Portret biedt weinig nieuws over Prof.dr. L. de Jong

Loe de Jong, Ned.3, 21.00-22.00u.

Zelf aarzelde hij. “Moet dat nou”, zei de historicus prof. dr. L. de Jong tegen regisseur H. Bosscher die een portret van hem wilde maken. Bosscher vond dat het moest en na een paar gesprekken was ook De Jong overtuigd. Waarom is niet echt duidelijk want het vanavond uit te zenden portret voegt nauwelijks iets toe aan wat de geïnteresseerde buitenstaander al weet over de schrijver van "Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog'.

Er wordt aandacht besteed aan zijn jeugd, zijn middelbare schooltijd, de studie geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, zijn redacteurschap bij de Groene Amsterdammer, de vlucht naar Engeland, de jaren bij radio Oranje in Londen en de terugkeer naar Nederland waar hij zich zou ontpoppen als dè geschiedschrijver van de tweede wereldoorlog.

De Jong en zijn tweelingbroer Sally groeiden op in Amsterdam-oost, later verhuisde het gezin naar de Amstelveense weg waar hun vader een melkwinkel runde. Toen ze zestien waren werd hun zusje Jaennette geboren. De jongens bezochten het Vossiusgymnasium waarna Sally medicijnen ging studeren, Loe geschiedenis. Tijdens zijn redacteurschap bij de Groene Amsterdammer keerde hij zich tegen de in zijn ogen oppervlakkige manier waarop in 1938 over de Anschluss met Oostenrijk werd geschreven. Een jaar later maakte hij zelf de fout door in het Groene-nummer van 2 september 1939 te schrijven dat “(...) wanneer de huidige crisis te boven is gekomen, wat nog wel eenigen tijd zal duren, de tweede wereldoorlog voor langen tijd, waarschijnlijk voor jaren is afgewend”. In de documentaire zegt hij dat hij een aanval van Duitsland wel voor mogelijk maar niet voor waarschijnlijk hield.

Zijn relaas over de vlucht, met zijn vrouw, in mei '40 naar Engeland is anders dan wat hij daarover schrijft in het eerste deel van zijn memoires dat vandaag verschijnt. Hij vertelt aan de interviewer H.J.A. Hofland dat alleen hij en zijn vrouw Liesbeth Cost Budde in de taxi stapten die hen naar Velsen moest rijden. Die taxi bleek trouwens door een andere familie te zijn besteld. In zijn memoires schrijft De Jong dat zijn ouders, zijn grootouders van moeders zijde, zijn zusje en zijn vrouw mee zouden gaan. Maar de taxichauffeur weigerde zeven passagiers, hij wilde niet meer dan vijf meenemen. “Ik zei: laat de oudsten achterblijven. Niemand had een beter idee”, aldus De Jong in zijn memoires. De ouders van zijn moeder bleven in Amsterdam. In Velsen raakte De Jong in de chaos zijn ouders en zijn zusje kwijt. Hij zegt daar niets over.

Vreemd dat in het portret helemaal geen aandacht wordt besteed aan het feit dat zijn ouders, Sally en diens vrouw en Jeannette de oorlog niet hebben overleefd. De interviewer vraagt niet hoe De Jong daarop reageerde. Ook komt niet aan de orde hoe De Jong het schrijven van zijn standaardwerk heeft ondergaan. Zijn er momenten geweest van verdriet en woede? Waren zijn werkzaamheden van invloed op zijn familieleven? Wat deed hij in zijn vrije tijd? De interviewer vraagt er niet naar. Wel komen aan bod zijn onderzoek, in 1965, naar de antecedenten van prins Claus en de "Aantjes-affaire'. Over beide onderwerpen wordt echter niets nieuws gezegd.