Specialisten vol kritiek op "Wijze mannen'

Haalt de Landelijke Specialistenvereniging (LSV) het ochtendgloren? De leden geven vanavond antwoord op die vraag. De medisch specialisten buigen zich over het advies van de Commissie van Wijze Mannen om de vereniging te veranderen in een federatie van wetenschappelijke verenigingen.

ROTTERDAM, 10 MAART. “Het is uiteindelijk aan ú om te beslissen over de toekomstige structuur van de LSV”, schrijft het bestuur van de Landelijke Specialisten Vereniging grootmoedig aan de leden. “Welke beslissing daarover ook wordt genomen, een verder uitstel is ongewenst.” De algemene ledenvergadering zal vanavond op een extra vergadering de nabije toekomst van de vereniging moeten bepalen.

Naar verwachting zal de vergadering niet definitief beslissen over het advies dat een commissie vorige maand uitbracht, maar zij zal wel de te volgen koers aangeven. En of dat zonder meer de richting wordt die werd aanbevolen is onwaarschijnlijk. Daarvoor is de LSV onderling te verdeeld. Bovendien is er binnen de LSV nogal wat kritiek op de kwaliteit van het advies dat de "Wijze Mannen' in bijna een maand op tafel hebben gelegd.

Een aantal wetenschappelijke verenigingen, waaronder die van chirurgen, internisten en cardiologen, maakte zich zorgen over het voortbestaan van de LSV. Het zou “steeds moeilijker vallen de leden van de wetenschappelijke verenigingen te bewegen zich niet af te wenden”.

Het "verval' van de LSV begon al in de jaren tachtig, maar is sinds de vereniging begin 1990 het "Vijf-Partijen-Akkoord' sloot met de verzekeraars en de ziekenhuizen in een stroomversnelling gekomen. Zoals eerder de staking uit 1988 leidde tot de vorming van de eerste alternatieve specialistenvereniging (het Nederlands Specialisten Genootschap, NSG), zo leidde dat Akkoord tot de oprichting van de Nederlandse Specialisten Federatie (NSF). Bovendien keren sinds begin 1990 vele honderden specialisten de LSV de rug toe.

Veel specialisten hebben al enige tijd geleden afscheid genomen van het adagium: een specialist = een specialist = een specialist. De grote verschillen in inkomens van de verschillende specialismen hebben in de loop van de jaren de onderlinge solidariteit ernstig aangetast. Bovendien voelden sommige specialisten er weinig voor steeds aangesproken te worden op een excessief inkomen. De "Wijze Mannen' moesten tijdens hun gesprek met de wetenschappelijke verenigingen dan ook constateren dat slechts weinigen terugverlangen naar dat oude adagium.

Het bestuur van de LSV had oog voor de kwijnende solidariteit. Vandaar dat op initiatief van de specialistenvereniging het Vijf-Partijen-Akkoord ook voorzag in een beperkte herverdeling van de inkomens tussen de vrijgevestigde specialisten. De tarieven voor de "grootverdieners', zoals cardiochirurgen en anesthesisten, microbiologen, cardiologen en radiodiagnosten, gingen in de afgelopen jaren omlaag ten gunste van de allergologen, reumatologen, revalidatie-artsen en kinderartsen. De vertegenwoordigers van wetenschappelijke verenigingen stellen dat het bestuur meer oog heeft voor maatschappelijke veranderingen dan menig LSV-lid. “Het bestuur had de laatste jaren wel door dat de samenleving verandert en wat dat voor consequenties zou kunnen hebben voor de leden. Maar veel specialisten zijn eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in hun eigen vak”, merkt een oud-bestuurder op.

De "Wijze Mannen' gaan er in hun rapport van uit dat van een behoorlijke communicatie tussen bestuur en leden eigenlijk geen sprake is. Het beleid van het bestuur dringt niet goed tot de "werkvloer' door - aangezien maar een beperkt aantal specialisten geïnteresseerd is in de vaak complexe problemen die aan de orde zijn. Maar aan de andere kant, zo constateert de commissie, is het bestuur weer niet op de hoogte van wat op diezelfde werkvloer leeft. De vertegenwoordiging van de leden naar de algemene ledenvergadering, die verloopt via de wetenschappelijke verenigingen en de 27 districten, zou onvoldoende werken.

Bij de wetenschappelijke verenigingen is ruim 90 procent van de specialisten aangesloten. Daaronder zijn ook talrijke leden die geen lid van de LSV (meer) zijn. Bovendien zijn de specialisten binnen deze verenigingen actiever waardoor vertegenwoordigers beter weet kunnen hebben van de opvattingen in hun achterban. “Maar dat schrijft de commissie op een andere pagina dan die waarop zij constateert dat vertegenwoordigers van de wetenschappelijke vereniging vaak nauwelijks weten wat er leeft en zij in feite geheel à titre personel hun stem uitbrengen”, aldus een van de districtsbestuurders.

De commissie kiest voor de wetenschappelijke vereniging als basis voor de LSV-nieuwe-stijl omdat daar volgens haar “de balans tussen kwalitatief goed functioneren en de sociaal-economische belangen het beste wordt gewaarborgd”. Maar of die balans lang in evenwicht blijft wordt door velen betwijfeld. Er staat de LSV nog een aantal moeilijke beslissingen te wachten - en daarover is tussen wetenschappelijke verenigingen al een oorlog uitgebroken. Komende maanden zal immers duidelijk worden hoeveel de specialisten door middel van een verlaging van de tarieven moeten terug betalen van de ruim zevenhonderd miljoen gulden die ze in 1991 en 1992 te veel hebben gedeclareerd. De specialismen die zich redelijk aan het budget hebben gehouden verzetten er zich in toenemende mate tegen dat ook hun tarieven worden verlaagd. Zij voelen er absoluut niet voor zo mee te betalen aan het extra inkomen van de andere specialisten.

De commissie van "Wijze Mannen' is met een boog om de vraag naar de oorzaken van de problemen binnen de LSV heen gegaan. Zij wilde niet terugkijken en nam letterlijk als uitgangspunt: "hoe zou een organisatie van specialisten er uit moeten zien als er nog geen zou zijn'. Maar, zo wordt door veel leden opgemerkt, dan vergeet de commissie dat de vereniging eigenlijk veel meer oog voor de regionale organisaties zou moeten hebben. Want daar zal in de komende jaren het grootste deel van de onderhandelingen over de omzet van de specialisten worden gevoerd. Daar ligt ook het gemeenschappelijk belang van de verschillende specialismen. Volgens het huidige centraal bestuur kan de inbreng van de regio's op het centrale niveau niet worden gemist.

In feite is het hele voorstel van de commissie erop gericht de NSF weer binnen de poorten te krijgen. Het voorstel de NSF een kwaliteitszetel in het nieuwe federatiebestuur te geven duidt daar al op, zo zegt een districtsvertegenwoordiger. Daarmee gaat de commissie overigens in tegen de wens van een aantal grote wetenschappelijke verenigingen. Zo pleiten heelkundigen en internisten ervoor zich voorlopig maar niets van de NSF aan te trekken en er zeker geen knieval voor te doen.

De Nederlandse Specialisten Federatie ziet in het advies "een stap' naar het op orde brengen van de zaken binnen de LSV. Volgens NSF-bestuurder Aarts kan pas over samenwerking tussen LSV en NSF worden gesproken als het bestuur de wensen van de leden uitvoert en het bestuur het niet langer alleen voor het zeggen heeft. Van een opgaan van de NSF in de LSV kan volgens hem voorlopig geen sprake zijn. “Dat willen ze bij de LSV wel graag, maar laat daar eerst eens een nieuw bestuur komen dat erkent dat er in het verleden fouten zijn gemaakt.”