"Amazoneprobleem is Braziliaanse kwestie'

Een westerse houtboycot zal de ontbossing in het Amazonegebied niet stoppen. Volgens sociaal-geografe Mirjam Ros zal het van een aanpak van het ongelijke grondbezit moeten komen.

Het proefschrift "Tropical Hardwood from the Brazilian Amazon' is verkrijgbaar bij Verlag Breitenbach. Memelerstr. 50, 6600 Saarbrücken, Duitsland.

Het Amazoneregenwoud valt niet te redden door westerse boycotacties van tropisch hardhout. 85 tot 90 procent van dit hout wordt namelijk afgezet op de binnenlandse markt. De verkoop van Amazonehout draagt nog geen procent bij aan de Braziliaanse deviezenopbrengst. Dat concludeert de Nijmeegse sociaal geografe drs. M.A.F. Ros-Tonen (36). Maandag promoveert zij op een onderzoek naar de houtwinning rond de stad Santarém, in de Braziliaanse deelstaat Pará. Een half jaar lang trok Mirjam Ros samen met haar Braziliaanse onderzoeksassistent per kever - en soms per kano - langs stadjes en dorpen, liet zich rondleiden door de grote houtzagerijen en timmerfabrieken en zocht de houtarbeiders thuis in hun hutjes op. Zelf had ze zich nooit eerder in de regenwoudproblematiek verdiept, maar wel onderzoekservaring opgedaan onder tweede- en derde generatie Nederlandse emigranten in de zuidelijke deelstaat São Paulo en onder Mexicaanse plattelandsvrouwen.

Hoe wordt zo'n betweter uit het rijke westen nu door de plaatselijke autoriteiten ontvangen? Ze schiet in de lach: ""Dat is heel grappig. De Brazilianen zijn inderdaad ontzettend gevoelig voor de kritiek van buitenaf op hun bosbeleid. Je hoort steeds geluiden zo van "Jullie hebben zelf thuis alles vernietigd en komen ons nu vertellen dat wij het Amazonegebied niet mogen ontwikkelen...' Dus van te voren dacht ik "nou, het zal mij benieuwen hoe ik ontvangen word'. Verrassend genoeg kreeg ik ontzettend leuke reacties toen ik mijn bedoelingen uitlegde, vooral van de houtondernemingen, maar ook van overheidsinstanties. Eindelijk eens iemand die niet van te voren al riep "Jullie doen het SLECHT', maar die zonder vooroordelen komt onderzoeken hoe de houtwinning in het Amazonegebied georganiseerd is en wat nu de gevolgen van de houtwinning zijn op sociaal-economisch en ecologisch gebied. Ik ben gewoon een onderzoekster, ik registreer. Die aanpak heeft de deuren voor me geopend. Een journalist heeft het daar ongetwijfeld veel moeilijker.''

Vingertopjes

Een terugkerend thema is de arbeidsveiligheid. In de Braziliaanse houtindustrie gebeuren meer ongelukken dan in enige andere industriële sector. Mirjam Ros: ""Iedereen die ik sprak mankeerde wel wat, en dat waren dan nog mensen die konden navertellen. Mensen krijgen splinters van het zaagblad in hun ogen, ze missen vingertopjes, vingers, handen, armen. In enquêtes vroeg ik bedrijfseigenaren naar het aantal ongelukken, maar je zou beter kunnen vragen hoeveel mensen bij hen werken die nog tien hele vingers hebben.'' Maatregelen zijn dus hard nodig, maar die kosten geld en de winstmarges zijn vaak laag.

Om de arbeiders niet in verlegenheid te brengen werden zij niet op het bedrijf geënquêteerd, maar thuis, op zondag. Op zondagochtend, om precies te zijn, want 's middags hadden ze wel wat gedronken. Adressen kreeg Mirjam Ros via de vakbond, een vrij gematigde bond die nog niet zo lang bestond, en aan het eind van elk gesprek vroeg ze drie adressen van collega's om een sneeuwbaleffect te krijgen. Zo trok ze door de volksbuurten van Santarém met hun simpele houten huisjes zonder afvoer aan de onverharde straten. ""Misschien noemt iemand zonder tropenervaring dat een krottenwijk, maar zo erg was het nou ook weer niet.''

Santarém, de grootste stad in het onderzoeksgebied, ligt aan de rivier, halverwege tussen de grote Amazonesteden Manáus en Belém. Buiten de stad zijn de meeste houtzagerijen eenmansbedrijfjes of heel kleine familiebedrijfjes die de zagerij naast hun boerenbedrijf runnen.

De voertaal is Portugees. De traditionele bewoners zijn caboclo's, afstammelingen van blanken en Indianen, die zich al eeuwen geleden in het Amazonegebied hebben gevestigd in de dorpen langs de rivieren. Ze leven van zwerflandbouw en van het verzamelen van bosprodukten. Daarnaast hebben zich nieuwkomers langs de recent aangelegde wegen gevestigd.

""Over het algemeen'', zegt Mirjam Ros, ""kun je je hier als onderzoekster prima bewegen. Brazilië kent zelf ook legio vrouwelijke onderzoekers, dus zo bijzonder is dat niet. In Mexico had ik veel meer last van machismo, misschien ook een kwestie van ervaring. Naarmate je dieper het gebied intrekt, waar ook de goudzoekers zitten, word je wel vaak gewaarschuwd om bijvoorbeeld geen lifters mee te nemen. Ze noemen dit de bermudadriehoek. Hier schijnen mensen te verdwijnen, ze worden gepakt omdat ze misschien goud bij zich hebben. Maar dat risico geldt voor alle reizigers, niet speciaal voor vrouwen.''

In de loop van een half jaar veldwerk, uitgevoerd in 1989, ontstond een beeld van de houtindustrie. In kolonisatiegebieden wordt meestal gewerkt met de pica-pau, een eenvoudige gemechaniseerde zaag, die niet meer dan twee tot drie kubieke meter hout per dag verwerkt. Elders wordt met een lintzaag met een wat groter zaagblad, om een wiel gespannen, een hogere produktie behaald. De meeste bedrijfjes komen niet boven de 500 kubieke meter hout per jaar. ""Dus echt helemaal niks. Nederlandse bosbouwers moeten vreselijk lachen als je dààr onderzoek naar wilt doen.''

Reserveonderdelen zijn schaars en de elektriciteitsvoorziening wisselvallig. In de natte tijd, zo'n zes maanden lang, zijn de wegen te drassig om nieuwe stammen aan te voeren en liggen de zagerijtjes stil. Kapitaal om tijdig een voorraadje stammen aan te leggen ontbreekt. Zo'n bedrijfje levert niet meer inkomsten op dan driemaal het plaatselijke officiële minimumloon, zoals men de lonen hier uitdrukt. Het minimumloon bedraagt zo'n 100 dollar per maand, waarbij moet worden aangetekend dat het levensonderhoud langs de Amazone even duur is als in Nederland, omdat alles naar dit kolonisatiegebied moet worden aangevoerd. Ros: ""Wie alleen het minimumloon verdient, eet nooit iets anders dan rijst met bonen of farinha, geroosterde cassave. Vlees en melk zijn onbetaalbaar. De kleine houtvesters zijn, met driemaal het minimumloon, iets beter af, maar het idee dat ze schatrijk zouden worden van de houtwinning is volstrekt misplaatst.''

Zonder poespas

Kleine zagerijen produceren eenvoudig timmerhout zonder poespas voor de lokale markt. De betere kwaliteit stammen wordt verwerkt door de grotere bedrijven, die hun produkten uitvoeren naar de zuidelijke deelstaten of naar het buitenland, waar veel hogere prijzen te halen zijn. Voor de lokale bevolking is hoogwaardig Amazonehout onbetaalbaar geworden. Ros: ""Grote bedrijven werken grootschalig, richten veel meer ecologische schade aan, drijven de houtprijzen op en strijken de winst op. Voor omwonenden schiet er niets van over, die blijven met de problemen zitten en kunnen geen goed timmerhout meer kopen.''

Traditioneel werd alleen hout gekapt in de várzea, de bossen op vruchtbare gronden langs de rivieroever, die een flink deel van het jaar onder water staan. De houtkap vond plaats vanaf het water, met een bijl en een kapmes achterin de kano en de stammen worden over de rivier naar de zagerijen vervoerd. In de eilandenregio boven de stad Belém wordt nog op deze wijze gewerkt. Rondom Manáus worden de várzea bossen ook met de kettingzaag geëxploiteerd.

Sinds de jaren zestig, toen het Amazonegebied door wegen ontsloten werd, worden ook de op hogere gronden gelegen terra firme bossen geëxploiteerd. Vrachtwagens, uitgerust met speciale lieren om stammen te laden, trekken de kolonisatiegebieden in en maken afspraken met boeren om op ontginningsgronden eerst de waardevolle bomen te kappen voordat de rest in brand wordt gestoken. Dan rijdt men met de stammen naar de houtzagerijen in de stad.

Van duurzame bosbouwmethoden is geen sprake. Het oerwoud is zeer soortenrijk, met honderden verschillende boomsoorten, waarvan er echter maar een handjevol commerciële waarde heeft. Van de aanwezige bomen wordt zo'n drie procent geoogst. Verreweg de grootste schade aan het bos treedt op door het uitslepen van de stammen. Meestal trekt eerst een bomenkenner het bos in, die met takjes de route markeert waar goede stammen zijn te halen. Daarna volgen de kappers met hun kettingzaag. Blijkt de omgekapte stam rot of anderszins onbruikbaar, dan laat men hem liggen. Is de stam goedgekeurd, dan wordt een pad aangelegd, dat breed genoeg is om de vrachtwagen te laten komen, zigzaggend door het bos van stam naar stam. Bij deze werkwijze wordt, naast de houtoogst, zo'n 11 procent van het bos beschadigd. Werkt men grootschaliger, met een heel arsenaal aan machines, bulldozers en bosbouwtrekkers, dan kan de schade oplopen tot 35 procent of hoger. Mirjam Ros: ""Het is dus niet zo dat er niets van zo'n bos overblijft, maar de mededeling dat maar drie procent wordt geoogst, zoals de houtondernemingen zo graag roepen, is nogal misleidend.''

Dezelfde richting

Het kan ook anders. Te denken valt aan een goede inventarisatie van waardevolle houtsoorten en een doelmatiger aanleg van de kappaden. Zeer veel uitsleepschade kan worden vermeden door de bomen allemaal in dezelfde richting te laten vallen. Dit alles brengt echter extra kosten mee. In het Amazonegebied heeft niemand daar enig belang bij, omdat het vrijwel steeds gaat om ontginningsgronden waarvan de bossen toch binnen een jaar plat gaan. Op dit moment is 12 procent van het Amazonegebied ontbost en dit proces vreet vanaf de wegen verder landinwaarts.

Ros: ""Je ziet de afstanden opschuiven. Twintig, dertig jaar geleden kwam het hout voor de zagerijen van 30 kilometer afstand van Santarém, nu van 100 kilometer afstand. Veel houtzagerij-installaties langs de Trans-Amazonica, de grote doorgaande weg, zijn zevende- of achtste hands. Als het bos ter plaatse is uitgeput, blijft de eigenaar van de houtzagerij daar meestal wonen als boer, de installatie reist verder. Er zijn ook speciale modellen op wielen, geschikt om achter de wijkende bossen aan te reizen.''

Zuidoost Azië

In dit opzicht verschilt de situatie zeer sterk van die in Zuidoost Azië, waar de meeste maagdelijke bossen in eerste instantie door grote houtfirma's worden ontsloten. In hun kielzog trekt dan een spoor van landloze kleine boeren het bos in om grond te ontginnen. In de Amazone gaat het juist andersom: hier volgen de houtzagers in het voetspoor van de kolonisten. Bij de ontginning wordt een gebied opengelegd en komt hout beschikbaar en dan vestigen zich daar houtzagerijen. De onderzoekster zelf was nogal verrast door deze conclusie. ""Het geldt zeker voor de streek rond Santarém, een echt kolonisatiegebied. Elders in de Amazone zie je wel dat houtzoekers maagdelijke gebieden intrekken, vooral op zoek naar de mahonie, de tournedos onder de houtsoorten. Van de jacht op mahonie wordt vooral de inheemse bevolking het slachtoffer omdat die alleen nog in beschermde reservaten te vinden is.'' Overigens helpen de inkomsten uit de houtzagerij de boeren natuurlijk wèl om hun moeizame start te vergemakkelijken en daardoor kan de kolonisatie voortschrijden.

Het Braziliaanse bosbeleid verbiedt export van ruwe, onbewerkte stammen. Met deze maatregel hoopt men de eigen houtindustrie aan te moedigen.

In de wereldhoutvoorziening waren de voornaamste leveranciers in de jaren vijftig en zestig Afrikaanse landen. Deze stroom is sindsdien aardig geslonken, het hout komt nu vooral uit Maleisië en Indonesië. Nu ook daar het einde van de bossen in zicht komt, valt te verwachten dat de grote houtfirma's Amazonië ontdekken. Op dit moment is daar volgens Ros echter nog niets van te merken in de handelsstromen. Het ene houtprodukt is ook niet zo eenvoudig door het andere te vervangen. Een grootverbruiker als Japan is vooral genteresseerd in ruwe stammen voor de triplexproduktie, maar die vallen, zoals gezegd, onder het Braziliaanse exportverbod. Daarbij zijn de Amazonehoutsoorten veel donkerder en daarom minder gewild dan Aziatische houtsoorten. Westerse consumenten zijn daar niet erg van gecharmeerd. Raken de Aziatische soorten echt op, dan verandert dat wellicht.

""Een van mijn belangrijkste conclusies,'' zegt Mirjam Ros, ""is dat wie de ontbossing in het Amazonegebied wil tegengaan niet teveel energie moet verspillen aan de houtsector, want daar ligt de belangrijkste oorzaak niet. De houtsector is overwegend kleinschalig van karakter, en nauw gelieerd met de ontginningen voor landbouw en veeteelt. De stroom van boeren uit andere delen van Brazilië vindt zijn oorzaak in de grote droogte in het Noordoosten van het land en in de zeer ongelijke verdeling van het grondbezit. De recent gentroduceerde grootschalige sojateelt in Zuid-Brazilië verdrijft steeds meer kleine boeren van hun grond. Zij trekken naar het noorden langs de nieuw aangelegde wegen en nu verspreidt de ontbossing zich door de Amazone als een olievlek. Wil je dat stoppen, dan moet je iets doen aan het extreem ongelijk verdeelde grondbezit en aanverwante sociale problemen in andere delen van Brazilië.''

Een westerse boycot van Amazonehout haalt dan ook, anders dan in Zuidoost Azië, in Brazilë vermoedelijk weinig uit. Brazilië heeft voldoende binnenlandse afzetmogelijkheden en haalt maar 0,7 procent van zijn deviezen uit de export van Amazonehardhout.

Goede raad

Wat niet wegneemt dat er toch wel wat goede raad valt uit te delen. Bij het openleggen van nieuwe gebieden is een goede planning, rekening houdend met bestaande Indianenbevolking, van groot belang. De Yanomami, troetelkinderen van de westerse pers, hebben inmiddels meer rechten gekregen maar voor tientallen andere minder bekende Indianenvolkeren steekt niemand een vinger uit. Er moet ruimte komen voor natuurreservaten en vermeden moet worden dat er, zoals in het verleden vaak gebeurde, gronden worden ontgonnen die volstrekt ongeschikt zijn voor landbouw en na twee of drie jaar zijn uitgeput. Goedbeschouwd zijn de meeste gronden buiten het direkte overstromingsgebied van de Amazone niet erg vruchtbaar. Sociale organisaties in het gebied zelf bepleiten om vooral de kleinschalige industrie in het gebied zelf te stimuleren, bijvoorbeeld de produktie van hout voor huizen- en botenbouw. Grote ondernemingen moeten veel beter gecontroleerd worden. Vaak zijn de regels wel in orde, maar worden ze niet nageleefd. Versterking van de bosbouwdienst heeft op dit moment weinig politieke prioriteit. Rond Santarèm moeten drie man een stuk land zo groot als Nederland in de gaten houden en benzine voor hun dienstautootje hadden ze niet. Begrijpelijkerwijs viert corruptie hoogtij. De controlerend ambtenaar komt eens per jaar langs en in de volksmond heet het dat hij dan "zijn fooi komt halen'. Ook binnen de dienst zelf wordt geconstateerd dat die zo rot als een mispel is.

Reiskriebels

Terug in Nederland pendelt Mirjam Ros nu vijf dagen per week op en naar naar Wageningen waar ze projektmedewerkster is van de Stichting Tropenbos. Ze heeft inmiddels een dochter van tweeënhalf, maar de reiskriebels zijn nog niet verdwenen. Twee weken geleden nog zat ze in het Colombiaanse deel van de Amazone. ""Een half jaar van huis zit er niet meer in maar ik wil best nog eens het veld in.''

Over de toekomst van het Amazonegebied zegt ze ""heel somber'' te zijn. ""Wat moet je in zo'n zwakke economische situatie, waarin een groot deel van het volk armoe lijdt, in natuurbehoud investeren? Als men er iets aan gaat doen is dat meer door druk van buitenaf dan van binnenuit. In Brazilië heerst het diepgewortelde idee van het land van de onbegrensde mogelijkheden, een idee uit de koloniale tijd. Toen de rietsuikergronden uitgeput raakten ging men in een andere streek koffie verbouwen en toen de koffiegronden uitgeput raakten, trok men weer verder. Men zou beter moeten weten. Dertig jaar geleden zat de meeste houtindustrie niet in Amazonië maar in het zuiden, in de rijke Araucariabossen. Die zijn nu compleet uitgeput. Maar het land is zo groot dat niemand zich ooit zorgen heeft hoeven maken over duurzaamheid en die mentaliteit zit in het volk. En kijk eens naar de kwaliteit van onze eigen bossen!''