Mondriaan-expositie wordt bijna jaar uitgesteld

ROTTERDAM, 10 MAART. De grote overzichtstentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum van werk van Piet Mondriaan gaat wel door. Maar de opening is verschoven van 1 februari 1994, naar half december 1994. Dat zegt Frits Becht, directeur van de Stichting Cadre, die de tentoonstelling voorbereidt.

Becht reageert daarmee op de uitspraak van waarnemend directeur J.L. Locher van het Gemeentemuseum, vorige week in deze krant, dat het onzeker is of de tentoonstelling nog wel doorgaat. De zalen van het Gemeentemuseum blijken niet te voldoen aan de klimatologische eisen die met name de Amerikaanse bruikleengevers van een groot aantal Mondriaans stellen. Bij het museum is bovendien de afgelopen twee jaar een tekort van 4,2 miljoen gulden gerezen.

Volgens Becht is de financiering voor de benodigde klimatologische apparatuur nu echter rond, en kan de installatie van die apparatuur eind dit jaar proefdraaien, waarna de tentoonstelling eind volgend jaar kan doorgaan.

Een woordvoerder van het Haagse museum bevestigt dat binnenkort op kosten van de Stichting Mondriaan 1994 de klimatologische voorzieningen worden aangebracht. “In principe gaat nu wat ons betreft de tentoonstelling door”, aldus de woordvoerder; “Locher heeft vorige week de zaken somberder gezien dan ze waren.”

De Stichting Toerisme Den Haag, die samen met het Nederlands Bureau voor Toerisme in binnen- en buitenland reclame maakt voor de tentoonstelling en voor 1994 als "Mondriaan-jaar', is “niet gelukkig met het uitstel”. Dat zegt J.A. Koek, directeur marketing van de Stichting Toerisme. De stichting heeft in publikaties en op internationale beurzen al publiek trachten te werven voor voorjaar 1994.

“Er is al voor enige tonnen geïnvesteerd”, aldus Koek. “We moeten nu het een en ander voor ons uitschuiven.” Koek verwacht dat hierdoor extra kosten gemaakt moeten worden. Hij hoopt vooral publiek te trekken door “onze bekende promotie-artikelen met een Mondriaan-jusje te overgieten”. Hij denkt daarbij aan zogenoemde "give aways', cadeautjes die aan het werk van de schilder doen denken en aan een Mondriaan-achtige vormgeving van Nederlandse stands op vakbeurzen.

De organiserende Stichting Cadre heeft haar begroting voor de tentoonstelling inmiddels naar beneden bijgesteld, van tien naar op zeven miljoen gulden. Ze rekent nu op 300.000 in plaats van 400.000 bezoekers. Directeur Becht sluit niet uit dat in de loop van het jaar, wanneer meer duidelijkheid bestaat over sponsoring, alsnog kan worden uitgegaan van een hoger budget.

Niet bekend

Door het verschuiven van de openingsdatum zal het overzicht van Mondriaans tijdgenoot Bart van der Leck, dat het Rijksmuseum Kröller-Müller in Otterlo biedt, niet meer samenvallen met de tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. Mondriaan en Van der Leck hebben elkaar wederzijds beïnvloed. De directie van Kröller-Müller, gelegen op de Veluwe, acht de winter een ongunstige expositie-periode voor een belangrijke tentoonstelling als Van der Leck, die nu in het najaar gehouden zal worden, aldus de Stichting Cadre.

Becht wijt de datumverschuiving aan de eisen van Amerikaanse bruikleengevers en hun verzekeringsmaatschappijen. Particuliere en museale eigenaren willen dat hun bruiklenen getoond worden in de "klimatologische winter', wanneer zich minder sterke temperatuurswisselingen voordoen. Bovendien worden, aldus Becht, “stringente eisen gesteld op het gebied van de conditionering”. De Stichting Mondriaan 1994, voor wie de Stichting Cadre de tentoonstelling organiseert, draagt een miljoen gulden bij aan de benodigde klimatologische apparatuur voor het Haags Gemeentemuseum.

De bruikleengevende musea eisen verder dat de tentoonstelling zowel naar de National Gallery in Washington zal reizen, als naar het Museum of Modern Art in New York, aldus Becht. Naar verwachting zal de tentoonstelling daardoor in Den Haag minder Amerikaanse toeristen trekken. Vooral uit Italië verwacht de Stichting Toerisme Den Haag veel bezoekers. Het overzicht zal overigens niet uit vijftig maar uit tachtig tot honderd schilderijen bestaan en uit zo'n 250 tekeningen.