Test crisisvastheid Van den Nieuwenhuyzen

ROTTERDAM, 10 MAART. J.A.J. van den Nieuwenhuyzen toog gisteren naar de Rotterdamse Droogdok Maatschappij om zelf aan het personeel te vertellen dat er 500 ontslagen zullen vallen.

Dat hoefde hij niet te doen. Binnen het beursgenoteerde Begemann, waaraan grootaandeelhouder Van den Nieuwenhuyzen leiding geeft, is de RDM immers een zelfstandige werkmaatschappij. In andere concerns zou de president een groepsdirecteur deze nare klus laten opknappen. Zoniet Joep van den Nieuwenhuyzen. Toen Begemann de noodlijdende RDM anderhalf jaar geleden inlijfde, kwam hij persoonlijk de werknemers hoop geven op een betere toekomst. Nu die hoop vergeefs is gebleken, komt Van den Nieuwenhuyzen dat ook persoonlijk uitleggen.

Een dergelijk optreden getuigt van lef, maar het neemt de zorgen over Begemann niet weg. RDM is namelijk niet het enige probleemkind van de ambitieuze Van den Nieuwenhuyzen, die inmiddels 130 bedrijven en ruim 8000 medewerkers in zijn concern heeft verzameld, exclusief zijn Russische belang. Begin deze week verkregen twee andere dochterondernemingen, Backer en Rueb en Begemann Staalbouw, uitstel van betaling.

De tegenvallers komen nadat Begemann afgelopen maand moest mededelen dat de verkoop van dochter Bredero Price 70 miljoen gulden minder had opgeleverd dan in december gemeld. Een analyse van de achtergronden in deze krant leidde tot een vertrouwenscrisis bij beleggers. De beurskoers stortte na publikatie in een dag van 41 naar 28 gulden. Joep van den Nieuwenhuyzen en zijn medebestuurders namen "met verbazing en onbegrip kennis van de heftige koersontwikkeling'.

In zekere zin was die verbazing voorstelbaar. Afgezien van de tegenvaller met Bredero Price had iedereen de problemen bij Begemann kunnen zien onstaan. Daarbij blijft wel overeind dat de Begemann-top een te groot optimisme aan de dag heeft gelegd door in december een deal te sluiten die geen deal bleek. Nu moet de accountant maar bereid worden gevonden een "basisakkoord' voor de verkoop van Bredero Price, gesloten in februari 1993, te verantwoorden in het boekjaar 1992.

Naast deze boekhoudkundige moeilijkheid kampt Begemann al ruim anderhalf jaar met organisatieproblemen: Begemann moet minder afhankelijk worden van zijn persoon. Dat advies kreeg Joep naar verluidt van zijn moeder. Hij was in die tijd nog de lieveling van beleggers, vakbeweging en pers: Begemann floreerde, hij had net RDM gered en wist zelfs Oost-West- tegenstellingen te doorbreken door als eerste een Russisch bedrijf te kopen, de cementwagenfabriek Tsemmash.

Maar een imperium met bijna 20.000 mensen (inclusief 12.000 Russen) kan niet steunen op een man. Terwijl de buitenwereld Van den Nieuwenhuyzen nog op handen droeg, was hij zelf inmiddels begonnen zijn organisatie te wijzigen.

Hij besloot hierbij de hulp in te roepen van oud-Holec-bestuurder Jansen en de nieuw binnengehaalde ex-Nedcar-president Deleye. Een nieuwe structuur werd bedacht, met groepsmaatschappijen en werkmaatschappijen. Het beleid om veel bedrijven op te kopen, werd verlaten. De winst zou voortaan uit gewone bedrijfsuitoefening moeten komen. Bedrijven die goed zelfstandig zouden kunnen functioneren, zoals pijpbekleder Bredero Price of energiegroep Holec, zouden aparte beursnotering moeten krijgen.

De wijzigingen in het beleid hebben echter niet het gewenste effect gekregen: de transformatie van Begemann als "bedrijvenverzameling van Joep' naar een "gewoon' industrieel conglomeraat hapert. Dat komt voor een deel door externe factoren, zoals de moeilijke markt voor zware industrie. Op het moment dat Van den Nieuwenhuyzen RDM opkocht had hij bij voorbeeld nog goede hoop op orders uit Taiwan, die nooit zijn verkregen.

Ook interne oorzaken spelen mee. Van den Nieuwenhuyzen zijn vaak bovenmenselijke gaven toegedicht wat betreft het gezondmaken van bedrijven. Dat is natuurlijk ongezond voor een juiste kijk op het concern.

Van den Nieuwenhuyzen is bekwaam geweest in het bieden van perspectief voor bedrijven, onder meer door gezonde bedrijven aan de nodige financiele steun van banken te helpen (bij voorbeeld Holec). Soms wist hij ook bedrijven te verbeteren door de vastgeroeste top te vervangen door het middenkader. Daarna moesten de bedrijven op eigen kracht verder. Ze hadden weinig nadeel, maar verder ook weinig voordeel van de Begemann-organisatie.

Uit een onderzoek in deze krant eind 1991 bleek al dat een aantal gekochte bedrijven door deze eenmalige ingreep niet gezond kon worden. Een aantal ervan mist bij voorbeeld de grootte om op te boksen tegen concurrenten van het formaat van Siemens, ABB of Westinghouse Begemann heeft dit niet op zijn beloop gelaten. Pfister, BIB en Tenge werden afgestoten, de verpakkingsfabrikanten Breda Packaging en CSW werden geherstructureerd en nu zijn de financiele banden met Begemann Staalbouw en Backer en Rueb doorgesneden.

Dat Begemann niet bijspringt, kan voor de bedrijven geen verrassing zijn. Van den Nieuwenhuyzen heeft daarover ook nooit misverstanden laten bestaan: Begemann zou geen tweede Ogem worden. Toch kan geen enkel concern het zich (om imagoredenen) veroorloven slechte bedrijven zo maar laten schieten: Begemann heeft daarom in het afgelopen jaar nog 30 miljoen gulden in de twee noodlijdende bedrijven gestopt, voordat de handen ervan afgetrokken zijn.

Door de afstoting van winstmaker Bredero Price, in 1991 goed voor 40 procent van de netto groepswinst, en de problemen bij de groepen voeding (verpakkingsmachines), milieu (Begemann) en vervoer (RDM) komt het accent van het concern nog sterker te liggen op de in 1989 verworven electrotechnische concern Holec. Een gouden greep van Van den Nieuwenhuyzen, daar zijn vriend en vijand het nog steeds over eens. Holec zal niet kunnen voorkomen dat de netto winst dit jaar, net als het afgelopen jaar, onder druk zal komen wanneer er niet wat gebeurt met het Begemann-concern.

Maar Van den Nieuwenhuyzen zou Van den Nieuwenhuyzen niet zijn als hij geen nieuwe pijlen op zijn boog zou hebben. De auto-industrie is bij voorbeeld zeer geinteresseerd order te geven aan zijn nieuw verworven versnellingsbakfabriek VCST. Dit jaar moet ook blijken dat Van den Nieuwenhuyzen niet zo maar de Belgische Boelwerf heeft opgekocht. Door het koppelen van de Boelwerf aan RDM zou hij politieke obstakels richting Taiwan kunnen omzeilen en nieuwe orders kunnen binnenhalen.