beleid van de AKO-directie.” Een ander bestuurslid: “De AKO wil de prijs veel meer een sponsor-karakter geven. Ze wilden een veel prominentere plaats bij alle activiteiten.” De AKO wilde ook veel meer invloed hebben op het bestuur, aldus secretaris Umtul Kiekens: “Ze wilden ons dingen opdringen waar we niets voor voelden.”

Het huidige bestuur verwacht dat de vroegere juryvoorzitters zich achter de loskoppeling zullen stellen. Het bestuur van de AKO-prijs dat de nieuwe stichting in het leven wil roepen, bestaat nu uit Guus Schut van de Amsterdamse Athenaeum Boekhandel, de vroegere voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond (KNUB) Gert van Roozendaal, de Tilburgse literatuursocioloog Hugo Verdaasdonk en Jef van Gool van de bibliotheekcentrale NBLC. De twee bestuurszetels die voor vertegenwoordigers van de AKO zijn bestemd, zijn op dit moment vacant.

Het bestuur denkt dat pers en publiek de nieuwe prijs als voortzetting van de oude AKO Literatuurprijs zal zien, onder meer omdat secretaris Umtul Kiekens naar de nieuwe stichting meegaat. Zij onderhoudt nu voor de AKO-prijs alle contacten met de uitgevers, de pers en de televisie.

De AKO Literatuurprijs, groot 50.000 gulden, is ingesteld in 1986. Het idee is ontleend aan de Engelse Bookerprijs. Uit alle boeken die er in een jaar in Nederland en Vlaanderen verschijnen, kiest een vijfkoppige, door het bestuur benoemde jury, het beste boek. De voorzitter van de jury is doorgaans een Nederlands of Vlaams politicus of een ander belangrijk figuur uit het maatschappelijk leven. De eerste winnaar, in 1987, was J. Bernlef, die de prijs kreeg voor zijn roman Publiek Geheim. In 1992 ging de prijs naar Margriet de Moor voor Eerst grijs dan wit dan blauw.

Omdat de prijs lange tijd het hoogste prijzengeld in Nederland had, heeft de AKO-prijs meteen vanaf het begin veel aandacht gekregen. Ook het systeem van nominaties, waarbij de jury zes weken voor de prijsuitreiking zes boeken kandidaat stelt, droeg er toe bij dat de media en het publiek er veel belangstelling voor toonden. Over het belang van de prijs waren de meningen echter verdeeld. Vooral de dikwijls grillige samenstelling van de jury, met veel buitenstaanders, en de vele onverwachte bekroningen stuitten op weerstand.

Het stichtingsbestuur wil de opzet van de nieuwe prijs ongewijzigd laten. In een vertrouwelijk rondschrijven aan potentiële sponsors zegt men het "grachtengordel'-karakter van het jaarlijkse op de televisie uitgezonden AKO-diner niet te willen verstoren. Daardoor zou de nieuwe sponsor hooguit 25 tot 30 personeelsleden of relaties kunnen meenemen naar het diner in het Amstel Hotel. Overigens betaalt de AKO-prijs een bedrag van 15.000 gulden aan de NOS om de prijsuitreiking rechtstreeks op de televisie uit te zenden.

Het bestuur wil niet alleen het prijzengeld verdubbelen, maar ook de honoraria van de juryleden (van 5.000 naar 10.000 gulden). In de circulaire wijst het bestuur erop dat de prijs een van de meest geslaagde voorbeelden van sponsoring in Nederland is en zeer veel publiciteit genereert. Het roemt de prijs als middel om prestige en naamsbekendheid te krijgen bij de "bovenste lagen van de bevolking.'