Rushdie richt zich tot "Boeke Bal'; Tartt en Mulisch kwamen wel, Reve en Hermans niet

AMSTERDAM, 10 MAART. De bezoekers van het Boekenbal, dat gisteravond per traditie de start van de Boekenweek kracht bijzette, kregen bij de uitgang een ongewoon ernstige missive mee naar huis: een message to the Boeke Bal van Salman Rushdie, waarin hij oproept tot aanhoudend protest tegen zijn lot en zijn Nederlandse uitgever Veen dank zegt voor diens "loyaliteit en moed'.

Eerder op de avond was in het directiekantoor van de Amsterdamse Stadsschouwburg een brief van de organisaties van uitgevers, boekverkopers en auteurs overhandigd aan minister Andriessen van economische zaken, met een "klemmend beroep' op de Nederlandse regering om de druk op Iran te blijven verhogen. In zijn antwoord zei de minister dat de zaak-Rushdie ook in EG-verband op de agenda blijft staan. “Waar het verkeerd gaat met boeken, gaat het verkeerd met mensen,” aldus Andriessen. “Rushdie moet blijven schrijven, want als hij niet meer schrijft, gaat het de verkeerde kant uit.” Hij verwees naar de onvrijheid van de tweede wereldoorlog die het decor vormt voor het Boekenweekgeschenk van W.F. Hermans: “Hermans schrijft daar bijzonder mooi over, vind ik.”

Andriessen, als surprise guest aanwezig omdat WVC-minister d'Ancona in de TweedeKamer moest zijn, liet desgevraagd echter doorschemeren dat Rushdie voorlopig niet hoeft te rekenen op een uitnodiging van de Nederlandse regering. “Ach, dat kun je wel doen, op een keer, maar belangrijker is toch dat je in internationaal verband aandacht voor de kwestie blijft vragen.”

W.F. Hermans was gisteravond wegens een recente valpartij de grote afwezige en ook Gerard Reve, wiens komst door de organiserende CPNB was voorspeld, liet zich niet zien. Harry Mulisch wel, zoals gebruikelijk, en ook Simon Vinkenoog, met bril op de buik, maar nog buitengewoon kwiek op de dansvloer. Opmerkelijker was evenwel de aanwezigheid van de Amerikaanse successchrijfster Donna Tartt, op promotiebezoek in Nederland, die vooral aandacht had voor de als bewegend behang geprojecteerde fragmenten uit dansfilms onder meer met Fred Astaire en Gene Kelly. Niettemin zei de schrijfster dat een soortgelijk evenement in New York niet bestaat: “It's quite an eye-opener”. De ambiance deed haar nog het meest denken aan een Newyorkse club uit het begin van de jaren tachtig, die nu niet meer bestaat.

De avond was begonnen met een optreden van de als Margreet Dolman uitgedoste Paul Haenen, die onnozele kranteknipsels reciteerde, gedichten van eigen hand voorlas (Ochtend van de winterzomer) en ook de inhoud bekendmaakte van de larmoyante bedelbrief die zij zelf in 1956 aan het Amsterdamse Fonds voor de Kunst zou hebben verzonden - uit solidariteit met de schrijvers wier privé-omstandigheden laatst door toedoen van De Slegte op straat kwamen te liggen.

Van literaire rellen leek tijdens de daaropvolgende feestelijkheden echter geen sprake te zijn, ondanks de vier levensgrote prenten van Frits Müller in het trappenhuis: Theo van Gogh met de koppen van Leon de Winter en Piet Grijs in zijn warrige haardos, een heimelijk in zijn regenjas weggedoken Adriaan van Dis, een Mulisch-standbeeld dat door Stephan Sanders wordt gebruikt om een plasje tegen te doen en een als krijger afgebeelde Gerrit Komrij met een leeggelopen serpent (Teun A. van Dijk geheten) aan zijn lans.

De minister vertrok al om half twaalf, “want ik moet morgen weer vroeg beginnen.” Velen maakten het niet veel later; voor heel wat schrijvers beginnen nu tien dagen van voorleesavonden, forums en signeersessies in boekwinkels, verenigingszaaltjes, bibliotheken en multifunctionale centra.