Ondernemingsraad NOS brengt negatief advies over splitsing

HILVERSUM, 10 MAART. De ondernemingsraad van de NOS heeft een negatief advies uitgebracht over de voorgenomen splisting van het radio- en televisiegedeelte van de omroep. Volgens de or van de NOS is de noodzaak van een splisting niet aangetoond.

Vorige maand besloten de omroepen tot een splitsing van het programmagedeelte van de NOS volgens de wettelijke taken van de omroep. De "bij uitstek-taken' van de NOS (programma's die beter door de omroepen "gezamenlijk' kunnen worden gedaan zoals het journaal en sport) zouden onder beheer van de omroepen blijven, de "aanvullende-taken' (programma's met onderwerpen die bij de omroepen onvoldoende of niet worden behandeld) zouden in eigen omroep worden ondergebracht die op Nederland 3 nauw moet gaan samenwerken met VARA en VPRO. Dit op verzoek van met name de VARA, die niet wenste dat de andere omroepen via de NOS zeggenschap zouden krijgen wat op Nederland 3 aan programma's kan worden uitgezonden. samenwerking op de drie netten is een eis van minister d'Ancona van WVC aan de omroepen om in aanmerking te komen voor een langdurige zendttijdconcessie van tien jaar. De samenwerking zou onder meer gestalte moeten krijgen door gezamenlijke huisvesting te betrekken. Minister d'Ancona wil wetsvoorstellen voor onder meer de zendtijdconcessie nog voor het einde van de kabinetsperiode door de Kamer aanvaard krijgen.

Het personeel van de NOS is tegen de splitsing omdat geen zekerheid kan worden gegeven over het aantal arbeidsplaatsen en de “financiële doelmatigheid” kleiner zal worden. Dit kan volgens de or gevolgen hebben voor de programma's. Volgens de or zal een zelfstandige "aanvullende' NOS geen gelijkwaardige positie hebben ten opzichte van VARA en VPRO, omdat de NOS geen leden heeft en geen eigen middelen.

De or ziet wel het door VARA en VPRO geschetste probleem van ongewenste inmenging door de andere omroepen wanneer de NOS niet opgesplitst wordt, maar vindt daar toch een oplossing kan worden gevonden. De or vindt daarom dat het gehele programmapakket van de NOS moet worden verzelfstandigd. De omroep zou daarna onder leiding van een door de kroon benoemd bestuur moeten komen en niet langer onder beheer van de omroepvoorzitters moeten staan. De voorzitter van het nieuwe bestuur zou moeten plaatsnemen in het algemeen bestuur. Het bestuur van het hele NOS-programma zou vanuit de wettelijke taken moeten bekijken met wie er op welk net voor welk programma langdurig kan worden samengewerkt. De alternatieve oplossing van de or is niet in het NOS-bestuur aan de orde geweest.