Antilliaanse toekomst

MISLUKT. Het woord komt in de vocabulaire van minister-president Lubbers niet voor. De gisteren op Curaçao afgesloten "toekomstconferentie' over de laatste resten tropisch Nederland is in zijn woorden dan ook slechts “nog niet geslaagd”. Over drie maanden zal het allemaal nog eens een keer worden geprobeerd. De tussenliggende tijd zal ongetwijfeld geheel in het teken staan van masseren en kneden, onder de dreiging van een eenzijdige ingreep vanuit Nederland.

Lubbers zegt nu dat hij de conferentie van het begin af aan als een "mission impossible' heeft beschouwd. De vraag is dan waarom hij er aan begonnen is, als van tevoren toch al vaststond dat Nederland zijn overzeese gebiedsdelen nog enige bezinningstijd wilde gunnen. Bovendien, als de "onafhankelijke' voorzitter met een dergelijke instelling een conferentie ingaat, kan deze ook nauwelijks meer slagen. De acht deelnemers aan het tropenberaad, de Nederlandse regering, de regering van de Nederlandse Antillen, van Aruba en de overige vijf eilandbesturen zitten nu met een synthese-document, annex "broddellap' waar ze de komende maanden lang over kunnen praten, maar tegelijkertijd weinig aan zullen kunnen veranderen. In die zin heeft Lubbers op Curaçao op zijn eigen manier duidelijk gemaakt wat de marges zijn met zijn mededeling dat als je bepaalde dingen niet kunt veranderen, je ze anders moet opschrijven.

DE NOODZAAK om duidelijkheid te verschaffen over de toekomstige status van de Antilliaanse eilanden groeit intussen met de dag. Te lang zijn de Antillen beschouwd als een soort romantische erfenis uit een koloniaal verleden. De ervaring met Suriname leerde de verantwoordelijke politici dat onafhankelijkheid op een dergelijke wijze niet de toekomst was. Bij die constatering is het lange tijd gebleven, het gevolg was dat de verzieking van het openbaar bestuur in volle hevigheid is doorgegaan. Het buitenland moest er aan te pas komen om de Nederlandse bestuurders de ogen te openen.

De staatkundige structuur die in Lubbers' document voor de verschillende eilanden is voorgesteld, lijkt voorlopig de verstandigste oplossing. Het zou betekenen dat Curaçao en St. Maarten eenzelfde "status aparte' krijgen zoals deze nu al geldt voor Aruba. Voor Bonaire, St Eustatius en Saba zou dan een overzeese gemeentestructuur worden geconstrueerd. De opsplitsing maakt in elk geval een einde aan het gekunstelde en daarom improduktieve samenwerkingsverband tussen de eilanden.

Waar het vooral om gaat is dat de invloed vanuit Den Haag op het reilen en zeilen van de eilanden wordt vergroot. Een wens die tien jaar geleden misschien nog als neo-kolonialisme zou zijn afgedaan, maar nu mede met een beroep op de internationale rechtsorde en gezien de ontwikkelingen op de eilanden zeer verdedigbaar is. Een tropische variant van de artikel-12-status is daarbij onontbeerlijk.

De geesten voor een dergelijke verandering in de verhoudingen waren de afgelopen dagen nog niet rijp genoeg. Lubbers wilde dit keer nog niet tot forceren overgaan. De volgende keer zal dit wel moeten, want de tijd dringt.