Winst Hunter Douglas daalt met een derde

ROTTERDAM, 10 MAART. Hunter Douglas (raambekleding en bouwprodukten) heeft vorig jaar een winstdaling geboekt van 71,4 miljoen tot 46,9 miljoen gulden.

De winstdaling van 34 procent werd vanmorgen voor de opening van de Amsterdamse effectenbeurs bekend gemaakt. Hunter Douglas heeft voor een reorganisatie een voorziening van 13,5 miljoen gulden getroffen, waardoor de netto-winst over 1992 uiteindelijk uitkomt op 33,4 miljoen gulden. De omzet daalde van 1,76 miljard tot 1,68 miljard gulden, terwijl het bedrijfsresultaat terugliep van 145,9 miljoen naar 113,1 gulden.

De effectenbeurs reageerde vanmorgen aanvankelijk met een koersdaling, maar rondom het middaguur had de koers zich hersteld op het openingsniveau van veertig gulden.

Hunter verwacht ook voor 1993 een moeilijk jaar. “De markten van Hunter Douglas in Europa verslechteren en de aluminiumprijzen blijven laag”, meldde het bedrijf vanochtend. Het voorzichtige herstel in Australië en een geleidelijke economische opleving in de Verenigde Staten bieden nog te weinig compensatie voor het verval in Europa.

Hunter kampte vooral in de tweede helft van 1992 met een teruglopende vraag in Europa, waar het bedrijf samen met het Midden Oosten en Afrika 47 procent van zijn omzet behaalt. Daarbij had de lage koers van de dollar een drukkend effect op de resultaten in de Verenigde Staten, met 35 procent van de omzet een belangrijke markt. In dollars uitgedrukt steeg de totale netto-winst iets (1,1 procent) van 950 naar 961 miljoen. De aluminium-smelter-activiteiten hadden te lijden onder de blijvend lage prijs van aluminium.

De tegenslagen noopten Hunter tot reorganisaties van Nederlandse werkmaatschappijen van Hunter Douglas Europe en in Zuid-Oost-Azië. Bij Douglas Europe werd het aantal medewerkers van 500 tot 400 teruggebracht en andere kostenbesparingen doorgevoerd, “hoewel de jaaromzet op het niveau van 1991 bleef”.

Vorig jaar is de reorganisatie in Australië afgerond en volgens Hunter "met succes'. Op het moment heeft Hunter daar nog veel aan, blijkt uit het persbericht: “Een substantiële winst wordt pas bij een verbetering van de conomie verwacht”. In de Verenigde Staten, waar de omzet en het marktaandeel werden vergroot, bleef de winst achter bij 1991 “er verhevigde prijsconccurentie optrad en de economie pas in het laatste kwartaal begon aan te trekken”. Enkele divisies in de VS werden gereorganiseerd, 21 assemblagebedrijven werden tot 8 samengevoegd.

Het dividend gaat omlaag verlagen van 2 naar 1,50 gulden, waarmee volgens Hunter de “winstdaling en de behoudende vooruitzichten voor 1993” worden weerspiegeld. Het uitkeringsniveau is daarmee op een “historisch hoog niveau, dank zij de gezonde balansverhoudingen en het vertrouwen in de toekomst”.